Landelijke Studenten Vakbond pleit in boek voor medeverantwoordelijkheid van de student; 'Universiteit is geen bedrijf als alle andere'

De Landelijke Studenten Vakbond brak deze week in een boek 'MUB of Monet' een lans voor 'een open discussie over de universitaire bestuursstructuur'. MUB, Modernisering van de universitaire bestuursorganisatie, is het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer komende maand behandelt. Volgens de bond mist het de kern: de directe betrokkenheid van studenten bij het bestuur.

ROTTERDAM, 10 AUG. Onder verwijzing naar de Franse schilder Monet willen de auteurs van 'MUB of Monet' door middel van “een impressionistische schets” de spontane indruk weergeven die “de ideale universiteit” bij hen oproept.

De beroepsbestuurders aan de universiteiten en de leden van het wetenschappelijk korps zouden er goed aan doen om eens wat creatiever te zijn, aldus de klemmende oproep van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Zij zouden uit het keurslijf moeten breken van een discussie die volgens de LSVb is vastgelopen, en die nu dreigt uit te monden in de MUB. De Tweede Kamer zal de wet op 3 september behandelen in een plenair debat.

De tot nu toe gevoerde discussie kent geen creativiteit, schoonheid of beeldend vermogen, zo heet het in het voorwoord van 'MUB of Monet'. Daarom doet de LSVb een hartstochtelijke oproep aan “andere impressionisten” om mee te doen aan een open discussie. Na het tijdperk van de 'kritiese en democratiese' universiteit acht ook de LSVb de tijd rijp voor verandering, maar deze gaat in een heel andere richting dan de nieuwe MUB.

Steen des aanstoots in de MUB het concept van de universiteit als bedrijf. Op grond daarvan worden de studenten beschouwd als consumenten. Dat is een degradatie, aldus de LSVb. Studenten zijn niet te vergelijken met gewone consumenten. “Studenten hebben niet de onafhankelijkheid, keuzevrijheid, experimenteerruimte en doorzichtigheid van de gewone markt die gewone consumenten wel kunnen hebben.” Studenten maken deel uit van een unieke werkgemeenschap, en daarom behoren zij ten volle medeverantwoordelijk te zijn voor het reilen en zeilen van de universiteit. Dat houdt in dat de studenten op de diverse niveaus medebeslissingsrecht behoren te hebben, en niet de afgezwakte vormen van medezeggenschap, inspraak en instemmingsrechten, zoals nu wordt voorgesteld. Zij willen gelijkwaardige gesprekspartners zijn van bestuurders en docenten, en niet louter adviseurs van goedwillende en hopelijk verstandige bestuurders.

De visie van de universiteit als bedrijf zou te gemakkelijk leiden tot een flirt met een soort slagvaardigheid waarbij autoritaire bestuurders volop de ruimte krijgen. De LSVb vindt het naïef om uit te gaan van “de mythe van de goede manager”. Daarbij is de nieuw in te stellen Raad van Toezicht, zoals voorzien in de MUB, weinig anders dan een Raad van Commissarissen zoals die in het bedrijfsleven voorkomt. Ritzen refereert zelf, zij het met de nodige nuancering, ook aan deze gelijkenis.

Tussen de abstracte verhandelingen door zijn de studenten op zoek naar bondgenoten. De universitaire beroepsbestuurders worden door de LSVb in hun eigen jargon aangesproken. Beroepsmanagers zijn rationele beslissers. Dat krediet krijgen ze nog wel, maar de analyse van hun versterkte positie op basis van de MUB stelt de LSVb niet gerust. Want op grond van het leerstuk van 'integraal management' wordt de machtpositie van het College van Bestuur en van de decaan nieuwe stijl aanmerkelijk versterkt, terwijl het medebestuur in Universiteitsraad en Faculteitsraad plaats moet maken voor nieuwe vormen van medezeggenschap. Niet alleen de studenten maar ook de leden van de wetenschappelijke staf zouden zich moeten verzetten tegen deze nieuwe onvrijheid, zo is de boodschap.

De schets van 'de ideale universiteit' is een exercitie die al het bestaande even wegdenkt en 'from zero' uitmondt in een nieuwe werkelijkheid. Daarin passen studenten en docenten die samen een mandaat hebben om, desgewenst, het onderwijs aan te passen. “Zij zijn daardoor ook werkelijk geïnteresseerd in het beheer en bestuur van de universiteit.”

Die ideale toestand zou er bovendien toe kunnen leiden dat de studenten “ongemerkt meer dan veertig uur bezig zijn met hun studie”. Maar dat kan alleen als de studenten als participanten, en niet als consumenten, effectief invloed kunnen uitoefenen op alle onderdelen van hun opleiding.

In de MUB is van dit alles niets te vinden, zo luidt de kritiek. Daarom krijgen de Kamerleden, nu het nog niet te laat is, een compleet Voorstel van wet voorgeschoteld met als titel 'Postmoderne universitaire bestuursstructuur'. Kortheidshalve is dit voorstel beperkt gebleven tot een alternatief voor de regeling van de opleiding. Het wetenschappelijk onderzoek valt buiten dit bestek.

Voor de LSVb ziet de universiteit er straks heel anders uit, met een opleidingsraad, een opleidingsbestuur, kwaliteitscommissies en een 'ombudspersoon', waarbij de studenten ten volle medeverantwoordelijkheid dragen. Dit alles wordt uitgewerkt in een Memorie van Toelichting en in wetsartikelen die per artikel worden toegelicht.

Volgens de MUB kunnen de studenten straks op alle niveaus inspreken, en blijkens de schriftelijke voorbereiding van het wetsvoorstel verwacht de indiener veel van die 'geprononceerde' inspraak. Maar dat is in de ogen van de LSVb iets fundamenteel anders dan het medebeslissingsrecht.

In het Advies van de Raad van State heeft minister Ritzen de vraag voorgelegd gekregen hoe hij kan stellen dat in zijn wetsvoorstel de invloed van de studenten is toegenomen, terwijl het medebestuur in Universiteitsraad en Faculteitsraad wordt ingeruild voor inspraak en medezeggenschap. In zijn antwoord daarop “nuanceert” de minister dit. Hij wijst erop dat de positie van de studenten sterker is toegesneden op hun directe belang. Als voorbeeld noemt hij hun nieuwe positie in de opleidingscommissies.

Het is niet moeilijk te raden waarom Ritzen dit antwoord zo omzichtig formuleert. Als geen ander beseft hij dat hij de studenten nog nodig zal hebben als draagvlak voor zijn beleid. Dit wetsvoorstel is voor hem van groot belang. Eerder betitelde Ritzen de verandering van het universitaire bestuurssysteem nog als “een kwestie van leven of dood voor de universiteit”.

De LSVb blijft intussen beducht dat eenieder die werkt onder de vleugels van de Alma Mater straks, als de MUB het Staatsblad haalt, zal zuchten onder de harde hand van autoritaire vaders.