Léon Blum (1872-1950); Een literator in de politiek

ILAN GREILSAMMER: Blum

612 blz., Flammarion 1996, ƒ 65,60

Het getuigt van moed om na de monumentale biografie die Jean Lacouture in 1977 over Léon Blum het licht deed zien, zich opnieuw te wagen aan een levensbeschrijving van deze even uitzonderlijke als verguisde Franse staatsman. Ilan Greilsammer, hoogleraar in de politieke wetenschappen aan de universiteit van Jeruzalem, heeft deze uitdaging durven aannemen. Hij heeft daarbij gebruik kunnen maken van nieuw materiaal, vooral van persoonlijke documenten die in Blums Parijse woning in september 1940 door de Duitsers in beslag waren genomen. Lang was aangenomen dat deze papieren in het krijgsgewoel verloren waren gegaan en pas na de val van het communisme in de Sovjet-Unie werd bekend dat ze zich in de archieven in Moskou bevonden. Daarnaast heeft de familie Blum de onderzoeker toestemming gegeven niet eerder gepubliceerde correspondentie van en aan Léon Blum te raadplegen.

In een voorwoord betoogt Greilsammer dat hem een 'persoonlijke biografie' voor ogen stond. Léon Blum (1872-1950) was volgens Greilsammer een romanfiguur, en zijn boek is bedoeld als een evocatie van deze romanheld. De politicoloog heeft dit oogmerk vorm willen geven door Blums relaties met de drie vrouwen uit zijn leven te belichten. Elk van die vrouwen illustreerde een periode uit Blums leven. De erudiete Lise Bloch was zijn levensgezellin in de periode dat Blum een gevierd literair criticus was. Zijn tweede echtgenote was de socialistische militante Thérese Pereyra, tijdens het Volksfront wel la citoyenne Blum genoemd. De derde vrouw in zijn leven was de veel jongere Jeanne Levilliers-Humbert, die hem tijdens zijn internering in Buchenwald heeft bijgestaan.

Die persoonlijke benadering van Greilsammer is er enigszins met de haren bijgesleept. Het grootste belang van politicus (en schrijver) Blum schuilt toch in diens politieke loopbaan en socialistisch engagement. Het is waar dat Blum - ondanks zijn vriendschap met Jaurès - pas op zijn 42ste jaar een openbare functie is gaan bekleden. Greilsammer betoogt dat hij niet onnodig heeft willen uitweiden over de 'politieke' momenten in het leven van Léon Blum. De perioden zijn overbekend, schrijft hij. Toch blijft het wat teleurstellend dat deze nieuwe levensbeschrijving - hoe indringend en vaardig ook geschreven - in vergelijking met de standaardbiografie van Lacouture weinig nieuws naar boven heeft gehaald over de staatsman en politicus Blum.

Blums vader was een joodse lintenkoopman uit de Elzas. Léon was een zeer begaafde leerling, die op de middelbare school een indrukwekkend reeks eerste prijzen in de wacht sleepte. In 1896 begon Blum een lange carrière als literair criticus, waaraan pas in 1914 een einde zou komen. In het begin van deze eeuw werd hij als een van de belangrijkste recensenten van het land beschouwd.

Blum gold in die periode als een erudiet man, elitair van temperament. Het heeft geruime tijd geduurd voordat zijn individualistische en naar anarchisme neigende geest in de richting van het socialisme is gaan evolueren. Al vroeg moest hij weinig hebben van de bourgeoisie en de burgerlijke waarden. Maar tijdens de Dreyfus-affaire was Blum nog geenszins een socialist. Het was zijn vriendschap met Jean Jaurès, die zijn ogen voor de socialistische idealen heeft geopend. Een politieke loopbaan lag voor hem in het verschiet, en in 1905 hield hij zijn eerste rede op een partijcongres. Maar nog in het zelfde jaar concludeerde Blum dat de politiek niet met zijn literaire roeping te combineren viel.

De moord op Jaurès en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hebben in 1914 een einde aan deze afzijdigheid gemaakt. Blum werd kabinetschef van de minister van openbare werken. Deze functie zou hij tot eind 1916 vervullen. Blum keerde toen weer terug naar zijn oude stek, de Raad van State, waar hij al eerder zijn broodwinning had gevonden. Want van zijn literaire kronieken had hij onmogelijk kunnen leven.

