Europese lobbyisten

Het hoofdredactioneel commentaar van 27 juli geeft een gemakzuchtig applaus voor de regels (gedragscode, registratie, giftenverbod) die het Europese Parlement heeft vastgesteld om lobby-uitwassen te voorkomen.

Gemakzuchtig, omdat de redacteur zich niet afvraagt, of die regels nodig zijn. Wél stelt hij vast, dat strenge regels bestaan in de Verenigde Staten (waar desondanks de invloed van lobbyisten zeer groot is) maar niet in Nederland. Misschien is het mogelijk, lobbyisten zonder die regels op het rechte pad te houden?

Bedacht moet worden, dat 'duistere praktijken' zoals chantage en omkoperij overal in Europa, en ook in Brussel, strafbaar zijn. Een Parlementslid, dat zich door dergelijke praktijken laat beïnvloeden, zit op de verkeerde stoel. Regels voor lobbyisten doen dan alleen aan symptoombestrijding, en zijn dus onzinnig.

Ik heb er nooit aan getwijfeld, dat het werk, dat mijn collega's en ikzelf in Brussel doen als lobbyisten, van groot maatschappelijk belang is, omdat het de beleidsmakers in staat stelt, snel de gevolgen van bepaalde besluiten in kaart te brengen. In de moderne democratie is ook die informatievoorziening noodzakelijk, omdat zelfs de pers daarin niet kan voorzien. Natuurlijk moet de beleidsmaker/het parlementslid wél zorgen, dat hij alle deelbelangen aan bod laat komen, voordat hij zelf positie kiest.

Uitwassen komen in Brussel niet meer voor dan in Den Haag. Het is veelzeggend, dat de grote drijver achter de Europese regelgeving, het Nederlands Europarlementslid Metten, als enig voorbeeld van zo'n uitwas het aanbod van reisjes door de Turkse regering kan noemen. Dat voorbeeld heeft ons nu dus opgescheept met een zinloze Europese regelgeving, en met een hoofdredactioneel commentaar, dat van de Europese belangenbehartiging een karikatuur maakt.