Populaire Maagd splijt kerk Mexico

MEXICO-STAD, 10 AUG. Twee mannen die vechtend over straat rollen wegens een vrouw. Het is een weinig verheffend, maar niettemin pikant tafereel. Vooral als de twee mannen in kwestie oudere rooms-katholieke geestelijken zijn en de vrouw een maagd is.

Maar de enigen die gniffelen zijn de functionarissen van het rabiaat anti-clericale ministerie van Binnenlandse Zaken, dat onder andere verantwoordelijk is voor godsdienstige zaken. De rest van Mexico is vooral ernstig geschokt. Het voorwerp van de ruzie tussen de twee kerkfunctionarissen is immers niemand minder dan de Maagd van Guadalupe. Zij is de moeder aller Mexicanen en een van de belangrijkste symbolen van wat hier la mexicanidad wordt genoemd, wat zoiets betekent als het Mexicaans-zijn van de Mexicanen.

De affaire rondom de Maagd en haar twee twistende discipelen begon eind vorige maand naar aanleiding van een vraaggesprek met de abt van de basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad in het Italiaanse tijdschrift 30 Giorni. In het vraaggesprek zou abt monseigneur Guillermo Schulenburg hebben gezegd dat het wonder van de Maagd van Guadalupe niet letterlijk maar eerder overdrachtelijk moet worden geïnterpreteerd. Het wonder betreft een historisch omstreden openbaring van het type-Fatima. Op drie dagen in december 1531 zou de Maagd Maria als 'indiaanse prinses' zijn verschenen aan de 'eenvoudige' indiaan Juan Diego op de heuvel Tepeyac in wat nu het noorden van Mexico-Stad is. Zij zou ook haar beeltenis hebben afgedrukt op zijn mantel - nu een vereerd relikwie in de cultus rondom deze Maagd. De twaalfde december, Guadalupe-dag, is een van de belangrijkste feestdagen in het in naam seculiere Mexico.

De vermeende opmerkingen van de abt leidden tot een storm van protest in Mexico, waar zo'n 95 procent van de bevolking katholiek heet te zijn. De uitbarsting van dit odium plebis was koren op de molen van de aartsbisschop van Mexico-Stad, monseigneur Norberto Rivera Carrera. Hij zag zijn kans schoon om opnieuw het aftreden van de tachtigjarige abt Schulenburg aan de orde te stellen en zo de weg vrij te maken voor de inlijving van de basiliek van Guadalupe bij het aartsbisdom.

Abt Schulenburg lijkt echter geenszins van plan te zijn het rentmeesterschap van het godshuis op de Tepeyac-heuvel op te geven. De basiliek is, dankzij haar naamgeefster, de belangrijkste rooms-katholieke kerk in Mexico en vermoedelijk ver daarbuiten. De eretempel voor de Maagd van Guadalupe is een verplicht bedevaartsoord voor bezoekende (katholieke) staatshoofden, regeringsleiders en zo'n tien miljoen gelovigen per jaar.

De basiliek genereert daarom ook de meeste inkomsten van de katholieke kerk in Mexico. Maar dankzij de grote autonomie van de basiliek hoeft slechts een klein gedeelte van dit geld te worden afgedragen aan het aartsbisdom en aan het Vaticaan. Abt Schulenburg, die in 1963 door Paus Johannes XXIII voor het leven in zijn functie werd benoemd, is naar verluidt een welgesteld man. In alle publiciteit rondom de religieuze twist zijn de bezittingen (onder andere: een woning in een van de duurste wijken van de hoofstad) en wereldse hobby's (snelle auto's) van Schulenburg breed uitgemeten.

De strijd tussen abt Schulenburg en aartsbisschop Rivera, die sinds ruim een jaar in functie is, spitst zich toe op de vragen of Schulenburg wegens zijn leeftijd eigenlijk niet allang had moeten aftreden, of de basiliek een apart bisdom zou moeten worden, en bovenal of de verschijningen van Guadalupe aan Juan Diego nu wel of niet hebben plaatsgehad. Schulenburg (hierin gesteund door de pauselijke nuntius in Mexico-Stad) meent dat de basiliek 'verzelfstandigd' moet worden, maar een overweldigende meerderheid van de Mexicaanse bisschoppenconferentie vindt van niet. Aartsbisschop Rivera wil dat de basiliek onderdeel vormt van zijn aartsbisdom - maar ook dat wordt door de conferentie verworpen. De maagd is van ons allemaal, zeggen de 86 heren van de bisschoppenconferentie.

