Tribune

Nederland won op de Olympische Spelen in Atlanta negentien medailles. Een juiste afspiegeling van het nationale topsportklimaat of behoort nog meer eremetaal in Sydney 2000 tot de mogelijkheden?

Rob de Vries, directeur Sport, ministerie VWS: “De prestatie in Atlanta is meer dan fantastisch. Ik ben heel erg blij dat we zijn geëindigd boven een aantal landen die veel beter staan aangeschreven, bijvoorbeeld Groot-Brittannië. De Nederlandse sporters verdienen een groot compliment. Ook veel niet-medaillewinnaars hebben individueel goede prestaties verricht. Als Bolhuis zegt dat we dertig medailles kunnen halen, durf ik dat niet tegen te spreken. Hij is de deskundige.”

Bert Pauw, technisch directeur atletiekunie KNAU: “Nederland heeft best reden tot tevredenheid over het resultaat in Atlanta. We hebben voldaan aan de verwachtingen. De score geeft aardig weer wat het niveau is van de sport in Nederland. Er is de laatste jaren aanzienlijk in sport geïnvesteerd. Dat beleid heeft vruchten afgeworpen. De KNAU had geen medailles verwacht, wel meer finaleplaatsen. De atletiek was in de aanloop naar Atlanta niet achtergesteld in vergelijking met andere sporten, maar ook niet overbedeeld. Ik denk dat NOC*NSF te veel prioriteit heeft gelegd bij sporten die een kans op een medaille maakten. De KNAU moet zo snel mogelijk met NOC*NSF rond de tafel gaan zitten om over de toekomst te praten.”

André Bolhuis, chef de mission NOC*NSF: “Voor Atlanta had ik eigenlijk op 23 medailles gerekend. Maar met 19 medailles mogen we heel tevreden zijn. Daarmee hebben we tenslotte een record geëvenaard. Als we op de ingeslagen weg doorgaan, moeten we nog tot de dertig kunnen komen. Als je ons land vergelijkt met landen als Australië, Hongarije en Cuba dan is die schatting heel reëel. Met de acht bonden die medailles hebben gewonnen, heeft NOC*NSF zich intensief bemoeit. We hebben niet minder aandacht aan atletiek besteed. De KNAU meende ons echter niet nodig te hebben. Daar heerst een cultuur dat iedereen het beter weet. Dan is het achteraf makkelijk praten dat wij daar niets aan hebben gedaan. De KNAU moet nu met een goed, vernieuwend plan komen gericht op de langere termijn. In die sport kost het veel moeite om internationaal mee te tellen. Maar niet meer dan bij een teamsport. Daar moet je namelijk zestien mensen laten presteren.” Jos Geijsel, sportfysioloog van de olympische hockey-, volleybal-, roei- en judoploeg: “We hadden dit jaar minder kans op medailles, omdat er meer landen deelnemen. Het verwachtingspatroon van de Spelen wordt vaak gebaseerd op de resultaten in het voorafgaande jaar. Daarna gaat men in de winter veel en hard trainen in de hoop op de Spelen te kunnen 'rentenieren'. Veel atleten juichen te vroeg als zij zonder blessures de wintertraining doorkomen. Dan is het van 'hosanna' en 'halleluja'. Maar zo werkt het lichaam van een topsporter niet. Je moet uitgaan van de prestaties in de periode vlak vóór de Spelen. Door dan specifieker en efficiënter te trainen, vergroot je de kansen op medailles. Daar moet ook het selectiebeleid op worden aangepast. De dertig medailles die Bolhuis voor mogelijk houdt, lijken me een beetje te hoog gegrepen. Dan zou je namelijk vijftig kanshebbers moeten sturen en die hebben we over vier jaar niet.”

Ruud Wielart, oud-hoogspringer: “Men zal er wel tevreden mee zijn. Maar het is erg overdreven om te zeggen dat we het aantal medailles over vier jaar zouden kunnen verdubbelen. Maar ja, Bolhuis komt dan ook uit een sport die er weinig toe doet, het hockey. In de sporten waar het werkelijk om gaat, zoals atletiek, hebben we niets kunnen winnen. Het niveau daarin ligt duidelijk nog veel te hoog voor Nederland. Ons land blinkt dan wel weer uit in een nieuwe sport als het mountainbiken. Ik denk dat men zich niet bewust is van de betekenis van atletiek. De laatste jaren zijn vooral die sporten ondersteund waar kanshebbers waren. Dat is makkelijk winkelen. Het is juist een mooie uitdaging om een sport van veel hoger niveau, als atletiek, te ondersteunen.”

Jaap Visscher, voorzitter Stichting Landelijk Overleg Onderwijsinstellingen Topsport: “Als klein land staat Nederland met negentien medailles prima op zijn plaats. Bovendien waren er nog een paar tegenvallers op de Spelen, dus het hadden er zelfs meer kunnen zijn. De vraag moet niet zijn hoeveel medailles hebben we gehaald, maar hoeveel halen we er in de toekomst? Hoe bewaren we de continuïteit en hoe zorgen we dat de aankomend talenten de huidige topsporters waardig zullen vervangen?”