Londonderry wacht op protestantse marsen

LONDONDERRY, 10 AUG. Heel Noord-Ierland wacht in spanning op een nieuwe geweldsuitbarsting in Derry dit weekeinde. Tussen de protestanten, die willen dat Noord-Ierland bij Groot-Brittannië blijft, en de katholieken, die een verenigd Ierland voorstaan. Geweld in Derry, de tweede stad van Noord-Ierland, de stad waar in 1969 de 'Troubles' begonnen, zou het einde van het Noordierse vredesproces kunnen betekenen.

Dan zal alles waar opbouwwerkers P. Kelly (39) en D. Wark (55) zich de afgelopen paar jaar voor hebben ingespannen, in rook opgaan. Als de protestantse optocht zal uitlopen op gewelddadigheden in Derry, zal de kwetsbare samenwerking tussen hun twee jongerencentra een flinke deuk oplopen. De buurtcentra zijn gevestigd in katholieke en protestante wijken. De katholiek Kelly: “We hadden net een groep protestantse jongeren ervan overtuigd dat de ogen van katholieken niet een centimeter dichterbij elkaar staan dan die van protestanten.” En de protestant Wark: “En dat de schedels van beide groepen even groot zijn.”

Eindeloos overleg over de optochten die de Protestantse Apprentice Boys - gildebroeders - vandaag in de hele provincie willen houden, heeft niets opgeleverd. De protestanten zijn woedend over het besluit van de Britse minister voor Noord-Ierland, Patrick Mayhew, dat de Apprentice Boys niet mogen marcheren over het deel van Derry's 17de-eeuwse stadswal dat uitkijkt over de katholieke wijk Bogside. De katholieken, die de protestantse optochten intimiderend en triomfalistisch vinden, organiseerden gisteravond een tegendemonstratie, die vreedzaam verliep.

Ziek worden Kelly en Wark van de onverzoenlijke taal die Noordierse politici de afgelopen dagen hebben uitgekraamd en de gretigheid waarmee de fanatici uit hun achterban die uitlatingen tot zich nemen. Wil iedereen dan terug naar het aanhoudende geweld op straat, de bomaanslagen en de angst? Is iedereen vergeten hoe heerlijk het staakt-het-vuren was dat zestien maanden heeft geduurd en in februari werd beëindigd door het Ierse Republikeinse Leger?

In het kleine, vervallen buurtcentrum in de protestantse wijk Fountain bespreken de twee mannen de opgelaaide haat en het wantrouwen in hun gemeenschappen sinds de geweldsgolf die een maand geleden begon in het Noordierse Portadown. Ze spreken op fluistertoon, want beneden zitten oudere buurtbewoners die lid zijn van de Apprentice Boys en die zich verheugen op hun traditionele mars. Dit zijn de “fanatieke jongens” wier zonen en kleinzonen buiten enorme stukken hout kapot slaan om vannacht met een groot vuur de feestdag in te luiden.

Pag.4: 'Deze optocht is niet beledigend voor katholieken'

Zij ontvangen morgen trots ten minste tienduizend Apprentice Boys uit heel Noord-Ierland. Met driehonderd fanfares, banieren en oranje vlaggen zullen ze de dertien leerjongens herdenken die in 1689 Derry's stadspoorten dichtgooiden om het leger van de katholieke koning Jacob II tegen te houden.

