Amerika heeft aan Amerika genoeg

Vraag die zich opdringt bij het kijken naar de televisiebeelden van de Olympische Spelen: zal er ooit een deelnemersploeg komen van een Verenigd Europa? Het lijkt uiterst onwaarschijnlijk, maar waarom eigenlijk? Waarom wel een gemeenschappelijke defensie, open grenzen, vrij economisch verkeer en een euromunt, maar op het gebied van sport blijvende verdeeldheid?

Zou het antwoord kunnen zijn dat de verbondenheid op die andere terreinen ook maar betrekkelijk is? Meer figurerend in de denkwereld van politici dan levend in de hoofden van burgers? Vrij naar historicus Frijhoff (afgelopen zaterdag in deze krant): een verschil tussen staat en samenleving. De staat houdt zich bezig met een Verenigd Europa; de samenleving, althans de Nederlandse, heeft andere dingen aan haar hoofd. Sport bijvoorbeeld, dat het bij uitstek moet hebben van de aandacht van een breed publiek. Anders geen sponsors, dus geen geld, dus geen televisiebeelden. En in de sport is het nog steeds Nederland tegen de rest van Europa, tegen Duitsland, Italië en Spanje.

Toch zou het wel aardig zijn. In één klap die zelfvoldane Verenigde Staten het zwijgen opgelegd. Dit jaar haalden de landen van de huidige Europese Gemeenschap, als ik goed heb geteld, 74 gouden, 65 zilveren en 83 bronzen medailles. Meer dan Amerika en Rusland samen.

De ergernis over het Amerikaanse egocentrisme tijdens de reportages van de Spelen heeft veel aandacht gekregen in de media. Dat is opmerkelijk, want dat kent men toch van Amerikanen? Kijk in Amerika naar de televisie, lees de kranten en zoek dan het nieuws over Europa. Er moet werkelijk heel wat gebeuren in de oude wereld wil het in de nieuwe meer opleveren dan kleine berichtjes. Amerika heeft voldoende aan zichzelf.

Mij valt bijvoorbeeld op internationale psychologencongressen op dat Amerikanen niet alleen altijd in de meerderheid zijn, maar zich na jaren ervaring nog steeds niet realiseren dat er toch ook echt veel andere nationaliteiten rondlopen, die andere talen spreken en Engels alleen verstaan als het gearticuleerd wordt uitgesproken. Zij vinden, de uitzonderingen niet te na gesproken, ook eigenlijk hun Amerikaanse collega's voldoende om mee te discussiëren. Zo'n Pool of Portugees, laat staan een Afrikaan hebben niets nieuws te bieden. Alles is in Amerika al een keer bedacht en gedaan.

Nauw samenhangend met dit egocentrisme is de Amerikaanse neiging elkaar met superlatieven op te hemelen. Toen D. voor het eerst voor een Amerikaanse collega een aanbevelingsbrief moest schrijven, was achter zijn ingehouden stijl de grote waardering te lezen. Hij kreeg zijn tekst echter met een benauwd briefje terug: op grond hiervan kon de collega zijn vaste aanstelling wel vergeten, het moest veel juichender met expliciet superb research, fascinating data en leader in his field.

Het mooiste voorbeeld vind ik echter nog altijd dat Amerikaanse ouders hun kinderen op alle positieve eigenschappen hoger waarderen dan ouders van welke andere nationaliteit dan ook. Nu doen alle ouders dat wel een beetje. Gemeten met gestandaardiseerde schalen en vragenlijsten vinden de doorsnee vader en moeder hun kind net iets liever, intelligenter en makkelijker dan het gemiddelde kind - wat logischerwijs natuurlijk niet kan, maar wel mooi is van de natuur - maar Amerikaanse ouders steken daar ver bovenuit. Op eenzelfde wijze als de burgemeester van Atlanta volhoudt dat het de 'best Olympics ever' waren, Atlanta een 'fantastic job' deed en de anchorman van NBC tegenover Vrij Nederland verklaart: “We have done more than merely covering. We have sold and packaged these Games brilliantly.” Maar, ik kreeg van iemand de woedende brief die een Amerikaanse studente aan een Engelse vriendin schreef, vol gène over de Amerikaanse schaamteloosheid in Atlanta. Daaruit heb ik onder meer begrepen dat 'to medal' aldaar een nieuw werkwoord is. Ik zou de brief het liefst in z'n geheel afdrukken, maar hij is te lang. (Brief is trouwens niet het juiste woord, moderne studenten corresponderen per e-mail.) Zij klaagt over precies dezelfde dingen als Europese verslaggevers. Takken van sport waaraan Amerika niet deelnam werden bijvoorbeeld niet gefilmd en de uitzendtijd werd opgevuld met human interest filmpjes over het leven van Amerikaanse sporters die al gewonnen hadden of nog zouden gaan winnen.

“I could go on and on. All Romanian gymnasts are described as hungry waifs, Mind you, the American gymnasts who are just as stunted are cute and bubbly. Chinese athletes bear the weight of their nation on their shoulders. The Americans are doing it for 'Mom, who died last year'. It is beyond a joke, it is extremely biased.”

Maar zo zijn haar landgenoten nu eenmaal. Het is wel irritant, maar heeft ook iets ontwapenends, omdat het zo doorzichtig is. Zoals kinderen op de speelplaats tegen elkaar opbieden in sterke vaders. En misschien kon je in zo'n nieuw land, waar iedereen het op eigen kracht moest zien te maken, ook maar beter consequent opscheppen over jezelf. Wie dit van nature niet deed zal het niet hebben gered. Het is niet voor niets dat de ideeën over 'assertiviteit' en 'opkomen voor jezelf' van Amerikaanse komaf zijn.

En assertief zijn sporters wel. Niet alleen tijdens het spel als zodanig. Zo vraag ik me bijvoorbeeld af wanneer die gewoonte is ontstaan om na ieder behaald punt de gebalde vuist in de lucht te steken, ooit het gebaar van Black Power. Wie is daarmee begonnen? En nog intrigerender: wie is begonnen met het orgastische bespringen van teamgenoten na een gewonnen wedstrijd? Het is duidelijk dat sporters niet, zoals bijvoorbeeld deelnemers aan een Amsterdams homofestival, een 'zedelijkheidsverklaring' hoeven af te leggen, want wat zij in hun juichstemming laten zien overschrijdt soms de daarin gevraagde betamelijkheid. Zelf zullen de spelers waarschijnlijk denken dat het een spontane wijze is waarop zij de spanning afreageren. Maar er is niets spontaans aan, het is geleerd, het hoort er tegenwoordig bij. Bij vroegere kampioenschappen en bij de tiende Olympische Spelen waren winnaars ook blij, maar gingen niet zo met elkaar aan het dollen. Dat is ergens - wanneer? - begonnen en sindsdien is het door navolging gewoonte geworden.

In een Europees team zou het natuurlijk wel het gemeenschapsgevoel bij kijkers kunnen versterken.