KOELE KIKKER OP HANDEN GEDRAGEN

Hij was een elegante, technisch vaardige aanvaller. Spelend in het befaamde rode shirt met de witte ster. Jo Bonfrère (50) voetbalde zijn hele leven bij MVV. Als coach won hij vorige week de gouden medaille met het olympisch elftal van Nigeria. 'Hé coach, je moet blijven. Je bent één van ons.'

Eijsden is geen Lagos. In het grensdorp van Limburg en België wordt de olympische zege op bescheiden manier gevierd. Ver weg van de Nigeriaanse metropool, waar het volk deze week is uitgelopen voor de nationale voetbaltrots, kijkt de buitenlandse coach met een verlegen glimlach naar de bloemen en de versieringen van vrienden en bekenden. “Ik hoef niet op een voetstuk te worden geplaatst. Ik heb gewoon mijn werk gedaan.”

Nuchterheid was het kenmerk van de voetballer Jo Bonfrère. Hij gold als een groot talent dat liever op straat voetbalde dan in het stadion. Talloze aanbiedingen kreeg hij in de jaren zestig en zeventig, hij legde ze allemaal naast zich neer. Hij zou altijd in de Geusselt blijven spelen, in het stadion waar hij morgen wordt gehuldigd, als enige Nederlandse olympische voetbalkampioen.

Bij MVV had je Bonfrère en Brokamp, de aangever en de goalgetter. Zijn vriendschap met de huidige kastelein op het Vrijthof is altijd bijzonder geweest. “Als Willy weer eens een keer rechtstreeks uit het café naar de training kwam, deed ik altijd een paar stapjes terug. Dan bleef ik bij hem in de buurt, zodat hij niet voor gek liep.”

Nuchterheid is het kenmerk van de trainer Bonfrère. Daar stond hij vorige week, temidden van de hossende Afrikaanse menigte in het olympische Sanford Stadium in Athens. Als een koele kikker nam hij de gelukwensen in ontvangst. De spelers bedankten hem voor bewezen diensten. Hij had een groot aandeel in de 3-2 overwinning op Argentinië. Dankzij de tactische aanwijzingen van Bonfrère konden de Nigeriaanse sterren schitteren.

“Ik was na elke overwinning al weer met de volgende wedstrijd bezig. Video's bekijken, aantekeningen maken. De avond voor de finale heb ik op bed gegeten, alleen maar kijken naar de tape van Argentinië. Ik heb ze gewaarschuwd voor die kopsterke spits en verdomd: na drie minuten scoort die jongen met het hoofd. Ik kwaad natuurlijk. Steken ze allemaal hun hand op. 'Sorry coach, je hebt het verteld, maar we hebben niet goed geluisterd.' Als je die gezichten zag, kon je eigenlijk niet kwaad worden.

“Ik ben trots op de gouden medaille, vooral door de manier waarop we die behaald hebben. Met aanvallend voetbal, over de flanken. Meer op gevoel dan op verstand. We hebben ons nooit aangepast aan de tegenstanders. En Brazilië en Argentinië waren niet de minste natuurlijk. Dat zijn aansprekende ploegen, met een grote reputatie. Bang zijn we nooit geweest. Voor we naar de Spelen gingen, heb ik tegen iedereen verteld dat we voor een gouden medaille zouden strijden. Zo overtuigd was ik van de kwaliteiten van de spelers.”

De voetballer Bonfrère was een beetje lui, de trainer is een workaholic. De laatste zes weken stond hij bijna dag en nacht op het veld. “Ik trainde vier keer per etmaal. De keepers apart van de spelersgroep. En dat in die hitte, kun je je voorstellen? De spelers keken hun ogen uit. 'Coach, ben je nooit moe?' Ik deed gewoon mijn werk, daarom wil ik nu ook niet op een voetstuk worden geplaatst. De jongens hebben het gedaan, ik heb ze een handje geholpen.

