Vuilophalers voeren straatgevecht om het huisvuil

De privatisering in BV Nederland raakt mensen ook in hun onmiddellijke omgeving. In Arnhem verzelfstandigde de vuilophaaldienst. Volgens de concurrent is de burger “nodeloos duur uit”.

ARNHEM, 10 AUG. Een woedende bewoner hangt uit het raam van Driekoningenstraat nummer vijftien. “Heb je die puinhoop gezien, kuttekop?” Frank Berndsen parkeert zijn vuilniswagen naast de ondergrondse afvalcontainer. Het reservoir is tot de nok toe gevuld met huisvuil. Naast de inwerpgleuf liggen twee tuinstoelen, sinaasappelschillen en een paar vuilniszakken. “Idioot, zo'n bak onder de grond”, raast de buurtbewoner met roodaangelopen hoofd. “Je lokt er alleen maar afvaltoeristen mee.”

Met een radiografisch bestuurde grijper kiept Berndsen de bak boven zijn vuilniswagen leeg. Feit is dat hij meer vuil aantreft in het Arnhemse Spijkerkwartier sinds de wijk in april overging op ondergrondse opslagtanks om de stankoverlast te beperken, de straten een schoner aanzicht te geven en de krachten van de vuilophalers te sparen. “Ik zal het de reinigingspolitie vragen”, bezweert hij de man die verhaal is komen halen. “Winkels dumpen soms bedrijfsafval in huisvuilbakken. Je hoort nog van ons.” En hij drukt de buurtbewoner een visitekaartje in zijn hand: ARA NV - voor al uw afval.

Zonder verzelfstandigde vuilophaaldienst was Arnhem nooit zo snel ondergronds gegaan, vertelt directeur A.D. Verhoeff van het verzelfstandigde ARA NV. Hij vermoedt dat het voorstel was vastgelopen in “trage ambtelijke kokers”, of inzet was geworden van politieke strijd- fnuikend voor een dynamische sector als de afvalbranche. En hij betwijfelt of Arnhem geld voor zo'n vernieuwing had gehad. “De reinigingsdienst bediende 130.00O inwoners. Dat is te weinig voor een gezond bedrijf in deze sector.”

In 1994 besloten Rheden en Arnhem hun reinigingsdiensten te verzelfstandigen. Vuilophalen werd hen te duur. Kon twintig jaar geleden alle afval nog worden opgehaald door eenzelfde vuilnisauto, tegenwoordig moet het wagenpark meerdere typen auto's tellen en zijn er maar liefst veertien verschillende categorieën vuil, van huis- tot puinafval, van groente- en tuinafval tot chemisch afval en glas.

De nieuwe vuilophaaldienst bracht de vereiste schaalvergroting en legde bovendien de weg open naar het bedrijfsleven. ARA haalde in 1995 106.979 ton huisvuil en bedrijfsafval op, runde twee kringloopstations, verhuurde containers en wagens, gaf milieu-advies, en zette kolkzuigers, veegoperators, ongedierte- en gladheidsbestrijders in op elk gewenst uur, op elk gewenst terrein - zolang er maar betaald wordt. Inmiddels hebben ook de buurgemeenten Angerlo, Dodewaard en Doesburg zich aangesloten. Ze verkiezen het bedrijf boven een van de commerciële vuilophalers uit de regio omdat ze bij ARA aandeelhouder zijn en invloed kunnen uitoefenen op het afvalbeleid. Want vaststaat dat de tucht van de markt soms botst met het streven naar een schoon milieu.

De verzelfstandiging betekende een omslag in de bedrijfscultuur van de gemeentelijke reinigingsdiensten. Accountmanagers deden hun intrede. De werknemers rijden tegenwoordig ook vóór half acht 's morgens uit en nà kwart over vier 's middags om de dure auto's zo efficiënt mogelijk te gebruiken. En bovenal is de klant koning. Dat laat onverlet dat de verzelfstandiging de burgers financieel niet wijzer heeft gemaakt. De afvalstoffenheffing stijgt elk jaar, naar 240 gulden voor een eenpersoonshuishouden in Arnhem dit jaar. De directeur: “Het vuilophalen wordt elk jaar goedkoper maar de afvalverwerking wordt in nog sneller tempo duurder. Daardoor wordt de heffing steeds hoger. Maar daarvan is komende jaren het einde in zicht.”

Of Verhoeff die tijd gegund is, blijft de vraag. De gemeenten zijn in afwachting van een uitspraak van het Arnhemse gerechtshof, die bepalend is voor het voortbestaan van ARA en ook voor de verzelfstandiging van reinigingsdiensten elders in Nederland. Volgens de commerciële tegenspeler BFI hebben Rheden en Arnhem de Europese regel van openbare aanbesteding overtreden. De gemeenten gunden ARA het werk zonder concurrenten te laten meedingen. In eerste aanleg gaf de rechtbank BFI gelijk.

