Geen 'goedkoop religieus verhaal' voor de scouts

STRAMPROY, 12 AUG. Stramproy is sinds vrijdagmorgen één grote familie van vijfduizend zielen. Het bericht dat vijf zestien- en zeventienjarige jongens uit het dorp en hun begeleider uit het aangrenzende Tungelroy zijn verongelukt ver weg in een vreemd land heeft een golf van medeleven op gang gebracht.

“Iedereen loopt bij de getroffen families binnen”, zegt hoofdagent Wim Büskes geëmotioneerd. “Of men ze nu kent of niet. De mensen willen laten merken dat zij het leed delen.”

Samen met een vertegenwoordiger van Scouting Nederland heeft de politieman vrijdag bij vijf families het slechte nieuws moeten brengen dat hun zoon tot de dodelijke slachtoffers behoorde van het ongeluk bij het Zweedse Karlshamm. Het voorste van twee busjes met scouts uit Stramproy botste bij het oprijden van een tweebaansweg frontaal op een tegemoetkomende vrachtwagen. Vrijdagmiddag bezweek een zesde slachtoffer aan zijn verwondingen. De oorzaak van het ongeval is nog onbekend. In het café tegenover de kerk van Stramproy kan de kastelein de vorige dorpstragedies nog opnoemen.

In 1969 verongelukten vier jongemannen uit het dorp die in België waren gaan stappen. In 1972 verloor een compleet gezin van vijf leden het leven, eveneens na een verkeersongeval. “Maar dit overtreft alles: zes jonge knullen”, zegt de kastelein. “Twee van hen kwamen hier altijd om met de harmonie te repeteren. Iedereen kent er wel een paar persoonlijk. Als zoiets in een stad gebeurt, is het erg. Maar hier is een hele gemeenschap getroffen.”

In Stramproy en Tungelroy vertelt iedereen aan iedereen over de tragedie. De molenaars zetten hun molens in de rouwstand. Geplande festiviteiten voor het weekeinde, een wielerronde en een kinderkermis, zijn afgelast.

Het vervangend spektakel waarvoor enkele cameraploegen vervolgens zorgen, wordt minder op prijs gesteld. Persmensen worden als indringers beschouwd. Het gemeentehuis van Stramproy is sinds vrijdag ingericht als crisiscentrum. Politiemensen, hulpverleners van de Riagg en vertegenwoordigers van Scouting Nederland voorzien ouders van informatie en bijstand en vanaf vandaag kan ook een condoléanceregister getekend worden. In alle parochiekerken van het dekenaat Weert stonden de eucharistievieringen in het teken van de tragedie. De deken van Weert, W. van der Valk, sprak gisteren in de kerk in Stramproy van een “ramp die niet is uit te leggen met een goedkoop religieus verhaal. Wij kunnen dit eenvoudig niet begrijpen.”

Bij de herdenkingsplechtigheid en de begrafenis worden onder meer prins Claus, beschermheer van Scouting Nederland, en staatssecretaris Terpstra verwacht. Het is nog onbekend wanneer de plechtigheden gehouden worden. De Zweedse autoriteiten die de toedracht van het ongeval onderzoeken, hebben de stoffelijke resten nog niet vrijgegeven.

Pagina 3: 'Ik dacht dat er een band was geklapt'

John Muysers, de 25-jarige bestuurder van het rampbusje en begeleider van de scouts, zal begraven worden op de begraafplaats van Tungelroy. Op wens van zijn moeder vindt haar enige zoon zijn laatste rustplaats naast het graf van haar man die zeventien jaar geleden bij een verkeersongeval om het leven kwam. De andere ouders hebben nog geen besluit genomen over het karakter van de begrafenis.

De ouders van alle scouts die hebben deelgenomen aan de fatale reis komen tot aan de begrafenis iedere middag bijeen. “We kunnen elkaar heel veel steun bieden”, zegt een van hen voordat de deur van het crisiscentrum voor buitenstaanders sluit. Zaterdagmiddag kwamen ook de acht scouts en de begeleider die in het tweede busje zaten, in het crisiscentrum bijeen.

Een van hen, de zestienjarige VWO'er Remco Heijmans uit Tungelroy, doet zijn verhaal: “We waren om half acht 's avonds vertrokken uit Västervik in de richting Malmö, waar we zouden kamperen. Haast hadden we niet. Na drie uur rijden stopten we bij een tankstation en hebben we nog wat rondgehangen in de winkel. Toen we om elf uur de weg weer opreden hoorden we een knal.

“Ik dacht dat er een band was geklapt. Totdat ik een tas op de weg zag liggen en een plas benzine. In een flits zag ik het busje, ik geloof dat ik het nog voor de vrachtwagen heb gezien. Toen we uitstapten lag het naast de weg in de greppel. Het was een verschrikkelijk gezicht. Het busje was de helft korter geworden, alle lichamen lagen voorin op elkaar gedrukt. Het was duidelijk dat er doden waren.”

Later die nacht werd Heijmans gevraagd de lijken en de gewonden te identificeren. “Sommigen waren heel moeilijk te herkennen, ook de gewonden. Een van hen heb ik alleen kunnen herkennen aan een litteken op zijn arm.”

De vier gewonde scouts liggen in een Zweeds ziekenhuis en verkeren nog steeds in levensgevaar. Volgens Scouting Nederland was de reis geheel volgens de voorschriften georganiseerd. “Alles was in de puntjes geregeld”, zegt bestuurslid H. Krol: “De papieren waren in orde, er zaten niet te veel mensen in het busje en de begeleiders hadden de vereiste training gevolgd. Onze indruk is dat het gaat om een banaal verkeersongeval, maar we weten niet wat er precies is gebeurd. We wachten nog steeds op het rapport van de Zweedse politie.”