Konya geniet van triomf politieke islam

KONYA, 10 AUG. “Ik stem niet op de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij”, zegt Mustafa Temiz (30), een tapijthandelaar in Konya, “maar ik moet toegeven dat sinds de komst in 1989 van Halil üUrn als burgemeester de stad beter wordt bestuurd.”

Konya, in Centraal-Anatolië, is het Vaticaan van Turkije: het centrum van de politieke islam. Van hieruit begon de leider van de Welvaartspartij, Necmettin Erbakan (70), in 1969 zijn politieke carrière. Vorig maand keerde hij er zegevierend terug. Niet alleen als de voorman van wat inmiddels de grootste partij is in Turkije, maar tevens als premier van een coalitieregering van religieus-fundamentalisten en conservatieven. Ruim zeventig jaar na de oprichting van de seculiere Turkse republiek zijn de religieus-fundamentalisten er opnieuw in geslaagd hun stempel op de nationale politiek te drukken.

De stad, met inmiddels een miljoen inwoners, geniet onbescheiden van die triomf. Met de leus 'Een Turkije zoals Konya' wordt een voorschot op de tijd genomen. Mehmet Sözer, hoofd van de Welvaartspartij in Konya, gaat zelfs nog een stapje verder. “De stad wordt het centrum van de door Erbakan nog op te richten unie van islamitische landen”, voorspelt hij. “De welvaart die de politieke islam in Turkije voor de bevolking nastreeft”, aldus Sozer, “houdt niet op bij de landsgrenzen. Erbakan wil de banden met het Westen zeker niet verbreken, maar de nadruk ligt vooral op het verbeteren van de betrekkingen met de islamitische wereld.”

Tijdens zijn eerste buitenlandse reis als premier, die zaterdag begint, bezoekt de leider van de Welvaartspartij de islamitische republieken Iran en Pakistan, twee landen met een grote moslim-bevolking: Maleisië en Indonesië en naar de handelsstaat Singapore (15 procent moslims). De Verenigde Staten, maar ook de seculiere Turkse legerstaf, hebben kritiek op het bezoek aan Iran, een land dat internationaal wordt veroordeeld voor zijn steun aan islamitische terreurorganisaties.

De Welvaartspartij behaalde bij de laatste parlementsverkiezingen in december 41,8 procent van de stemmen in Konya, bijna twee keer zoveel als het nationale gemiddelde van 21,3 procent. Die winst ging zowel ten koste van de linkse als de rechtse politieke partijen. De twee sociaal-democratische partijen (CHP en DSP) vergaarden slechts 5,9 procent, terwijl ze vijf jaar geleden nog een kleine twintig procent van het electoraat in Konya achter zich wisten te krijgen. Ook de twee rechtse partijen (de Moederlandpartij en DYP) tuimelden vele procenten.

Konya staat hiermee model voor wat de Welvaartspartij in heel Turkije nastreeft. Door de nadruk te leggen op het verbeteren en uitbreiden van de gemeentelijke voorzieningen bindt de partij de door de chronisch hoge inflatie steeds verder verarmende bevolking aan zich. Bovendien worden er onder de allerarmsten voedselpakketten uitgedeeld, krijgen deze in de winter kolen en worden hun kinderen met financiële steun van islamitische stichtingen naar school gestuurd. De stad is er trots op dat zij zelfs welzijnsorganisaties heeft die jongeren uit de allerlaagste lagen van de bevolking in de gelegenheid stellen om toch te trouwen door hen van huisraad en een uitzet te voorzien. “Het zijn de taken die de staat verzuimt op zich te nemen”, aldus Esma üUrn hoofd van de vrouwenbranche van de Welvaartspartij.

Burgemeester üUrn, voorheen als milieudeskundige verbonden aan de Selcuk-universiteit in de stad, wijt zijn succes en dat van de Welvaartspartij aan de onbaatzuchtige liefde die men voor het volk aan de dag legt. “We zijn niet corrupt”, zegt hij. “We maken geen misbruik van onze macht. We dienen slechts de burgers.” In filosofische termen refereert hij aan Mevlana, een veertiende-eeuwse theoloog en dichter die zich vanuit Iran in Konya vestigde. Mevlana was een soefi, een islamitische mysticus, voor wie de liefde voor God het allerbelangrijkste was. Zijn verzen spreken vooral van tolerantie.

Voor menige bewoner van Konya is het dan ook niet te begrijpen dat de stad door de secularisten in Turkije wordt aangemerkt als het centrum van de conservatieve islam. Atatürk, de oprichter van de Turkse republiek in 1923, verbood de religieuze sekten. Het was geruime tijd zelfs niet toegestaan om te bidden bij het graf van Mevlana in Konya. De sekten ondermijnden volgens de secularisten het centrale gezag. Ondanks het verbod is de politieke macht van de religieuze sekten in Turkije tot op de dag van vandaag enorm. Algemeen wordt aangenomen dat zowel de achterban als de leiding van de Welvaartspartij wordt gedomineerd door aanhangers van de Naksibendi-sekte. Dat was evenzeer het geval met de voorloper van deze moslim-fundamentalistische partij, de Partij van Nationaal Behoud (NSP).