Vuilophaler BFI beweert het huisvuil zeker twintig procent goedkoper in de gemeenten te kunnen ophalen. In Arnhem zouden wij een omstreeks tweehonderd gulden vragen voor ophalen en verbranden, becijfert districtsdirecteur R. Peek. Naar zijn idee is de burger met ARA “nodeloos duur uit”. Maar, zo ervaart hij: “Daar krijg je geen vinger achter als de leiding consequent geen inzicht in zaken geeft en gemeenten en politiek er geen issue van maken”.

Ook bij Peek thuis haalt ARA huisvuil op. “Hun prijs is door mij als burger niet te controleren. Ik denk dat ze de werkelijke kostprijs niet inzichtelijk maken, omdat ze met de winst die ze maken de markt opkopen.” Trouwens: ARA doet zaken “die over het randje gaan”, meent de directeur. “We hebben foto's gemaakt van ARA-auto's die bedrijfsafval met huisvuilwagens ophalen en verbranden als huisvuil. Dan bespaar je een auto èn de toeslag op verbranding. Wij moeten voor zoiets voor het hekje verantwoording afleggen, ARA niet. De ene overheid controleert de andere nou eenmaal niet.”

Directeur Verhoeff vindt die verwijten goedkope vuilspuiterij. “Ik spreek tegen dat dit gebeurt. En als er bewijzen zijn moeten onze geachte collega's daarmee over tafel komen.” Wat de prijs betreft, weet Verhoeff dat tweehonderd gulden all-in “pertinent onmogelijk” is voor de diensten die zijn bedrijf aanbiedt. “Onze taakopvatting van inzamelen gaat verder dan minicontainers leegmaken. Zo maken wij ons ook hard voor kringloopstations waar mensen grof vuil kunnen brengen. Dat kost een centje.”

De concurrentiestrijd tussen ARA en BFI beperkt zich niet tot de directieburelen. In de Arnhemse binnenstad manoeuvreren de vuilniswagens van beide partijen elke dag moeizaam langs elkaar heen, op zoek naar ieder zijn eigen bedrijfsafval. BFI heeft naar eigen zeggen zo'n zeshonderd van de twaalfhonderd contracten met de ondernemers afgesloten, ARA claimt er achthonderd. Wie de waarheid spreekt weet F. Viguurs van ondernemersvereniging City Centrum Arnhem niet, maar hij is blij met de strijd. “Dat drukt de prijs”.

De verzelfstandiging heeft ARA bovendien een stuk zakelijker gemaakt, vindt Viguurs, zelf directeur van de Bijenkorf. “Ze hebben meer begrip voor ons.” De moeizame start heeft hij ze “vergeven”. Zo herinnert hij zich dat de gemeentelijke reinigingsdienst de ondernemers twee jaar geleden “met een klakkeloos briefje” overdeed aan ARA. Toen een afvaardiging van BFI daarop de bedrijven langsging om tegen lagere prijzen klanten te werven, stuurde ARA er onmiddellijk eigen mensen op af. Die zouden “onder het mom van contractbreuk” ondernemers hebben gedwongen ARA te kiezen.

ARA-directeur Verhoeff is twee jaar na de “turbulente geboorte” een tevreden mens. “We lopen in onze branche voorop zonder dat er een gedwongen ontslag is gevallen. In Engeland klappen ze daar steil van achterover. Daar zijn vuilnisbedrijven bij de privatisering onder Thatcher bij bosjes failliet gegaan.” Ook heeft de directeur volop vertrouwen in een gunstige uitspraak van het Arnhemse hof. Uit een onlangs verschenen tussenvonnis hebben juristen afgeleid dat Arnhem en Rheden niet verplicht waren ook concurrenten van ARA de huisvuilopdracht te gunnen. De directeur: “De definitieve uitspraak laat nog op zich wachten omdat het Europese Hof vragen moet beantwoorden. Ik ga ervan uit dat ons een mooie toekomst wacht.”

In de bedrijfskantine eet Frank Berndsen zijn boterhammen, twee collega's schuiven aan. “Kijk hoe we hier zitten”, sombert een 'zuigbuisoperator'. “Maar drie man. Alles moet beter, schoner, sneller, net als bij Overtoom”.

“Ach man, wat bazel je nou”, valt Berndsen hem in de rede. “Het werk is hetzelfde gebleven. We komen op meer plekken. En waar kunnen collega's zeggen dat ze met ondergrondse bakken werken?”

Berndsen beent naar buiten. Dertien jaar geleden kwam hij direct uit de schoolbanken bij de reinigingsdienst en sindsdien heeft hij zo'n beetje alles gedaan. Containerdienst; kraanwerk; huisvuil laden; kolken spoelen; als “zombie” gootjes geveegd; en containers “tot citronnellaatjes gespoten”. “Ik heb hier nog geen dag gebaald. Thuis duimen we voor een goede afloop van de rechtszaak. Mijn zoontje van vijf wil ook de wagen op.”

Berndsen rijdt zijn auto het stortplatform van de vuilverbrander op. In de diepte kolken dampende melkpakken, luiers, en groentenblikken. Een penetrante stank dringt door tot in de cabine. “Gek hè”, lacht Berndsen. “zelfs hier is het afval nog een beetje van mij.”

    • Wubby Luyendijk