“Omdat ik zelf als jongetje van zeventien ook alleen maar met de bal wilde dribbelen, kon ik me aardig in deze groep verplaatsen. Als trainer raak je meer bewust van het voetbal dan als speler. Je ziet dat er meer bij komt kijken dan een beetje dribbelen. Er lopen veel jongens bij die zich balgevoel hebben eigen gemaakt, zonder dat iemand ze heeft verteld hoe ze moeten voetballen. Het heeft veel tijd en energie gekost om hen de juiste tactiek bij te brengen. Als coach heb je wel eens hoofdpijn als je alles voor het eerst moet uitleggen, maar je doet het met plezier. En een dag later met nog meer plezier, omdat ze de dingen heel snel oppikken.”

Sinds 1990 werkt Bonfrère voor de Nigeriaanse voetbalbond. Eerst als assistent van de omstreden Nederlandse bondscoach Clemens Westerhof, die zijn eigen belang voorop stelde en weinig geliefd was bij spelers en supporters. Na het vertrek van Westerhof kreeg Bonfrère in 1995 de verantwoordelijkheid over alle vertegenwoordigende elftallen. Hij reisde naar buitenlandse toernooien, zag een groot deel van de wereld. Hij werd een rijker mens.

“In Europa hoef je je als trainer alleen maar met voetballen bezig te houden. Ik kwam met veel mensen in contact. Visum aanvragen, vliegtickets reserveren. Iedere dag was een nieuw avontuur. Op de Spelen sliepen we met drie spelers op een kamer met twee bedden. We hadden drie reserves die officieel in een ander hotel moesten slapen. Dat kon dus niet, vonden de anderen. Als een rijke prof op de grond moet gaan slapen, is dat geen enkel probleem. Nigerianen zijn heel sociaal ingesteld. Als de ene persoon honderd dollar heeft en de ander heeft negentig dollar nodig om te overleven, dan krijgt hij die.”

Over zijn problemen met Westerhof laat de beminnelijke Bonfrère weinig los. In bedekte termen maakt hij duidelijk waar de bron van ergernis vandaan kwam. “Er zijn trainers die zich langs de lijn proberen te verkopen. Die verschuilen zich achter excuses als de spelers hebben verloren. Daar doe ik niet aan mee. Als ze verloren hebben, heb ik ook verloren, dan is het voor een deel mijn schuld. Blijkbaar heb ik mijn spelers vooraf niet goed geïnstrueerd.

“Ik was maandenlang van huis, maar ik had het er graag voor over. Als coach is werken met talent het mooiste dat er is. Op tactisch gebied loopt een zeventienjarige in Nigeria ver achter bij de Europeanen. Maar dat hoeft helemaal geen nadeel te zijn. Laat ze eerst maar lekker ballen, die tactiek komt later wel. In Nigeria wordt een voetballer minder in een keurslijf geperst dan in Nederland. Dat zie je op het veld terug.

“Nigerianen zijn een fier volk. Ze zijn betrekkelijk rijk door alle olie die er in de grond zit. En ze hebben een enorme liefde voor het spelletje. Overal zie je kinderen op straat voetballen. Als een Nigeriaanse prof uit Europa overkomt, pakt hij eerst zijn schoenen en gaat hij op een veldje een partijtje spelen. Straat tegen straat. Ze spelen echt niet alleen om de knikkers. Als ze honderd dollar voor een wedstrijd krijgen, zouden ze niet weigeren.”

Bonfrère noemt het een verademing met zo veel talent te kunnen werken. Talent dat elkaar vrijlaat, dat elkaar laat voetballen. De Nigeriaanse voetbalcultuur wordt niet beheerst door roddel en achterklap, door kabels of huidskleur. Overigens blijkt hij niet op de hoogte van de problemen rond het Nederlands elftal. Tijdens het Europees kampioenschap was hij in Nigeria.

“Discussies zijn er wel, maar die leiden nooit tot ruzies. Handtastelijk worden ze nooit. Gelukkig maar, want ze zijn beresterk. Het zijn allemaal heel gespierde knapen. Als je tegen een speler opbotst, is het net of je tegen een eikenhouten meubelstuk aanloopt. Keihard.