Pijnlijker voor de Mexicaanse katholieke kerk dan het getouwtrek rond de basiliek is wellicht dat ook in de top van de roomse hiërarchie twijfel bestaat over de authenticiteit van het wonder van Guadalupe. De zalig- en heiligverklaring van Juan Diego zit al meer dan tien jaar vast in de ambtelijke molens van het Vaticaan, en in Rome lijkt men geen haast te maken met een definitief oordeel. Sommige kerkhistorici menen dat de 'verschijning' een truc is die door de kerstenende Franciscanen in de 16de eeuw werd gebruikt om de hardnekkig-heidense indianen tot het 'ware' geloof te bekeren. De populariteit van de Maagd van Guadalupe dient volgens hen te worden verklaard uit het syncretisme, de samensmelting dan wel onderlinge uitwisselbaarheid van inheemse religies met het christelijke geloof, een fenomeen dat wijdverspreid is in Latijns Amerika. De autochtonen aanbaden in de Maagd Maria een van hun eigen (af)goden, maar leken toch te voldoen aan de eisen van het monotheïstische christendom. Indianen blij, Franciscanen ook, kerstening geslaagd.

In de eeuwen sinds de Spaanse verovering heeft het katholicisme vaste grond onder de voeten gekregen in Mexico en is van bewust syncretisme nauwelijks sprake meer. Maar in de onorthodoxe inlijving van de Maagd van Guadalupe in het christendom zien de Mexicanen nog wel iets van het verzet van hun indiaanse voorouders tegen de Spaanse kolonisatie. Daarmee werd de maagd van de Tepeyac-heuvel een van de belangrijkste symbolen van de oorsprong van het 'Mexicaanse ras' en een cruciale antithese voor die andere Moeder der Mexicanen: de indiaanse verraadster Malinche, die als diens concubine optrok aan de zijde van de Spaanse veroveraar Hernan Cortés en sindsdien de minder plezierige karaktertrekken van 'la mexicanidad' symboliseert.

Opmerkelijk in de publieke reactie op de rel rondom de maagd waren niet zozeer de uitingen van blind geloof van hen die toch al rond de 12de december op hun knieën de trappen naar de basiliek beklimmen, maar een geloofsbelijdenis zoals die van Guadalupe (!) Loaeza, columniste van het dagblad Reforma. In een recente column liet deze doorgaans kritische, onafhankelijke en gematigd feministische journalist zich kennen als een levenslange devote onderdaan van de Maagd. Interessant is het antwoord dat haar vader volgens de schrijfster altijd zou hebben gegeven op de vraag of hij katholiek was. “Nee”, zou hij hebben gezegd, “Ik ben Guadalupaan.” “En wij miljoenen Guadalupanen”, zo schrijft Loaeza in een enigszins dreigend slot van haar column aan het adres van abt Schulenburg, “blijven geloven dat de Maagd wel degelijk verscheen aan Juan Diego ...”

De dagen van de bejaarde geestelijke als huisbewaarder van de basiliek lijken te zijn geteld. In recente publicaties in de krant La Jornada laten 'welingelichte kringen in de katholieke kerk' (lees: aartsbisschop Rivera) weten dat Schulenburg voor het eind van het jaar zal aftreden en dat zijn opvolger mogelijk niet langer een rechtstreeks door de paus aangestelde abt, maar een door de aartsbisschop zelf benoemde 'rector' zal zijn. Intussen leggen beide heren in hun zondagse boodschappen aan de gelovigen de nadruk op christelijke tolerantie en het belang van eenheid in de katholieke kerk.

“De essentie van het katholicisme is niet of je wel of niet gelooft in verschijningen”, zegt het Vaticaan bij monde van een in het weekblad Proceso geciteerde persvoorlichter. “Het gaat om de figuur van Jezus Christus.” En, ter nadere accentuering hiervan en met veel gevoel voor dramatiek, verliet onlangs op zijn naamdag het beeld van Christus Koning in plechtige processie de kathedraal van Mexico-Stad voor een rondje om het centrale Zócalo. Voor het eerst in zeventig jaar. Het spektakel stond onder de strakke leiding van aartsbisschop Norberto Rivera.