Het jaar daarop brak de Sovjet-revolutie uit. De revolutie verergerde de verdeeldheid in de SFIO, de Franse socialistische partij. In november 1919 werd Blum tot parlementslid gekozen. Zijn redenaarstalenten vielen op, en Blum werd in zijn partij al snel de ziel van het verzet tegen de toetreding tot de communistische internationale. Op het congres van Tours in 1920 werd de afsplitsing van de socialistische minderheid een feit.

De legende van Blum was begonnen. In 1924 werd hij tot leider van de SFIO uitgeroepen. Het was vooral aan Blum te danken dat de wederopbouw van de afgesplitste socialistische partij in de jaren twintig zo voorspoedig kon verlopen. Op rationele gronden veroordeelde hij het Verdrag van Versailles. Met als gevolg dat rechts hem sneerend “de woordvoerder van Duitsland” ging noemen. Maar Blum begreep al in een vroeg stadium dat de exhorbitante eisen waaraan Duitsland moest voldoen, nationalistische ressentimenten zouden oproepen. Zijn hele leven zou Blum nationaal chauvinisme veroordelen, ook in zijn eigen land.

Consequent

Maar Blums politieke besef was niet altijd zo lucide. Zo heeft hij na het schisma van Tours in het bolsjewisme alleen een tijdelijke deviatie willen zien, die geen lang leven zou zijn beschoren. Later heeft hij de aard van het opkomende nationaal-socialisme in Duitsland onvoldoende begrepen. Greilsammer geeft een onthullend beeld van het virulente antisemitisme in het Frankrijk van de jaren dertig. Laster en anti-joodse haat hebben Blum zijn hele leven vervolgd. Al voor 1914 werd hij als literair criticus vergast op het bekende anti-semitische repertoire: verwoesting van de christelijke moraal, seksuele perversiteit. Léon Blum heeft er consequent voor gekozen - ook later als premier - om nooit op deze aanvallen te reageren. Greilsammer vermeldt boeiende bijzonderheden over de zionistische idealen van zijn romanfiguur. Zo was Blum er erg mee ingenomen dat er in 1938 in Palestina een kibboets naar hem werd vernoemd.

In de periode die aan de vorming van de Volksfront-regering voorafging, nam het anti-semitisme in Frankrijk gewelddadige vormen aan. Oproepen tot (racistische) moord bleven ongestraft. “Blum moet worden gefusilleerd, maar dan wel in de rug”, schreef Charles Mauras van de Action Française. In februari 1936 ontsnapte Blum in Parijs ternauwernood aan een lynchpartij. Twee jaar eerder was Parijs het toneel van bloedige onlusten geweest. Voor Léon Blum stond het sindsdien vast dat alleen een unitaire strategie van links het fascistische gevaar zou kunnen bezweren. Na de linkse verkiezingsoverwinning in mei 1936 zegden de communisten hun steun toe, maar ze bleven buiten de regering.

De eerste Volksfront-regering heeft het slechts één jaar uitgehouden. Van het begin af aan werd premier Blum met stakingen geconfronteerd. Greilsammers beschrijving van deze episode is niet geheel overtuigend. Volgens hem was Blum geroerd door de vreugde en waardigheid van de stakers, en heeft hij nooit een woord van verwijt aan hun adres geuit.

De historicus Jean-Pierre Roux heeft in Le Monde vraagtekens achter deze euforische uitleg geplaatst. De stakingsgolf heeft immers de armslag van de regering-Blum, die door de zorgelijke economische conjunctuur toch al niet groot was, verder beperkt. Op het proces dat het Vichy-bewind in 1940 tegen hem zou aanspannen, heeft Blum trouwens zelf aangegeven dat de stakingen het gezag van zijn regering hebben ondermijnd.

In zijn weergave van de Volksfront-periode valt Greilsammer soms moeilijk te volgen. Enerzijds gaat hij uitgebreid in op Blums terugkrabbelen - onder Britse druk - van zijn belofte tot wapenleveranties aan de republikeinse regering in Madrid. Dit was inderdaad een ongelukkige start voor Léon Blum, die het imago van zijn regering al meteen afbreuk heeft gedaan. Daarentegen worden de dramatische ontwikkelingen die uiteindelijk tot de mislukking van het Volksfront-experiment leidden, in slechts enkele pagina's afgedaan. Juist omdat Blum zo'n centrale plaats in deze episode innam, wordt de lezer hier tekort gedaan.

