Galigula in de Arena van de toekomst

Het atrium van het nieuwe Haagse stadhuis is een goed voorbeeld van intimidatie-architectuur. Het is zo groot en hoog dat je na binnenkomst niet onmiddellijk overziet waar de lichte, witte ruimte begint en waar hij ophoudt. Het opklimmend en uitdijend patroon van eindeloze, horizontale en verticale lijnen veroorzaakt een onvast perspectief waardoor de bezoeker van zijn apropos wordt gebracht. Hij krijgt het gevoel te zijn verdwaald.

De eerste keer dat ik de Dom in Milaan bezocht had ik eenzelfde ervaring, maar nu niet teweeggebracht door het licht, maar door de duisternis. Het vermoedelijke dak van dit gebouw is zo ver verwijderd van het hoofd van de nietige kerkganger, dat deze zich afvraagt of de Dom van Milaan wel een dak heeft. Een onzinnige vraag, want anders zou het overdag in de Dom niet zo donker zijn. Maar wel een vraag die treffend illustreert hoe mateloze architectuur ons, mensen, in verregaande staat van geestelijke ontreddering kan brengen.

Het intimiderende bouwwerk spot met ons bevattingsvermogen waardoor wij plaats, tijd en onze zinnen kunnen verliezen. Vooral sommige Amerikaanse, commerciële gebouwen hebben een groot talent om de bezoeker door stijl en voorkomen van de kaart te brengen. Er staat mij een kantoorgebouw voor de geest in Chicago, in de South Lasallestreet, dat is ontworpen door de nog steeds levende legende van de Amerikaanse architectuur, Philip Johnson (91). Door een betrekkelijk normale, glazen draaideur betreedt de bezoeker de onwaarschijnlijk imposante hal die aan geen enkel stijltijdperk refereert. Het is een soort kerkportaal waarvan de wanden met een hoogglanzende, lichte marmersoort zijn bekleed. Reusachtige, korintische pilasters, uitgevoerd in roodbruin marmer, dragen een monumentaal kruisgewelf dat met bladgoud is bedekt. Het enige meubelstuk staat in de absis van de religieus aandoende ruimte: een lange, zwarte 'desk' waarachter een zwarte portier die er nauwelijks boven uitkomt. Ik bezocht het gebouw een paar jaar nadat het in 1986 was voltooid en werd door de indrukwekkende entourage, die mooi en lelijk tegelijk is, volkomen van mijn stuk gebracht. Ik moest mij hebben vergist, dit gebouw kon onmogelijk uit 1986 stammen. Het was onvoorstelbaar dat zoiets hoogmoedigs, in alle ernst en in deze tijd door een levende architect was bedacht.

De commerciële kerk van Johnson en de verwarring die dit staaltje van intimidatie-architectuur bij mij aanrichtte, schoten me te binnen toen ik las over een 'try-out' in het nieuwe stadion Amsterdam Arena. In de reusachtige hogedrukpan moet een leger van 'stewards' het 50.000 koppen tellend publiek terzijde staan, maar tijdens de try-out bleken de suppoosten nog niet naar behoren te functioneren. Volgens Arena-directeur Jan Gaasterland waren sommige stewards zo onder de indruk van het gebouw 'dat zij hun taken verwaarloosden'.

Dit is nog maar het begin. De ontregeling van het grondpersoneel is een eerste, onschuldige aanslag door de intimidatie-architectuur. Straks worden de voetballers aangepakt. Zij zullen onder invloed van de nieuwe, keizerlijke behuizing niet ontkomen aan de ontwikkeling van een onuitstaanbare arrogantie en een weergaloze ijdelheid. En kenners van de klassieken weten hoe ijdelheid en decadentie kunnen ontaarden in verwatenheid zoals bijvoorbeeld bij keizer Caligula die zijn paard benoemde tot senator.

De majestueuze afmetingen van het stadion en de magnetische rol die het bouwwerk in de toekomst moet spelen in het massaculturele leven van Amsterdam, zal het Ajaxbestuur, samen met Joop van den Ende, boven het volk doen uitstijgen als een ándere Romeinse keizer, als Domitianus, de dominus et deus die het Colosseum een extra ring gaf en het bouwwerk nog kolossaler maakte.

Nu de aanloop zich zo duidelijk heeft afgetekend, kan het Amsterdam Arena niet anders vergaan dan zijn klassieke Romeinse voorganger. De hoofdstedelijke geschiedenis staat een onsterfelijk episode te wachten.