Je koopt een huis om te wonen, niet om rijk te worden

Willem Vermeend is groot en Flip de Kam is zijn profeet. Die indruk krijg je bij het lezen van De Kams professorale overpeinzingen over het huurwaardeforfait (NRC HANDELSBLAD, 6 augustus). Deze moeten kennelijk argumenten aanreiken om de staatssecretaris van Financiën bij te staan nu het kabinet aan het dekkingsplan gaat beginnen.

Het huurwaardeforfait moet juist omlaag, en dat gaat de schatkist veel geld kosten. Nu kost het eigenaren te veel geld. Maar het overheidstekort moet ook omlaag. Bovendien is het leuker lastenverlichting wat breder te spreiden, anders krijg je maar scheve gezichten. Staatssecretaris Vermeend heeft zich toch al doen kennen als een heel slimme bewindsman, die elk subgroepje in de samenleving zijn eigen fiscale voordeeltje geeft. Iedereen een snoepje en de taart voor het kabinet, zo ongeveer is de aanpak.

De staatssecretaris wil de noodzakelijke teruggave van de te hoge belasting aan de huiseigenaren betrekken bij het totale lastenbeleid. Met andere woorden: de lastenverlichting die straks op Prinsjesdag trots wordt gepresenteerd, wordt grotendeels opgebracht door de huiseigenaren. Die gaan er dus ook per saldo op achteruit. Maar dat zal niet blijken uit de koopkrachtplaatjes. Want individuele woonlasten laten zich nu eenmaal niet vertalen in algemene koopkrachtplaatjes.

Op zich is die aanpak niet nieuw. De paarse coalitie, en met name de VVD, koketteert nogal met de 'enorme lastenverlichting' die dit kabinet heeft bereikt. Maar vaak gaat het om lastenverschuivingen. Zie bijvoorbeeld de energieheffing waarmee de laatste lastenverlichting voor een belangrijk deel werd gefinancierd. “Een sigaar uit eigen doos”, noemde Hans Wiegel dat vroeger, toen hij nog tegen dit soort beleid was. En overigens verhogen juist de overheden (met name rijk, gemeente en schappen) de lasten jaarlijks met vele procenten boven de huidige geldontwaarding. Het kabinet hangt de gulle sinjeur uit. Maar bijna iedere burger kent een tamelijk andere realiteit.

Terug naar het huurwaardeforfait. Professor de Kam zegt: de huizen worden duurder, dan ook hogere belasting. Want als je inkomen hoger wordt, betaal je ook meer belasting. Hij beschouwt het kopen van een eigen huis eigenlijk alleen maar als geldbelegging. Hij vergelijkt het bijvoorbeeld met het beleggen in obligaties. Het huis rendeert beter, is zijn conclusie, want eigenlijk is de belasting op het eigen huis te laag.

Misschien dat Flip de Kam in een obligatie kan wonen. Maar de meeste mensen die een huis kopen doen dit niet als belegging. Ze moeten tòch wonen en kiezen dan een vorm die hen de grootste vrijheid en verantwoordelijkheid geeft. Omdat ze baas in eigen huis willen zijn. Met veel méér kosten dan alleen de hypotheek of het huurwaardeforfait. Voor de meeste mensen is het geld dat ze in hun huis steken trouwens dood vermogen. Vaak letterlijk, want de waardestijging wordt meestal pas tastbaar na het overlijden. Zolang je woont is een waardestijging immers niet interessant. Winst nemen kan alleen als men gaat huren, want in elke andere koopprijs zit hetzelfde accres.

Het huis is een van de zeer weinige goederen waarover niet alleen bij aanschaf (overdrachtsbelasting of BTW) maar ook daarnà allerlei belastingen worden geheven. Men bespaart huur, zo is de officiële redenering. Klopt. Als ik een televisie koop, bespaar ik op Skala. Toch hoef ik op zo'n investering niet later nog eens belasting te gaan betalen, omdat afnemers van Skala wèl huur moeten betalen. Waarom bij een huis dan wèl?

Flip de Kam rekent voorts uit dat huiseigenaren meer van de staat ontvangen dan huurders. Opvallend is dat hij alle huiseigenaren in het marginale tarief plaatst van 60 procent. Daarmee wil hij blijkbaar nog eens het beeld bevestigen dat huiseigenaren mensen zijn met hoge inkomens. Dat is onjuist. Maar los daarvan zou hij nog eens de brief moeten lezen die staatssecretaris Tommel van Volkshuisvesting op 14 maart naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hierin rekent deze voor dat de overheid jaarlijks per saldo 5,2 miljard uitkeert aan huiseigenaren en 6,9 miljard aan huurders. Er zijn 2,9 miljoen eigenaren en 3,2 miljoen huurders. Per eigenaar legt het rijk 1.800 gulden per jaar bij en per huurder 2.100 gulden per jaar, aldus Tommel. Als De Kam met cijfers wil argumenteren, moet hij wel de correcte gegevens gebruiken.

Maar eigenlijk is al die rekenarij niet zo interessant. Ik geloof ook niet in een overheid die het als een belangrijke taak ziet ieders inspanningen voortdurend af te romen en te corrigeren totdat iedereen gelijk uitkomt. Een veel belangrijker taak is het stimuleren van mensen. Tot prestatie, tot het nemen van verantwoordelijkheid, tot zorg voor elkaar, tot investeren in de toekomst. Bezitsvorming kan daarbij een heel wezenlijk instrument zijn. Het kopen van een huis stimuleert zorg en aandacht op individueel niveau voor de directe omgeving. Het stimuleert investeren bóven consumeren. Het prikkelt tot individuele initiatieven en prestaties die bij collectieve regelingen blijven sluimeren. Bezitsvorming is veel meer dan een potje geld, waar de fiscus en professor De Kam likkebaardend naar kijken om te verdelen en te herverdelen tot we allemaal een ons wegen. Daarom dient het bezit van een eigen huis krachtig te worden gestimuleerd.

Op grond van de huidige wetgeving dient het tarief van het huurwaardeforfait te worden gehalveerd. Dat dient onverwijld te geschieden. Omwille van de bezitsvorming dienen daarna de lasten op het eigen huis verder te worden verlaagd. Bezitsvorming is geen rekensom, maar een politieke keus.

    • Hans Hillen