Deksel op de doofpot

Onder de kop 'Staatsbelang achter dichte deur' becommentariëren Marcel Haenen en Tom-Jan Meeus in de krant van 8 augustus een beslissing van de Rotterdamse rechtbank om een procedure achter gesloten deuren te behandelen in de zaak van het openbaar ministerie tegen politieman L. Een beslotenheid, aldus Haenen en Meeus, “die associaties oproept met de jaren vijftig”.

Nog een paar citaten “Advocaat, officier én rechter die gedrieën het deksel op de doofpot houden” en “Wat een van de meest onthullende naoorlogse strafzaken zou kunnen zijn werd gisteren door het optreden van alle procespartijen een obscuur evenement”. Voorwaar, voor een ieder die de grondbeginselen van het (straf)recht en het (straf)procesrecht kent: zwaardere aantijgingen tegen een beslissing van een rechtbank zijn niet wel denkbaar. Waarop berusten deze conclusies? Kritiek op de beslissing op het namens beide procespartijen gedane verzoek om een onderdeel van de belangwekkende rechtszaak achter gesloten deuren te behandelen, dus zonder pers en publiek, is uiteraard mogelijk en toelaatbaar.

Niet bekend

Dat de rechtbank dit bevel tot sluiting van de deuren heeft gemotiveerd met 'het belang van een goede rechtspleging' had door de opiniërende schrijvers niet als 'een nog eigenaardiger argument' gekwalificeerd hoeven te worden als zij zich gerealiseerd hadden dat juist dit belang door de wetgever (art. 22 van het Wetboek van strafvordering) als grond voor sluiting van de deuren wordt genoemd.

Deze raadkamerprocedure heeft met de behandeling van de door de verdachte mogelijk begane misdrijven vooralsnog niet rechtstreeks van doen: dat komt later op de normale strafzitting aan de orde. De Rotterdamse rechtbank is zich terdege bewust van het belang van grote openheid en van deugdelijke verantwoording van het justitiële handelen met inbegrip van het handelen van de zittende magistratuur.

Op geen enkele manier behoeft voor het tegendeel gevreesd te worden naar aanleiding van de beslissing in de raadkamerprocedure van de afgelopen week, die overigens nog dezelfde dag in het openbaar is voortgezet en in oktober naar het zich laat aanzien nog steeds in het openbaar zal worden afgerond. De inhoudelijke behandeling van deze strafzaak zal op de normale wijze plaatsvinden wanneer deze zaak bij de rechtbank wordt aangebracht.