Jack Kemp: een eigenzinnige conservatief

Toen Bob Dole vrijdagavond laat Jack Kemp opbelde, vroeg hij hem niet meteen om de Republikeinse kandidaat te worden voor het Amerikaanse vice-presidentschap. Eerst vertelde hij hem een anecdote van twintig jaar geleden, toen hij zelf de running mate was van de toenmalige president Ford.

Op campagne in Minnesota had Dole eens op eigen gezag een politieke uitspraak gedaan over landbouwsubsidies. Snel, heel snel werd hem zijn plaats gewezen: Ford was de eerste man, het was Dole's rol te volgen.

Kemp liet aan de andere kant van de lijn duidelijk hoorbaar blijken dat hij de hint oppikte, aldus de woordvoerder van Dole, die het verhaal voor alle zekerheid maar meteen doorvertelde aan de pers. Kemp is altijd een eigenzinnig politicus geweest, die zich, tot ergernis van heel wat Republikeinse collega's, niet altijd gebonden achtte aan partijdiscipline. Hij had zich de afgelopen jaren daardoor enigszins in de marge van zijn eigen partij gemanoeuvreerd, althans dat dachten velen - onder wie, naar eigen zeggen, hijzelf.

Maar Dole vertelde Kemp vrijdagavond dat hij hem al 45 dagen op zijn 'radarscherm' had voor het vice-presidentschap. Kemp is sinds de jaren zeventig een vurig pleitbezorger van belastingverlagingen als motor van economische groei, die vervolgens weer leidt tot hogere belastinginkomsten. Het is de theorie die president Ronald Reagan inspireerde tot zijn reaganomics, maar waar Dole zich tot vorige week altijd tegen verzet heeft. Nu Dole echter gebroken heeft met zijn langgekoesterde opvatting dat lagere belastingen pas mogelijk zijn als het begrotingstekort is weggewerkt, lijkt Kemp een partner die bij uitstek geschikt is om Dole's economische plan aan de man te brengen.

Kemp is op veel punten een conservatief: op levensbeschouwelijk terrein (abortus), maar ook wat betreft buitenlandse politiek, zijn geloof in de internationale vrijhandel en in lagere en eenvoudiger belastingen. Maar hij is het soort conservatief dat in de jaren tachtig wel werd aangeduid als bleeding heart conservative.

Als lid van het Huis van Afgevaardigden voor de stad Buffalo, in de staat New York, trok hij zich het lot aan van de verpauperde binnensteden en de arme, dikwijls zwarte bevolking. In de regering-Bush maakte hij zich als minister van Huisvesting sterk voor wat hij noemde 'stedelijke ondernemingszones', gebieden in de binnensteden waar een verlaging of afschaffing van belasting bedrijven moest aantrekken en daarmee werkgelegenheid. Hij stimuleerde bewoners van sociale woningbouw tot koop van hun woningen. Ook sprak hij zich het afgelopen jaar nog uit tegen de drastische bezuinigingen op de sociale voorzieningen die zijn partijgenoten voorstelden, tegen volledige afschaffing van positieve discriminatie en tegen maatregelen die kinderen van illegalen weren uit het onderwijs.

Jack French Kemp werd op 13 juli 1935 geboren in Los Angeles. Hij speelde dertien jaar professioneel American football. Als lid van het Huis van Afgevaardigden (van 1971 tot 1989) speelde hij een belangrijke rol als initiator van nieuwe en provocerende ideeën, niet zozeer als trouwe partijman of praktische wetgever. Hij was een van de twee auteurs van het voorstel voor een belastingverlaging met 30 procent dat later werd overgenomen door Reagan. Over Dole schamperde hij eens dat die elke belasting die hij tegenkwam verhoogde. Kemp kan in breedsprakigheid en besluiteloosheid president Clinton naar de kroon steken.

Als 'progressieve conservatief' en geestelijk erfgenaam van Ronald Reagan, zoals hij zichzelf beschouwde, deed Kemp in 1988 een gooi naar de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen. Maar net als Bob Dole viel hij in de voorverkiezingen al snel af. Vorig jaar hield hij zich buiten de strijd, omdat hij opzag tegen de fondsenwerving en de langdurige en intensieve campagne. Ondanks grote druk van vrijwel de hele partijleiding, en ook Dole persoonlijk, weigerde hij zich dit voorjaar tijdens de voorverkiezingen voor Dole uit te spreken. Na lang aarzelen steunde hij uiteindelijk zijn vriend en geestverwant Steve Forbes, wiens campagne toen al zo goed als verloren was.