Bang in België

Dankzij ons solide bankgeheim is uw geld veilig voor de belastingdienst van uw land. Met die boodschap wenden Luxemburgse banken zich al jaren tot mensen die zich willen onttrekken aan de greep van de fiscus. Zelfs spaarders met een potje van een paar duizend gulden willen er hun geld wegzetten en wringen zich in geheimzinnige bochten om een paar tientjes belasting te besparen, terwijl een belegging in aandelen, gewoon in Nederland, op termijn netto meer oplevert.

Is het bankgeheim nog zo safe als vroeger, toen alle geheimen in de vergrendelde kluis in de donkergroene kamer van monsieur Jacques zaten, achter zware, piepende deuren? Waarschijnlijk niet. Het solide karakter verwatert nu alles in de computer staat en toegankelijk is voor mensen met de juiste pincode. Bij een bank in Luxemburg lijken ontevreden computermedewerkers onlangs een lijst afgedrukt te hebben met rekeninggegevens van Belgen en die aan de Belgische belastingdienst gestuurd te hebben. Misschien is het verhaal helemaal niet waar en worden Belgen, en ook andere buitenlanders, op deze slimme wijze bang gemaakt om ze te weg te houden uit Luxemburg.

Belgen brengen hun geld naar Luxemburg om te ontkomen aan een aanslag over de spaarrente, terwijl Hollanders in België gaan wonen om de druk van de belasting te verzachten. Een typerend voorbeeld van een fiscale vluchteling ziet er zo uit.

Hij is oud-ondernemer, tussen de 60 en 65 jaar, en heeft zijn bedrijf in Nederland verkocht voor een bedrag tussen de drie en vijf miljoen gulden, vaak verdiend dankzij de sterk gestegen prijzen van onroerend goed.

“In Nederland zou ik mijn vermogen van vier miljoen beleggen in staatsleningen”, zo meldt zo'n ondernemer, “en daar 7 procent rente op maken, totaal ƒ 280.000. Daar blijft bij een gemiddelde belastingdruk van 50 procent een ƒ 140.000 van over. Aan vermogensbelasting betaal ik 0,8 procent of ƒ 32.000.Netto blijft er circa ƒ 108.000 gulden over. Daar gaat nog eens een dure accountant van ƒ 10.000 per jaar af. Over: ƒ 98.000.”

Nu woont hij samen met dorpen vol lotgenoten, met dezelfde klachten, in België. Gaat het nu wat beter? Ja. Die vier miljoen gulden zit ook in Nederlandse staatsleningen en levert per jaar ƒ 280.000 rente op. Daarover betaalt hij slechts 15 procent belasting of ƒ 42.000 gulden. Er resteert dus ƒ 238.000. De kosten voor wonen en leven bedragen daar gemiddeld ƒ 80.000 per jaar. Ieder jaar blijft er ƒ 158.000 gulden over en die gaan ook in de staatsleningen. Alles bij elkaar geen reden om te klagen. Of wel?

Desondanks knaagt de twijfel aan de portemonnee van deze lieden, omdat ze van alle kanten horen en overal lezen dat aandelen meer opleveren dan vastrentende waarden. 'Waarom gaan wij niet in aandelen?', vragen ze hun adviseur bang. En zeggen er gelijk achteraan: “Ik wil beslist geen zorgen over mijn beleggingen hebben hoor.”

Wie heeft er gelijk: de adviseur of de buitenwereld die onze verdreven maar tevreden landgenoten bang maakt met en verleidt tot het kopen van aandelen. Dit is het bekende dilemma aandelen of obligaties.

Deze zestigplussers moeten leven van de beleggingsopbrengsten. Daarom moeten ze prioriteit geven aan beleggingen die een vast inkomen geven en hun waarde blijven houden. Een waardevast groeipensioen bijvoorbeeld is voor plussers een ideale belegging, hoewel niemand dat zo bekijkt. Je hoeft er immers niets voor te doen en de uitkering blijft groeien en doorlopen zolang je leeft.

Ondernemers zitten meestal niet in zo'n luxe regeling en moeten zelf iets in elkaar flansen. Vandaar vaak een pakket obligaties, beleggen in schulden die op een vooraf bekend tijdstip worden afgelost. Een bezit zonder risico's, tenzij de staat failliet gaat. Maar: een schuld groeit niet en de rente ligt vast tot de aflossingsdatum, maar kan daarna dalen (of stijgen) als de kapitaalmarktrente daalt (of stijgt) op het moment van herbelegging.

Na vele jaren gaat de uitkering, door inflatie, achterlopen op de dagelijkse kosten. Dat is nauwelijks een bezwaar als er ieder jaar ƒ 158.000 overblijft. Dan hoef je misschien niet aan aandelen te denken. Wie niet zo ruim in zijn slappe was zit kan overwegen regelmatig, ieder maand, zonder rompslomp, een vast bedrag in aandelen of een aandelenbeleggingsfonds te stoppen en zo aan een groeiend kapitaal te werken, zonder er naar om te kijken. Bij die investering gaat het niet om de inkomsten, daar zijn de obligaties voor, maar om de groei die ten dele de inflatie compenseert. Wie is er dan nog bang in België?