Terecht neemt Greilsammer Blum in bescherming tegen de vaak gehoorde kritiek dat het Volksfront op een faliekante mislukking is uitgedraaid. Greilsammer houdt het liever op een halve mislukking. De grote verdienste van de regering-Blum is geweest dat zij het sociale gezicht van Frankrijk ingrijpend heeft kunnen veranderen door de invoering van CAO's, de veertigurige werkweek, het recht op betaalde vakanties en andere hervormingen.

De elegante intellectueel Léon Blum was de belichaming van het Volksfront. Ondanks zijn hoge, bijna vrouwelijke stem, was hij een meeslepend redenaar. Er werd gegniffeld om zijn bizarre gewoonte om officiële bezoekers in kamerjas te ontvangen. Maar die bezoekers werden tevens getroffen door Blums grote kennis van dossiers.

Blum was de antipode van de opportunistische politicus, hij liet zich zoveel mogelijk door morele principes leiden. Tegelijk was hij vermoedelijk te naïef voor het keiharde politieke métier. Hij wilde graag aardig worden gevonden, en dat is gevaarlijk in de politiek. Zijn ingewortelde optimisme heeft hem nogal eens parten gespeeld. Materieel gewin heeft hem nooit geïnteresseerd. Herhaaldelijk heeft Blum tekorten bij le Populaire, het socialistische partijorgaan, met eigen middelen gedekt.

Na de militaire ineenstorting van Frankrijk stemden op 10 juli 1940 in Vichy slechts 80 van de 569 afgevaardigden en senatoren tegen de toekenning van volmachten aan maarschalk Pétain. Léon Blum was een van die tachtig tegenstemmers; het Vichy-bewind was voor hem “een enorm en wreed misbruik van moreel vertrouwen”.

Proces

In deel IV van L'Oeuvre, waarin zijn geschriften zijn verzameld, beschrijft Blum de sfeer van angst en fysieke dreiging, die hem die dagen omgaf. Men meed hem zorgvuldig, ook bijna al zijn oude socialistische kameraden hadden hem in de steek gelaten. Fascistische knokploegen stonden aan de ingangen van het gebouw. Blum kon alleen nog rondlopen, wanneer hij omringd werd door lijfwachten van enkele trouw gebleven parlementariërs. Hij werd in september gearresteerd. Zijn proces begon pas anderhalf jaar later. Daarin domineerde hij zozeer, dat hij al snel van beklaagde aanklager werd. De toenmalige minister van justitie in Vichy jammerde: “De Duitsers zijn ontsteld te zien hoe een jood de Maarschalk weet aan te pakken”. Pétain bleef niets anders over dan het proces voor onbepaalde tijd op te schorten.

Blum is twee jaar lang in Buchenwald geïnterneerd geweest. Hij verbleef niet in het eigenlijke kamp, maar in een zwaar bewaakte woning er dichtbij. In 1944 begreep Blum dat de Duitsers hem als gijzelaar beschouwden en dat het elke dag met hem kon zijn afgelopen. Hij liet een testament opstellen, een indrukwekkend document waaruit bleek dat hij ook in deze benarde omstandigheden niets van zijn overtuigingen had prijsgegeven. Hij verklaarde als Fransman, socialist en jood plechtig te geloven dat er voor vergelding tegen de Duitsers geen plaats mocht zijn. “De voorwaarden van de werkelijke, van duurzame vrede zijn dezelfde gebleven, evenals die voor de sociale rechtvaardigheid. Die zijn niet aan de willekeur van onze nationale of persoonlijke ellende overgeleverd”.

De snelle opmars van de Amerikanen heeft Blum het leven gered. Ook nadat hij - terug in Parijs - had vernomen dat zijn broer René in 1942 levend in de ovens van Auschwitz was gegooid, bleef Léon Blum betogen dat het Duitse volk niet collectief verantwoordelijk kon worden gesteld voor de misdaden van de nazi's.

    • Eric Boogerman