Eiland

JOEP DIRKX, PATRICK HOMMEL & JELEIR VERVLOET: Kampereiland. Een wereld op de grens van zout en zoet

112 blz., geïll., Matrijs 1996, ƒ 29,95

De Gelderse IJssel is geen oude rivier. Deze Rijntak is ongeveer in het begin van de jaartelling ontstaan, mogelijk - al zijn daarvoor geen harde aanwijzingen - door het graven van de Drususgracht. Aanvankelijk mondde de nieuwe rivier in het zoete Flevomeer uit, een meer dat werd omsloten door veengebieden met een nauwe opening aan de noordzijde. De huidige Waddenzee bestond ook nog grotendeels uit veengronden.

Langzamerhand, door het stijgen van de zeespiegel, werden deze veengebieden weggeslagen tijdens winterstormen. In de vroege middeleeuwen was de Waddenzee al voor een groot deel zee geworden met als voornaamste zeegat het Vlie. Het Flevomeer was groter geworden en werd Almere genoemd. Tot het jaar 1000 was dit meer nog grotendeels zoet.

In de loop van de twaalfde eeuw werden door de stijgende zee de laatste beschermende veengebieden opgeruimd. Ook ontstond een groter zeegat tussen Texel en Noord-Holland, het Marsdiep. Vanaf dat moment werd de binnenzee brak en kwam de naam Zuiderzee in zwang.

Ook de IJssel veranderde van karakter. In de vroege middeleeuwen werden in Duitsland grote bosgebieden gekapt. De Rijn, die tot dan nauwelijks sediment vervoerde, krijgt plotseling grote hoeveelheden zand en klei te vervoeren die vrijkomen door de erosie op de kale kapvlakten en primitieve akkers. In de delta's van de Rijn werden grote pakketten sediment afgezet.

De IJsseldelta is in Nederland tamelijk bijzonder. Terwijl in Zeeland de vorm van de Rijndelta grotendeels werd bepaald door de zee, het gevolg van de zware getijstromen, was de IJsseldelta ver genoeg landinwaarts gelegen om een echte rivierdelta te vormen, een uitstroomvlakte van klei en zand doorsneden door vele vertakkingen van een uitwaaierende rivier. Door de grote sedimentaanvoer groeide de delta snel westwaarts.

Het grootste deel van de tijd was deze vruchtbare delta een zoet gebied, af en toe overstroomd door rivierwater tijdens hoge afvoeren. Maar bij stormvloeden drong het zeewater ver de Zuiderzee binnen en overstroomde ook de IJsseldelta.

Over de geschiedenis van de IJsseldelta is een aardig boekje verschenen: Kampereiland. Een wereld op de grens van zoet en zout. Kampereiland gaat over de geschiedenis van de bedijkingen, de overstromingen, de bedrijfsvoering in dit mini-Bangla Desh en wat tenslotte de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 tot gevolg heeft had.

Het gebied is voor botanici altijd zeer interessant geweest, zoals zoveel overgangsgebieden. Meer dan een halve eeuw na de afsluiting zijn er nog steeds brakwaterplanten te vinden op het Kampereiland. Ook zijn de dijkjes en de terpen - hier belten geheten - landschappelijk bijzonder waardevol.

Kampereiland is geschreven in helder, al enigszins ouderwets aandoend Nederlands, dat wonderwel bij het onderwerp aansluit. Het boek, met een uitgebreid notenapparaat, is zeker te moeilijk voor de gemiddelde toerist. Die zal hooguit geïnterresseerd zijn in het bijgevoegde kaartje met fietsroutes.