HET WORSTJESGEVOEL

Als kind was ik dol op knakworstjes en dan vooral die kleintjes, de zogenoemde cocktailworstjes. Mijn oudste broer probeerde mijn gulzigheid in deze altijd wat te temperen. “Pas maar op', zei hij dan dreigend, 'straks krijg je nog het worstjesgevoel.” Vooral 's zomers poets ik dit kindergenot op door met gulle hand warme eenhapsworstjes door de sla te strooien. Eigenlijk is het geen sla maar een bescheiden maaltijdsalade uit de schijf van drie: aardappelen, groenten en vlees - voor zover cocktailworstjes vlees bevatten.

Voor vier personen:

600 gram krieltjes

600 gram sperziebonen

400 gram cocktailworstjes in blik (desgewenst meer)

1 eetlepel Dijonmosterd

8 eetlepels zonnebloemolie

8 eetlepels olijfolie extra vierge

krap 1 eetlepel citroensap

1 eetlepel kappertjes

4 takjes lavas (40 blaadjes), fijngesneden

zeezout & zwarte peper

Was de krieltjes en snijd ze overlangs in vieren. Haal de sperziebonen af en snijd ze in drie tot vier stukken zodat ze qua lengte gelijk opgaan met de krieltjes. Kook krieltjes en sperziebonen in kokend en gezouten water bijtgaar in 10-12 minuten. Verwarm de worstjes in hun vocht op laag vuur. Roer intussen in een kommetje de olie druppelsgewijs door de mosterd en voeg pas weer olie toe als de vorige hoeveelheid volledig is opgenomen. Zodra het mengsel enig volume krijgt kan er telkens iets meer olie worden toegevoegd. Er moet een dikke mayonaise-achtige emulsie worden verkregen. Verdun deze, zodra beide soorten olie zijn toegevoegd, al roerend met het citroensap en roer er naar wens nog 1-2 eetlepels water door zodat een lichtgebonden mosterdsaus wordt verkregen waar tot slot de kappertjes doorgeroerd moeten worden. Giet de groenten en de worstjes af, doe ze bij elkaar in een ruime ondiepe schaal en giet de mosterdsaus er overheen. Strooi de fijngesneden lavas over de salade en schep alles luchtigjes om. Maal er naar wens nog wat zeezout en zwarte peper over. Serveer de salade lauw of op kamertemperatuur. En wat het worstjesgevoel betreft, pas maar op.