Goldhagen geeft wel degelijk nieuw inzicht in de holocaust

De ophef over het boek Hitlers' Willing Executioners van D.J. Goldhagen slaat nergens op, betoogde de historicus H.W. von der Dunk op deze pagina (27 juli).

L.J. Giebels is dat niet met hem eens: Goldhagen onderbouwt zijn stelling dat de jodenmoord het werk was van 'de Duitsers' wel degelijk met nieuwe feiten.

Von der Dunk wil een eind maken aan de overdreven aandacht voor het 'daverend kassucces' van de jongeman. Wat Goldhagen als nieuws debiteert, wisten we allang, schrijft hij. De godfather der Nederlandse historici moet in het majesteitsmeervoud spreken. Mij waren in elk geval verscheidene gegevens die Goldhagen aandraagt, onbekend. Het minste dat je van zijn visie op de holocaust moet zeggen, is dat deze nieuwe stof tot nadenken biedt.

Goldhagen laat zien dat al ver vóór Hitler een venijnig 'eliminatie-antisemitisme' was ingevreten in het 'cultureel cognitieve model van de Duitsers' zo formuleert de jonge geleerde het. Het begrip 'jodenvraagstuk', waarover de nazi's spraken, was in de negentiende eeuw al gemeengoed en ook wat het inhield: joden vormden een Duits-vreemd ras. Daarmee was de grondslag gelegd voor wat Goldhagen het 'eliminatie-antisemitisme' noemt. Zelfs ogenschijnlijke filosemieten gaven daarvan blijk. 'Wij zullen jullie beschermen', zo vat hij hun houding samen, 'als jullie maar ophouden jezelf te zijn.' Het eliminatie-antisemitisme is, aldus Goldhagen, niet door de nazi's uitgevonden, maar door hen tot actieprogramma gemaakt van de staat.

Maar hoe verklaar je, houdt Von der Dunk Goldhagen voor, dat Duitse joden zich in deze vijandige wereld assimileerden en velen van hen zelfs 'fervente patriotten' werden? Hoe verklaar je, vraagt Goldhagen op zijn beurt, dat deze geassimileerde patriotten na Hitlers machtsovername binnen de kortste keren tot 'sociaal doden' werden verklaard? Joden werden uit hun beroepen gestoten, van scholen verbannen, geconfronteerd met Juden nicht erwünscht, gestigmatiseerd met de davidster en gedeporteerd. 'De Duitsers', wie werd voorgehouden dat Duitsland aldus 'judenrein' werd gemaakt, hebben deze sociale eliminatie van de joodse medeburgers, die achteraf de inleiding bleek van hun fysieke eliminatie, geaccepteerd.

Von der Dunk moet niets hebben van dit 'mono-causale' geredeneer. Hij zegt echter niet welke oorzaken dan nog aan deze verschrikkelijke causale keten moeten worden toegevoegd. Ook verwijt hij Goldhagen methodologisch gezondigd te hebben door geen vergelijkend onderzoek te hebben gedaan naar het antisemitisme in andere landen. Bieden de vlekken op de mantels van anderen een reinigingsmiddel voor het besmeurde eigen kleed?

Op zoek naar de persoon van de dader heeft de jonge Amerikaanse onderzoeker het archief van de Zentrastelle der Landesjustizverwaltung in Ludwigsburg doorgeploegd, waarin de, weinig onderzochte, rol van de Ordepolitie in de holocaust is te vinden, en heeft hij de handel en wandel van één van de tientallen politiebataljons nader onderzocht. Zijn bevindingen zijn verbijsterend en onthullend. Het uit Hamburg afkomstige politiebataljon 101, waarvan slechts enkelen van de circa vijfhonderd manschappen SS'ers waren en nog niet de helft lid van de partij, heeft met overgave tienduizenden joden vermoord; daarbij op eigen initiatief wreedheid toevoegend aan hun beulswerk. Hun werd de gelegenheid geboden zich aan hun opdracht te onttrekken - wat een enkeling ook, zonder repercussies te ondervinden, heeft gedaan.

Deze Duitse huisvaders kenden kennelijk geen morele weerstanden. Ze stuurden foto's van hun wreedheden en van hun executies van vrouwen en kinderen als jachttrofeeën naar huis. Het beeld van de de holocaust, dat hiermee wordt opgeroepen, is een geheel ander dan het stereotype van een meedogenloze SS-machine met onaangedane schrijftafelmoordenaars, robotachtige commandanten en beulen die zich onderwierpen aan het Befehl-ist-Befehl.