De tolerantie die burgemeester üUrn nu predikt, staat in schril contrast met zijn optreden in 1989. Hij voerde toen gescheiden bussen in voor mannelijke en vrouwelijke studenten op de universiteit. Op verzoek van de studentes, zo verklaarde hij. Dat leidde tot felle kritieken in de seculiere dagbladen, die üUrn afschilderden als een religieus-fundamentalist en een gevaar voor het seculiere systeem. De segregatie is inmiddels weer teruggedraaid, maar de Welvaartspartij neemt stukje voor stukje bezit van de stad.

Het straatbeeld wordt gedomineerd door vrouwen met hoofddoeken om, zowel op de streng islamitische manier omgeknoopt, als in de nek vastgeboden. Een kleine minderheid van de vrouwen loopt in moderne kleding en heeft blote armen. Een korte rok valt niet te ontdekken. Zelfs niet onder de vele Turken uit Konya die in de afgelopen decennia naar West-Europa zijn getrokken en die gedurende de zomermaanden naar hun geboortestad terugkeren. Slechts aan de buitenlandse nummerplaten op hun auto's is te zien dat ze niet tot de plaatselijke bevolking behoren. Een gepensioneerde onderwijzer die anoniem wenst te blijven, vergelijkt de groeiende machtspositie van de Welvaartspartij in Konya met wassend water. “Het laat zich nauwelijks tegenhouden. Het is een proces dat zich vooral achter de schermen voltrekt. Sinds 1980 wordt het onderwijs al gedomineerd door de moslim-fundamentalisten. Met de komst zeven jaar geleden van een islamitische burgemeester wordt nu ook de rest van het ambtelijke apparaat volledig door hen overgenomen. Dat beperkt zich niet tot de gemeentelijke diensten. Ook de provinciale en landelijke instellingen in Konya worden door nieuw, aan de Welvaartspartij gelieerd, kader overspoeld.”

Konya is een relatief rijke stad. Er zijn nauwelijks verarmde buitenwijken; er is industrie en er wordt volop gebouwd. Huseyin üUznmez, voorzitter van de Kamer van Koophandel, zegt dat de stad vorig jaar voor 300 miljoen dollar aan goederen naar het buitenland exporteerde. Voor dit jaar verwacht hij een groei van 75 tot 100 procent. Zijn klacht is dat Turkije nu weliswaar een douane-overeenkomst heeft met de Europese Unie (EU), maar dat zakenmensen die handel willen drijven met de EU-lidstaten wel elke keer een visum nodig hebben voor deze landen. “Met de Britse ambassade in Ankara hebben we kunnen afspreken dat zakenmensen die een aanbevelingsbrief van de kamer van koophandel in Konya hebben, zonder problemen een visum krijgen. Maar met bijvoorbeeld de Nederlandse en de Duitse ambassades valt die afspraak niet te maken.”

Burgemeester üUrn meldt trots dat de prijs van brood in Konya het laagste is in heel Turkije. Ook het openbaar vervoer en leidingwater kosten er minder dan in de rest van het land. “Konya is een vlakke stad”, werpt Musa Akgül, voorzitter van de Republikeinse Volks Partij (CHP) tegen, “dat maakt de aanleg van bijvoorbeeld tramrails of waterleidingsystemen een stuk goedkoper dan in de bergachtige delen van Turkije.” Akgül meent dat het ook voor een aanhanger van de seculiere islam nog steeds mogelijk is om in vrijheid in Konya te wonen. “Het sociale leven is gevarieerd.”

Toch streeft hij naar samenwerking tussen de politieke partijen en de verschillende organisaties in Konya om de stad niet helemaal in handen te geven van de politieke islam. Een van de eerste zaken die de CHP zelf heeft gedaan, is de heroprichting van de na de militaire staatsgreep in 1980 verboden jongerenafdelingen van de partij. Er zijn inmiddels 150 actieve leden. “De politieke islam is er in de afgelopen jaren aardig in geslaagd om haar ideeën aan de totale bevolking op te dringen”, meent voorzitter Hasan Arslan (20).

“Dat zie je met name op de middelbare scholen en de universiteit. Zo worden meisjes die geen streng islamitische hoofddoek dragen en die met jongens omgaan, op hun gedrag aangesproken.” Volgens Arslan leidt dat tot een depolitisering onder de jongeren in Konya die zich niet door de Welvaartspartij voelen aangesproken. “Om geen problemen te krijgen gedurende hun studietijd, houden ze zich afzijdig van de politiek.”