Kelly en Wark hadden gehoopt dat de jongeren met wie ze dagelijks biljarten, darts spelen en discussiëren (“vloeken is verboden”) de Noord-Ierse samenleving zouden omvormen tot een nieuwe, geïntegreerde maatschappij met gedeelde politieke macht, gedeelde scholen en wijken. Maar als geweld uitbreekt zal dat definitief een eind maken aan die toekomstverwachtingen, zegt Kelly. “Sinds de politie (RUC) hardhandig optrad tegen de katholieken vorige maand in Portadown, neemt de kritiek op ons toe van 'hardliners' in onze wijken. Leden van paramilitaire organisaties zeggen dat we uit de buurt moeten blijven van hun kweekvijver, de jeugd. Veel mensen die vóór Portadown verzoenende geluiden lieten horen, zijn er nu weer tegen. Door geweld dit weekeinde kan Noord-Ierland dertig jaar terugvallen.” Buiten de wijk Fountain in de binnenstad, timmeren de Noord-Ierse politie en het Britse leger houten blokkades met prikkeldraad erop rondom het omstreden deel van Derry's stadswal. Door de stad rijden gepantserde voertuigen. In protestantse wijken hangen bewoners de Britse vlag uit en versieren ze hun straten met rood-wit-blauwe slingers. In katholieke stadsdelen werken jongeren aan nieuwe muurschilderingen: 'Geen sektarische marsen!' en '1969 tot 1996 - Er is niets veranderd'.

27 jaar geleden was het in Derry dat het Britse leger voor het eerst werd ingezet om een opstand in de wijk Bogside te onderdrukken. Ook toen was een optocht van de Apprentice Boys de aanleiding voor de problemen. Dit leger verwelkomden de katholieken volgens Kelly aanvankelijk als hun beschermers tegen protestantse terreur. Een paar jaar later is die groep het leger gaan beschouwen als een bezettingsmacht. In 1971 begon het leger met de 'internment'-politiek: jonge katholieke jongens werden gearresteerd en opgesloten, ook al was er geen bewijs voor hun betrokkenheid bij de nationalistische paramilitaire organisaties. Ook Kelly werd op z'n veertiende herhaaldelijk opgepakt. De 'internment' werd gisteren door de katholieke gemeenschap herdacht.

Tijdens een wandeling door Fountain komen Kelly en Wark de 'protestantse' burgemeester Richard Dallas tegen. Hij laat zich op de foto zetten voor een schildering van Willem van Oranje, die in deze wijk wordt geëerd. Dallas weet niet dat Kelly katholiek is en begint meteen te klagen over het verbod van Mayhew: “Hij ontneemt protestanten het recht te demonstreren zoals zij dat al honderden jaren doen. Deze optocht is niet beledigend voor katholieken, zij stellen zich aan. Sinn Fein zit achter hun verzet, dat is duidelijk.” Kelly zegt niets - de enige reden waarom hij zich kan vertonen in deze wijk is dat hij op cruciale momenten zijn mond weet te houden. Gisteren nog, had een jeugdvriend van hem die zeventien jaar in de gevangenis zat wegens betrokkenheid bij IRA-aanslagen, zich verbaasd over Kelly's ontmoetingen met Wark in de wijk Fountain. “Hij zei dat ik gek was en hier zal worden vermoord als ik niet uitkijk.”

Als het aan mevrouw Burnside (50) ligt, die in Fountain woont, gebeurt dat ook. Ze haat katholieken, zegt ze. Deze magere vrouw, met weinig tanden, weet evenmin wat Kelly's afkomst is en gaat openlijk tekeer tegen de bewoners van Bogside. “Elk weekeinde bekogelen ze mijn huis met bierflessen en stenen. Ik woon aan de grens van deze wijk. Ze hebben geen optocht nodig om gewelddadig te worden. Dus wij zullen marcheren tot onze dood en trekken ons niets aan van dat tuig daar. Iedereen luistert tegenwoordig naar hen, niemand naar ons.”

Ondanks deze geluiden in beide wijken, houden Kelly en Wark vol dat veel inwoners van Derry niet zo radicaal zijn en uitsluitend vrede wensen. Hun eigen 'neutrale positie' schrijven ze toe aan hun volwassenheid. Ze zijn niet zozeer verbitterd over het optreden van protestanten of katholieken, terroristen of het Britse leger. Maar er is één groep die het moet ontgelden: de politici. “De mensen die in dit land en Engeland al decennia lang hele groepen tegen elkaar opzetten, om persoonlijk aan de macht te blijven. De mensen die het ene roepen en het andere doen. Die mensen haten wij.”