Voorlopige balans: 72 doden; Niet praten over schuld na hel op camping

BIESCAS, 10 AUG. Op het terrein in de Spaanse Pyreneeën van wat drie dagen geleden nog eerste categorie-camping Las Nieves was, lopen de kampeerders tussen de snel opdrogende modder naar eigendommen te zoeken. Zij zijn de overlevenden van het drama van woensdagavond waarbij een massa water, modder en bomen uit de bergen de camping waar 637 gasten verbleven, wegspoelde. Het totale aantal geborgen doden was vanochtend 72, gevreesd wordt dat de vermisten - naar schatting rond de veertig - niet meer in leven zijn.

Zo'n vijftien kilometer verder, in het sportcomplex van het toeristenplaatsje Jaca liggen de dikwijls uit de modder gegraven doden van het drama in Biescas. Familieleden die de stoffelijke overschotten moeten identificeren lopen er zwijgend langs rijen televisiecamera's.

Dicht bij de Gallego, de rivier waarin veel slachtoffers van camping Las Nieves zijn meegesleurd, staan medewerkers van het Rode Kruis tot hun middel in een put met water. In die put ligt een auto ondersteboven, de wielen net boven het water uit. De reddingswerkers hebben onder water in de auto een dode ontdekt. De politiehelikopter landt er dichtbij om het slachtoffer van de watervloed in Biescas naar het provisorische moratorium in Jaca te brengen.

Het campingterrein en honderden meters rivierbedding waarover de vloedgolf langs de Gallego stroomde, zijn bezaaid met herinneringen aan een zomervakantie. Een schuimspaan slingert op de grond, even verderop ligt de bijbehorende pollepel. Overal liggen houders met campinggas. Een vrijwel onbeschadigde tafeltennistafel staat schuin tegen een uiteengereten caravan. Auto's liggen op de zij of op de kop. Zij zijn soms bijna dubbelgevouwen en het blik telt zoveel deuken alsof er hele kogelregens op zijn afgeketst. Een grote bal en de restanten van een kinderbedje zijn terechtgekomen bij een overblijfsel van het kampeerwagentje van de Nederlander Van Roon. Hij herkent zijn eigendom aan de Nederlandse nummerplaat.

Van Roon loopt hier rond als een relatief gelukkig mens. Hij tilt een metalen uitschuifbare wandelstok op, zijn eigendom dat hij zojuist in de modder heeft gevonden. Hij heeft met vrouw en drie kinderen de vloedgolf overleefd omdat zij in een van de twee campinggebouwen zaten, die vrijwel onbeschadigd zijn gebleven. Zijn auto, die in de luwte van de waterstroom achter het gebouw stond, is met hulp van een monteur weer op gang gebracht.

De Nederlander Bosman overleefde het drama in hetzelfde gebouwtje, waarin hij met vrouw en kinderen tenauwernood ontkwam in zijn auto. Hij reed er naartoe toen de waterstroom net op gang was gekomen. Zijn pogingen om nu weer met zijn auto te rijden mislukken, stuur en wielen rammelen teveel.

De minst ongelukkige Nederlander heet Hartkamp. Hij zag woensdagavond vanuit zijn caravan hoe het gekanaliseerde deel van het riviertje de Arás, waardoor de waterstroom naar beneden kwam, buiten zijn oevers ging treden. Het was intuïtief zegt hij achteraf, maar hij dreef vrouw en vijf kinderen binnen enkele seconden de auto in en scheurde weg, voor de vloedgolf uit. Hij heeft in zijn vermorzelde caravan zijn documenten en geld teruggevonden. Zijn kinderen hebben geholpen plasticzakken te vullen met eigendommen en de familie kan vertrekken omdat na bemiddeling van de Nederlandse consul uit Barcelona de Spaanse politie formaliteiten voor een keer wil vergeten.

Maar in het mortuarium van Jaca ligt een Nederlands gezin dat het niet overleefde. Een echtpaar met twee kinderen, dat gisteren nog niet officieel was geïdentificeerd. Het viertal is vlak bij elkaar gevonden. De andere Nederlanders kenden deze landgenoten niet. De camping werd in hoofdzaak door Spanjaarden bezocht en het overgrote deel van de slachtoffers is ook Spaans.

Aan overlevenden of helpers vragen of behalve het grote onweer van woensdagavond wellicht ook de ligging van de camping tussen een gekanaliseerd riviertje en de oude rivierbedding tot het drama heeft bijgedragen, wekt onbegrip. De rivier die de overvolle gekanaliseerde bedding verliet en richting de oude bedding dwars door de camping trok. Men wil er niet over horen. “Het was een ramp, een enorme ramp, dat ziet u toch!”, zegt een toegesnelde medewerker van de ANWB-alarmcentrale in Barcelona.

Het lijkt op het commentaar in de Spaanse krant El Pais van gisteren. Onderzoeken of zo'n tragedie als deze week in Biescas in de toekomst voorkomen kan worden, prima. Maar alsjeblieft geen schuldigen gaan zoeken voor het lijden van vandaag, zoeken naar mogelijke verantwoordelijken voor het verstrekken van vergunningen voor een camping op een mogelijk niet verantwoorde plaats langs een rivier onderaan een berghelling.

Toch heeft de dramatische Spaanse klacht van de afgelopen dagen over de ramp die het land heeft getroffen, kritische vragen over de ligging van camping Las Nieves niet kunnen tegenhouden. Zo beklaagde prof. Marti Boada, hoogleraar milieu aan de Universiteit van Barcelona, zich gisteren over de apocalyptische houding van veel van zijn landgenoten. Hij betwijfelt of de vergunningen die zijn verleend om een camping op deze plaats in Biescas aan te leggen wel verantwoord waren.

“Een geschiedenis van een voorspelbare ramp”, noemde Francisco Ayala, directeur milieu van het Nationale Technologisch Geologisch Instituut de vloedgolf over de camping bij Biescas gisteren. Het hoofd van de afdeling toerisme bij de regering van de autonome regio Aragon, Rafael Zapatero, heeft, bevreesd voor wegblijvende toeristen, aangekondigd dat een nader onderzoek ingesteld zal worden naar de eisen waaraan campingterreinen moeten voldoen. Dat betekent niet dat wordt gezegd dat voor de aanleg van Las Nieves in 1988 ten onrechte vergunningen werden verstrekt. Maar wellicht zijn strengere normen voor campingterreinen in de toekomst beter.