Verzekeraars bewerkten leden van Congres; Fed: meer armslag voor banken

NEW YORK, 10 AUG. Commerciële banken in de Verenigde Staten krijgen meer mogelijkheden om in effecten te gaan. Dat is de inhoud van een voorstel van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken.

De strenge Amerikaanse bankwetgeving uit de jaren dertig en vijftig is in principe nog steeds van kracht, maar het nu gedane voorstel is een nieuwe stap naar versoepeling. Het houdt onder meer in dat bankholdings hun dochtermaatschappijen meer in effecten mogen laten handelen en meer emissies mogen laten verzorgen. Tot nu toe mag dat slechts 10 procent van de omzet uitmaken, maar mogelijk gaat dat omhoog naar 25 procent.

De betrokken banken zijn giganten als Citicorp, J.P. Morgan en Chase Manhattan. Het gaat in totaal om 39 binnenlandse en buitenlandse banken die altijd worden gevat onder de noemer 'Sectie 20 banken'. Die naam komt van sectie 20 in de Glass Steagall Wet uit 1933 waarin wordt gesteld dat commerciële banken niet gelieerd mogen zijn met firma's wier hoofdactiviteit effectenemissie of effectenhandel is. De Federal Reserve heeft binnen de marges van die regel wel toegestaan dat die banken dochterondernemingen hebben die in beperkte mate in effecten handelen.

“De Federal Reserve heeft de bevoegdheid om de leemtes in de wet in te vullen”, aldus Lawrence White, hoogleraar financiën aan de New York University. “Tien jaar geleden is de Fed begonnen met het verruimen van de beperkingen en dit is te beschouwen als de vijfde stap.”

De Glass-Steagall Act staat een strenge scheiding voor van activiteiten als kredietverlening, effectenhandel en verzekeringen. Sinds een jaar of tien tot vijftien leeft de roep om de beperkingen van de Glass Steagall Wet terug te draaien. De wet is destijds ingesteld om monopolievorming te verhinderen. De situatie is in zestig jaar zo veranderd dat velen de wet als achterhaald beschouwen.

Tijdens het bewind van president Clinton zijn diverse voorstellen om de wetgeving te herzien geopperd, maar uiteindelijk is een definitief compromisvoorstel nooit naar het Congres gegaan. Dit had te maken met bevoegdheden die de Federal Reserve en het Congres elkaar betwistten en uiteindelijk vooral met de machtige verzekeringslobby die banken van hun terrein wil weren.

De leden van de verantwoordelijke bankcommissie van het Huis van afgevaardigden lieten zich opstoken door banken, verzekeraars en effectenfirma's om deze of gene regel om te buigen. Zo kon het gebeuren dat een eindvoorstel begin juni in de praktijk werd bestookt met tachtig amendementen. Zowel Democraten als Republikeinen hadden hier schuld aan en geen van beide partijen durfden hun nek uit te steken in verband met de komende verkiezingen. Het terugdraaien van de Glass Steagall wet is dus dit jaar van de baan en zal op z'n vroegst pas weer volgend voorjaar kunnen worden opgepakt. De huidige voorstellen zijn tussenoplossingen.

“Ik weet niet of het wetsvoorstel van de baan is”, zegt hoogleraar White. “Ik ben een econoom, geen politicoloog. Washington is in het algemeen een mysterie voor mij. Wetsvoorstellen zijn de ene dag morsdood en de volgende dag wordt er opeens over gestemd. Het is mij een raadsel.” White zegt uiteindelijk dat het waarschijnlijk is dat er tot de verkiezingen niets meer zal gebeuren.

Die mening wordt gedeeld door Rachel Robbins, de algemeen raadsman van J.P. Morgan. Zij denkt dat het wetsvoorstel echter volgend jaar weer zal worden opgepakt omdat de banken er hun best voor blijven doen. De huidige voorstellen tot verandering zijn goed voor alle zogeheten sectie-20-banken, maar vooral de kleinere zullen ervan profiteren en wellicht ook de regionele banken. “Voor kleine banken was het met die tienprocentsregel niet rendabel om in effecten te gaan handelen”, aldus Robbins, “en dat wordt het met de verhoging tot 25 opeens wel.”

Ook kunnen sommige buitenlandse banken profiteren van de regelverandering. Een Beierse bank, Bayerische Vereinsbank, had vorig jaar interesse in de New-Yorkse effectenmakelaar Oppenheimer & Co maar realiseerde zich dat als het dat bedrijf kocht het meer dan tien procent aan inkomsten uit effecten zou hebben. Wellicht wordt die situatie nu anders en zal het voor de Beierse bank aantrekkelijk zijn opnieuw naar Oppenheimer te kijken. Hetzelfde geldt natuurlijk voor overnames die Amerikaanse banken willen doen. Het overnemen van een kleine effectenmakelaar die 25 procent van de eigen omzet gaat uitmaken wordt opeens aantrekkelijk, terwijl het dat bij tien procent niet was.