Vorstenbelasting

Het was in de tijd van de opkomst der 'familiebladen' die de mensen op de hoogte houden van het geluk en bij voorkeur het ongeluk der vorsten en bekende Nederlanders. Iemand - tot mijn spijt de naam vergeten - had in de laatste stelling van zijn proefschrift een nieuw soort speciale belasting voorgesteld.

Deze tijdschriften zouden moeten worden verplicht in het bijzonder de vorstenhuizen met subsidies in stand te houden. Redelijk. Als Diana en Charles zich kalm hadden gehouden, was een groot aantal journalisten brodeloos geweest, of in ieder geval hadden de kranten waarin ze schrijven kapitalen gederfd. Het ligt dus voor de hand, deze nieuwsbronnen met subsidies in stand te houden. Die zouden dan door deze bladen worden opgebracht, waardoor de prijs misschien wat omhoog moest, wat ook weer redelijk zou zijn. Op deze manier werden de kosten immers verhaald op de liefhebbers, en dat zou dan weer een indirecte belastingverlichting voor onverschillige republikeinen zijn. In ieder geval is alles wat in de familiebladen staat gewone handel, het hoort tot de vrije markteconomie, en er kraait geen haan naar, tenzij een bekend of vorstelijk iemand zelf vindt dat het al te gek wordt.

Familiebladenjournalistiek is iets anders dan het schrijven en op de planken brengen van een toneelstuk. Ik ben nu niet in Nederland, dat moet ik er ter verklaring bij zeggen. Om niet te veel te vervreemden lees ik af en toe de kop van een Nederlandse krant in de uitstalling van de krantenwinkel. Zo las ik begin vorige week in vette letters: 'Emily bij brand'. Het zal misschien ongeloofwaardig klinken, maar ik wist zo gauw niet wie Emily was. Aan die enkele regel te oordelen iemand van de brandweer of een pyromane. Het leek me niet iets waarbij ik betrokken was. Toen, zondag, kocht ik de Volkskrant van zaterdag; las daarin het hoofdartikel: Lakei Nuis, inderdaad over de staatssecretaris wiens doen en laten vaak interessant is. Het bleek dat hij geen subsidie wilde geven aan het Amsterdamse toneelgezelschap Toetssteen voor de produktie Emily of het geheim van Huis ten Bosch. Toen begreep ik opeens wie Emily was: het meisje uit de burgermaatschappij dat verkering heeft met een van onze prinsen. Daarover is al veel te doen geweest. Voor de rest begreep ik er niets van, en nu ook nog niet. Ik kijk met de ogen van een deeltijdvreemdeling.

Toetssteen wil 6000 gulden hebben om het geheim op de planken te brenen. Als het werkelijk een geheim is van het soort waarin de familiebladen zich specaliseren, zou ik zeggen dat de staatssecretaris groot gelijk heeft, al is 6000 gulden voor de staat minder dan een habbekrats om weg te geven. Pakt Toetssteen het goed aan, dan kan het van de amateurs naar de beroeps overgaan, en dan is het geld meteen terugverdiend. Als het gezelschap het knullig doet, hoeft het geld te worden weggegeven.

Maar voor zover ik uit de Volkskrant kan opmaken, heeft de staatssecretaris een ander motief. Hij wil waken tegen misverstanden over het doen en laten in en om het koninklijk huis. Als dat waar is, laat het dan niet bij het inhouden van een beetje subsidie blijven, maar arresteer de redacties van alle familiebladen.

Hoe dan ook, het totaal van deze problematiek is een zeer Nederlandse warboel op het kruispunt van subsidie en monarchie. Op zo'n manier, ben je geneigd te zeggen, komt er van het eigentijdse drama nooit iets terecht: iedere poging gesmoord in gebrek aan subsidie en boosheid van bevolkingsgroepen die op hun tenen getrapt dreigen te worden. Als Oliver Stone in Nederland was geboren was hij misschien een soort Bert Haanstra geworden, de gewone burgermens in haar/zijn natuurstaat bespiedend, maar niet met het drama dat juist de vorsten en de bekende Nederlanders zo interessant maakt. Ik weet het zeker: ook in Nederland liggen de eigentijdse drama's voor het oprapen. De Volkskrant noemt de namen van een paar schrijvers die dat hebben gedaan: Van Amerongen, Herzberg, Blokker, Vleugel en Vorstenbosch.

Dat hun toneelstukken de planken hebben bereikt, kan dan aan de volgende combinaties van omstandigheden liggen: het gaat over niet-vorstelijke personen, zodat subsidie geen bezwaar was. Het gaat over vorstelijke personen, zodat dat een bescheiden subsidie door de beugel kon. Het gaat over wie dan ook, en het is zo goed dat alleen al het denkbeeld van subsidie absurd is.

Dan is er nog een mogelijkheid, voor een staatssecretaris het zwarte scenario: het gaat over vorstelijke personen, het is waarheidsgetrouw, wekt geen misverstanden en het is zo goed dat het hele kabinet moet aftreden. Als het zover is met het Nederlandse toneel of de film, hoeft geen staatssecretaris zich voor lakei te laten uitschelden.