Een isolationist

GEORGE F. KENNAN: At a Century's Ending. Reflections 1982-1995

351 blz., W.W. Norton & Company 1996, ƒ 62,85

Het hoogtepunt in de diplomatieke loopbaan van George Kennan is van betrekkelijk korte duur geweest. Midden februari 1946 lag hij ziek te bed in Moskou. Ambassadeur Harriman was afwezig en Kennan had de leiding van de Amerikaanse ambassade op zich moeten nemen. Een telegram uit Washington kwam binnen waarin werd meegedeeld dat de Russen het lidmaatschap weigerden van de Wereldbank en van het Internationale Monetaire Fonds. Er werd gevraagd om uitleg en commentaar. De zieke Kennan zette zich aan zijn bureau en schreef wat historische bekendheid zou krijgen als The long telegram. Samen met het latere X-artikel in Foreign Affairs vestigde dat telegram de reputatie van de auteur als een van de origineelste diplomatieke denkers van zijn tijd en als grondlegger voor de containment-politiek tegen de Sovjet-Unie.

Eind 1952 speelde opnieuw een telegram een belangrijke rol in het leven van Kennan. Nu zelf ambassadeur in Moskou, verbleef hij voor een kort uitstapje in Genève. Daar bereikte hem het bericht dat de Sovjet-regering hem persona non grata had verklaard. Zo komt een einde aan Kennans carrière als Ruslandkenner in actieve dienst. De nieuwe Eisenhower-regering heeft geen plannen met hem en Kennan schrijft zijn eigen ontslagbrief. Maar Rusland zal hem blijven bezighouden, als historicus en als publicist.

De neerslag daarvan is te vinden in At a Century's Ending, een bundel van artikelen, essay's en redevoeringen die Kennan in de afgelopen jaren heeft gewijd aan de Sovjet-Unie, het nieuwe Rusland en de relaties tussen die entiteiten en de Verenigde Staten. Een enkele keer waagt de schrijver/spreker zich buiten zijn territoir met commentaren op de situatie in het Verre Oosten, de Balkan of Somalië, maar in de eindfase van de Koude Oorlog gaat de meeste aandacht toch uit naar de verontmenselijking die het atoomwapen met zich brengt en naar de zinloosheid en de barre sociaal-economische gevolgen van overbewapening in het algemeen.

Bijna van meet af aan is Kennan een omstreden figuur geweest. In de beginjaren van zijn faam moest hij de zware kritiek verduren van mannen als Walter Lippmann, de filosoof-journalist die hem verweet met zijn beschouwingen het tijdens de Tweede Wereldoorlog gegroeide partnership tussen Washington en Moskou onnodig te hebben verstoord. Het was de tijd waarin vele Amerikanen nog in het sprookje van Uncle Joe (Stalin) geloofden en waarin Churchills Fulton-speech met de metafoor over het IJzeren Gordijn dat Europa verdeelde, in Amerika negatief was ontvangen.

Kennan zijn de aanvallen van Lippmann destijds zwaarder gevallen dan de latere kritiek van de rechterzijde dat hij zich schuldig maakte aan de uitverkoop van de Verenigde Staten. In zijn memoires heeft Kennan al omstandig uitgelegd dat het ontstaan van de NAVO en de overbewapening die ermee gepaard ging nooit zijn bedoeling zijn geweest. Als leider van de Planning Staff in het State Department had hij geen deel gehad aan de plannen daartoe. Sterker, hij had zich er tegen verzet.

Ook in zijn jongste boek handhaaft Kennan deze stelling. Anders dan die andere reus op Amerika's diplomatieke plateau, Henry Kissinger, heeft Kennan moeite met de morele kanten van het gebruik van de macht. Kennan behoort zeker niet minder dan Kissinger tot de realistische school in de diplomatie. In een artikel in Foreign Affairs, opgenomen in de hier besproken bundel, gaat hij in op zijn positie in het dispuut over macht, werkelijkheid en moraliteit. Het mag duidelijk zijn dat wat Kennan betreft kernwapens buiten de orde vallen, uit morele overwegingen maar ook op realistische gronden. Een wapen dat de mensheid kan vernietigen, is naar zijn mening onbruikbaar. Op het hoogtepunt van het interne Amerikaanse debat over 'no first use' sloot Kennan zich dan ook in geschrifte aan bij het pleidooi van senator Edward Kennedy om Amerika eenzijdig af te doen zien van het als eerste inzetten van zijn strategische kernmacht.

Een belangrijk deel van zijn leven heeft Kennan zich verzet tegen de notie dat demonstratie van macht en dus van wapens de beslissende factor is in de internationale verhoudingen. Hoewel de toon van zijn beschouwingen uit het midden van de jaren veertig anders deed vermoeden en de inhoud ervan ook diametraal anders is uitgelegd, wil de auteur hier niet van inconsistentie worden beticht. In zijn visie beoogde de containment-politiek, in feite de Marshallhulp - bij de opzet waarvan hij een beslissende rol heeft gespeeld - het door de oorlog verzwakte Europa overeind te helpen en zo te vrijwaren van een communistische machtsovername van binnenuit. De sovjets mochten de ondermijning van vooral Frankrijk en Italië met hun sterke communistische partijen en vakbonden willen bevorderen, van de dreiging van een sovjet-aanval op West-Europa was volgens Kennan geen sprake.

Nu het gaat om de verhouding met het nieuwe Rusland is Kennan zichzelf trouw gebleven. Hij ziet bijvoorbeeld niets in het concept van de uitbreiding van de NAVO met Oosteuropese landen. Andermaal dreigt volgens hem de fout te worden gemaakt dat militaire oplossingen, hoe verhuld ook gepresenteerd, de aandacht afleiden van betere mogelijkheden. Overtuigend put hij uit de Russische geschiedenis en uit Ruslands actualiteit de argumenten voor een politiek die voorkomt dat een vloeiende situatie vroegtijdig wordt bevroren.

Kennans denken is doordesemd van isolationistische tendensen. In december 1989, na de val van de Muur, meende hij dat de kwestie-Duitsland en de relatie van West- met Oost-Europa in de eerste plaats een zaak van de Europeanen was. Ook toen stoelde zijn commentaar op ideeën die hij al in de jaren veertig koesterde.

Het heeft niet zo mogen zijn. De Duitse hereniging binnen de NAVO kwam tot stand in nauw overleg tussen Bush, Gortbatsjov en Kohl. In de relatie tot Jeltsin speelt Clinton de hoofdrol. Wanneer Kennan die feiten in het licht had geplaatst - gezien het publikatiejaar van zijn boek had dat mogelijk moeten zijn -, had zijn analyse van de nabije toekomst aan waarde gewonnen. Maar die constatering doet weinig af aan de betekenis van zijn door de jaren heen uitgebreide commentaar, inclusief deze nieuwe bijdrage, op wat nu wel een voorbije periode mag worden genoemd.