Goldhagen heeft zich ook gezet aan de vraag waarom een geweldig joods arbeidspotentieel in de werkkampen crepeerde. Wat wisten 'de Duitsers' hiervan? Von der Dunk: 'Elke bewering over 'percentages' van wetenden blijft een slag in de lucht.' De vraag over het 'weten' is gefocused op de vraag wie geweten heeft van de vergassingen. 'Dàs haben wir nicht gewusst,' hebben 'de Duitsers' verklaard. De gaskamers waren weliswaar de ultieme oplossing van het jodenvraagstuk', maar tenminste de helft van de joden is op andere wijze omgebracht: door executies, lichamelijke straffen, verhongering en, veelal zinloze, slavenarbeid. Het lijkt er inderdaad op dat, zoals Goldhagen beweert, de werkkampen voor de joden in feite vernietigingskampen waren. Er waren zoveel duizenden kampen dat iedere Duitser er wel een in de buurt had.

Ook de honderden dodenmarsen, waarnaar Goldhagen onderzoek heeft gedaan, lijken niet anders dan een uitloper van het eliminatie-antisemitisme. De marsen in de barre winter van 1944/45 van vaak honderden kilometers, voerden ook door Duitse dorpen. De burgerbevolking was er getuige van hoe levende lijken voortstrompelden, tallozen bezweken en achterblijvers werden neergeknald. Onbegrijpelijk lijkt het dat hun bewakers, van wie verscheidenen niet-SS'ers waren, zonder dat er nog sprake was van een centraal gezag, tot het laatst met hun levende doden achter de fronten bleven rondzeulen, in plaats van ze uit te leveren en daarmee wellicht hun hachje te redden. Goldhagen concludeert dat er Duitsers waren voor wie het eliminatie-antisemitisme tot het bittere eind een obsessie is geweest.

Von der Dunk onderstreept dat nazi-Duitsland zich heeft omgevormd tot een voorbeeldige democratie, die zich bewust is van de verantwoordelijkheid voor de wandaden uit het recente verleden. Inderdaad hebben de naoorlogse Duitsers zich ondergedompeld in een collectief schuldbesef. Collectieve schuld krijgt echter gauw iets abstracts. Wanneer institutionele kaders - SS, Wehrmacht, partij - dragers worden van de schuldenlast, beland je in feite in een niemandsland. Goldhagens conclusie is dat de individuele schuld voor de sociale eliminatie van de joden, die uiteindelijk tot hun fysieke eliminatie leidde, zo ruim gespreid was, dat je moet spreken van een schuld van 'de Duitsers'.

In Duitsland zal zich wel nooit meer een georganiseerd eliminatie-antisemitisme voordoen. Het Duitse antisemitisme wortelde echter mede in Duitse karaktertrekken als Deutschtum en xenofobie. Hoe staat het met hun vreemdelingenvrees? Geen land heeft na de oorlog zoveel vluchtelingen, gastarbeiders, asielzoekers opgenomen als Duitsland. Maar voelen de Turken van Kreuzberg zich na al die jaren ook nieuwe Berlijners? En Rostock, waarvan de Duitsers zelf nog het meest geschrokken zijn, was dat een signaal van nieuwe vreemdelingenhaat? Vreemdelingen opnemen is niet per definitie vreemdelingen integreren. Ook in Duitse voetbalstadions produceren toeschouwers oerwoudgeluiden, wanneer een donkere voetballer aan de bal is.. En het valt de argeloze tv-kijker op dat in Duitse nationale voetbalelftallen geen vertegenwoordigers van 'culturele minderheden' te bespeuren zijn.

De rol van leidende Europese natie, die Hitler met wapengeweld wilde veroveren, krijgt Duitsland thans door zijn economische suprematie toegeschoven. Wij mede-Europeanen, moeten alert zijn dat de nieuwe leiders niet nieuwe heersers worden. De herinnering aan hun verleden kan inderdaad, zoals Von der Dunk schrijft, 'als een nuttige breidel fungeren'. Reacties op de recente Duitse vertaling van Goldhagens boek kunnen ons wellicht iets naders leren. De reacties op de Engelse uitgave waren soms onthutsend. Zo deed Der Spiegel Goldhagens bevindingen over politiebataljon 101 af met de opmerking dat er ook 12 Luxemburgers toe behoorden. En als terloops liet het zich de smerige vraag ontvallen hoe Goldhagen senior, de vader van de auteur, eigenlijk aan de holocaust was ontkomen.

    • Dr. L.J. Giebels