“Als er onenigheid is over een bepaalde voorzet, gaan ze in een bepaald dialect behoorlijk tegen elkaar tekeer. En ik versta alleen maar Engels, dat kost me al moeite genoeg. De rest van de groep treedt vaak corrigerend op. 'Hé coach, die twee spelers hebben ruzie met elkaar, je moet ze straffen.' Ik geef vervolgens een boete van honderd dollar en we gaan weer over tot de orde van de dag.

“Ik ben blank en daar maken ze wel eens grapjes over. Dan gooien ze mijn deelnemerskaart tussen die van de spelers en moet ik hem er uit vissen. Alsof die ene foto met die blanke kop zo moeilijk te vinden is. Natuurlijk heb ik een andere mentaliteit, maar op zo'n groot toernooi zijn we één grote familie. Ze komen uit heel Europa en hebben allemaal hetzelfde doel: olympisch goud.

“Ik heb het voordeel gehad mijn materiaal zelf te kunnen selecteren. Ik had voor negentig procent de vrije hand, voor tien procent wilden bepaalde personen invloed uitoefenen. Dat kon ik niet accepteren. De sportminister wilde andere spelers op het veld zien. Toen ik niet naar hem luisterde, heeft hij me dat laten merken. Dan verlaagde hij de volgende keer mijn premie.

“Ik heb altijd tegen hem gezegd dat geld mij niet op andere gedachten kon brengen. 'Als je mij wilt straffen omdat ik jouw spelers niet wil opstellen, mag je dat gerust doen, maar morgen selecteer ik weer mijn eigen spelers.' Door die houding dwong ik wel respect af bij de spelers. Ze zijn heel bang dat er voor mij iemand in de plaats komt die gaat heulen met de minister.”

Hij spreekt over zijn opvolger alsof zijn vertrek aanstaande is. Bonfrère heeft een doorlopend contract tot 1998, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat hij de komende maanden terugkeert naar Nigeria. Hij voelt zich verplicht minder vaak van huis te zijn. En als hij eerlijk is, heeft hij zijn buik vol van de sportminister en diens gevolg.

“Ik wil best praten met bepaalde mensen, of ze de situatie kunnen veranderen. Maar in mijn hart betwijfel ik of zoiets nog zin heeft. Je kan een cultuur niet veranderen. De spelers hebben me voor de Spelen ook al een keer overgehaald om te blijven. Het is heel moeilijk om een spelersgroep te verlaten die honderd procent achter je staat. Maar je moet ook heel sterk in je schoenen staan om in Nigeria als trainer te overleven.

“Ik moet nog steeds een deel van mijn salaris ontvangen. Dat is niet van het grootste belang. Ik doe het werk veel te graag. Het is niet professioneel en eigenlijk niet goed te praten, dat ik zo laks ben. Ik zou veel meer op mijn strepen moeten staan. Maar je kunt de aard van het beestje nu eenmaal niet veranderen. Ik ben een makkelijk mens, laat veel over me heen komen. Dat was vroeger al zo. Bijna elk jaar was er belangstelling van buitenlandse clubs. Door het transfersysteem bleef ik aan MVV gebonden.

“Daarom kan ik me goed inleven in zo'n jongen als Kanu. Hij begrijpt niet waarom een Europese speler meer vrijheid krijgt om van club te veranderen dan een Afrikaanse speler. Als Inter meer betaalt dan Ajax, waarom zou hij dan niet weg mogen? Vergeet niet dat de Nigeriaanse voetballers het geld in wezen harder nodig hebben. De rijkste persoon wordt geacht zijn hele familie te onderhouden. Ook de ooms en de tantes, de neven en de nichten. Kanu voelt de druk van buitenaf. Over vijf jaar kan het afgelopen zijn met zijn loopbaan. Moeten wij hem dan gaan vertellen dat hij per se bij Ajax moet blijven?”