Bergwachten Alpen snellen vaker te hulp

Hoewel het totale aantal ongelukken onder vakantiegangers in de Alpen gestaag stijgt loopt het aantal doden terug. In een recent persbericht meldde de Oostenrijkse alarmdienst 'Landeswarnzentrale Tirol' dat de verzoeken om hulp nu al een recordhoogte hebben bereikt. Het alpine zomerseizoen is pas op 15 juli geopend, maar de bergwachten moesten al 350 keer in actie komen.

In 1995 kwamen in de Alpen in totaal (dus zomer- en wintersporten bij elkaar) 300 personen in Duitsland, 264 in Oostenrijk en 88 in Zwitserland om het leven. Over het aantal ongelukken zonder dodelijke afloop zijn geen exacte cijfers bekend. Deze worden alleen geregistreerd als er een melding wordt gemaakt.

Het is vooral een bepaald type wandelaar of klimmer dat de reddingsbrigades in toenemende mate verontrust. Bergwacht Hobmeier uit het Zwitserse Bern spreekt van 'no risk no fun'-alpinisten. Ook de arts en klimmer Bruno Durer uit het Zwitserse Lauter-Brunnen betreurt het aantal ongelukken dat op zelfoverschatting terug te voeren is. “Zoals bij elke gevaarlijke sport trekt ook het klimmen mannen die graag stoer doen. Macho's zou ik zeggen. Tachtig procent van de dodelijk verongelukten zijn mannen.”

Het zijn niet alleen de klimmers die door roekeloos gedrag verongelukken, ook wandelaars worden regelmatig het slachtoffer van de eigen ambities. Bij 'moeilijke' wandelingen wordt de grens tussen een wandeling en een klimpartij vaak vloeiend. Daarbij zijn net als bij het klimmen een degelijke voorbereiding en een goede conditie essentieel. Vaak schort het aan beide.

Harald Riedl, chef van de Landeswarnzentrale in Tirol en sinds vijftien jaar bergwacht, constateert een nieuwe trend bij klimmers en wandelaars: niet recreatie maar prestatie is het doel. De gefixeerdheid op een schema dat gehaald moet worden ziet hij als een van de belangrijkste oorzaken van het toenemend aantal ongelukken.

“De vakantiegangers arriveren met een vast plan in hun hoofd. Zij kennen de omgeving niet, weten niets van de weersomstandigheden en ze informeren zich ook niet. Het enige wat ze willen weten, als ze al vragen, is hoe ze van A naar B kunnen komen. Het weer, een heel erg belangrijke factor, interesseert hun helemaal niet. Ook met hun eigen gesteldheid houden ze geen rekening. Zij hebben een paar dagen en in die tijd moeten een bepaald aantal routes afgewerkt worden. Wat ontbreekt is een alternatief. Een goede planning houdt in dat je je doel aanpast aan de weersomstandigheden. Het geduld om een leuke luie dag door te brengen omdat het weer geen wandelingen toestaat kunnen veel vakantiegangers helemaal niet meer opbrengen.”

Volgens de cijfers van het 'Österreichische Kuratorium für alpine Sicherheit' overlijdt 52 procent van de verongelukte wandelaars aan een hartinfarct, veroorzaakt door te grote inspanning of stress. Tweeëndertig procent sterft ten gevolge van een val, zestien procent verdwaalt en wordt niet op tijd gevonden. Bij de klimmers is de val doodsoorzaak nummer één. Onderverdeeld in leeftijdsgroepen valt op dat in 1995 onder de 50- tot 60-jarigen de meeste doden vielen (47), gevolgd door de 60- tot 70-jarigen (44). Pas daarna komen de drie leeftijdcategorieën van 20- tot 30-, 30- tot 40- en 40- tot 50-jarigen met respectievelijk 34, 39 en 35 doden. In elk van de drie Alpenlanden staat de inheemse bevolking in de ongevallenstatistiek bovenaan.

Het zijn dus niet de buitenlandse toeristen maar de vakantiegangers uit het eigen land, die het vaakst in de problemen komen.

Bij de door Riedl genoemde prestatiegerichtheid hoort ook “dat je het allemaal op eigen kracht doet”, dus zo min mogelijk adviezen vraagt en geen gids inhuurt. In Oostenrijk werken uitsluitend vrijwilligers als bergwacht die, als ze geen begripvolle werkgever hebben, zelfs vakantiedagen moeten opnemen als een oproep komt.

De roekeloosheid van de alpinisten plaatst de bergwachters voor een dilemma. Hobmeier vertelt dat de Zwitserse bergwachten hun werk zo goed mogelijk doen, maar zich zelf niet in gevaar brengen: “De eigen veiligheid gaat voor.” Zijn Oostenrijkse collega Riedl plaatst daarbij sterk relativerende kanttekeningen: “Elke reddingspoging is een risico. Bovendien moet ik de eerste bergwacht nog tegenkomen die tegen een wanhopige moeder wier kind in een gletscherspleet is gevallen zegt: 'Mevrouw, ik kan uw kind niet redden, het is te gevaarlijk'.

De omgeving oefent een heel sterke druk uit, daar kun je je als bergwacht niet aan onttrekken. Het is ook niet op te brengen met de helikopter boven aan touwen bungelende en om hulp roepende mensen te cirkelen en te besluiten dat je ze maar laat hangen omdat het te riskant is ze te redden.''