Succes Solidariteit werd ondergang scheepswerf

ROTTERDAM, 9 AUG. De scheepswerf van Gdansk, ooit de wieg van Solidariteit, verdwijnt: de werf is bezweken onder de jarenlang geaccumuleerde schuldenlast. De (staats)Bank Handlowy, de grootste crediteur van de werf, en de regering (houdster van zestig procent van de aandelen) zien geen mogelijkheden meer de werf te redden. Alleen vorig jaar al werd 90 miljoen zoty (40 miljoen dollar) verlies geleden en de totale schuldenlast wordt geschat op 414 miljoen zoty (152 miljoen dollar). Dat is meer dan de werf geacht wordt waard te zijn.

Met het faillissement komt een eind aan een symbool, ironisch genoeg juist in een tijdsbestek waarin het Solidariteit, de inmiddels tot politieke beweging omgevormde vakbond die in 1980 op de werf werd opgericht, eindelijk voor de wind gaat. De afgelopen jaren heeft Solidariteit slechts een ondergeschikte rol gespeeld in de Poolse politiek. Maar dat is eerder dit jaar veranderd door de oprichting van Kiesactie Solidariteit (AWS), een brede organisatie waarin de vakbond/partij samenwerkt met twintig kleine politieke organisaties van centrum- en rechtse signatuur. Volgens opiniepeilingen zou de AWS bij verkiezingen op dit moment zelfs met 26 procent van de stemmen de grootste politieke partij worden - groter dan het regerende ex-communistische Verbond van democratisch Links (SLD), dat slechts 22 procent zou krijgen.

Aldus komt een eind aan een bewogen geschiedenis. In 1980 was de werf van Gdansk het epicentrum van een nieuwe democratiseringsbeweging, die, hoewel ze in december 1981 door de uitroeping van de staat van beleg werd onderdrukt, het politieke landschap in Polen principieel veranderde. De vrije vakbond Solidariteit, tijdens de grote stakingen op de werf gesticht onder leiding van de elektricien Lech Waesa, effende in het daarop volgende decennium ondanks dat verbod het pad voor een democratisering die negen jaar later haar beslag kreeg in het historische compromis tussen communisten en democraten, het 'rondetafelakkoord'. Daarmee leverde Solidariteit een cruciale bijdrage aan wat later in 1989 gebeurde: de val van het communisme in heel Oost-Europa. Solidariteit - tien miljoen leden in 1981 - was de eerste vrije vakbond en de eerste democratische massabeweging in Oost-Europa. Maar Solidariteit was veel meer: de wegbereider van de gebeurtenissen van 1989.

In zekere zin is dat succes, die symboolfunctie, ook de ondergang van de werf geworden. Verliesgevend is Solidariteit namelijk al vele jaren. Verliesgevend was de werf zelfs al ten tijde van het socialisme. Na 1989, toen de staat begon zijn handen van de economie af te trekken en grote bedrijven te privatiseren, zijn zowel de directie als Solidariteit en de arbeiders - op dit moment 7.300 - er lang van uitgegaan dat de overheid het niet zou aandurven de werf, symbool van de Poolse democratie, op te heffen.

Lech Waesa, de elektricien die tijdens de stakingen in 1980 de leiding van de stakingsactie in handen nam en daarmee een unieke politieke carrière begon, werd in 1990 president van Polen. Uit Solidariteit voortgekomen politieke partijen vormden na 1989 jarenlang de regering. Vijf jaar lang hielden zij, maar vooral Waesa, hun beschermende hand boven de werf. Als gevolg van die protectie maakte men in Gdansk weinig ernst met de vanuit economisch standpunt broodnodige hervormingen op de werf. Toen de Pools-Amerikaanse miljardaire Barbara Piasecka in 1990 probeerde de werf te redden liep die poging al snel vast op bezwaren van de Polen: niemand, ook zij niet, mocht aan 'hun' werf komen.

Na zijn nederlaag bij de presidentsverkiezingen, vorig jaar november, is Waesa - formeel nog steeds werknemer van de werf - zich met hand en tand tegen de opheffing van de werf blijven verzetten. Hij weet het voornemen de werf bankroet te verklaren aan “politieke wraak” en de “boosaardigheid” van zijn zegevierende tegenstanders, de ex-communisten die zowel het presidentschap als de meerderheid in regering en parlement bezitten.

Daarmee ging Waesa voorbij aan het feit dat over het faillissement van de werf al jaren - ook door voorgaande Poolse regeringen - wordt gepraat en dat al die jaren, óók ten tijde van Waesa's presidentschap, tamelijk halfslachtige en veel te laat begonnen pogingen om de werf te herstructureren op niets zijn uitgelopen.

En intussen groeiden de verliezen, die nog werden vergroot door de 'harde' zoty: contracten werden in dollars afgesloten, en die werden minder waard naarmate de zoty harder werd.

De afgelopen maanden is geprobeerd de werf aan buitenlandse belangstellenden te verkopen. Dat is niet gelukt. Een plan van de directie en de provincie Gdansk om gezonde delen van het bedrijf onder te brengen in een nieuwe NV en verlieslijdende delen onder te brengen in een sterfhuis, is eveneens stukgelopen. De minister van privatisering, Wiesaw Kaczmarek, heeft nog even geprobeerd een klein deel van de werf, met drieduizend arbeiders, onder te brengen in een nieuw bedrijf dat nog een jaar zou mogen voortbestaan en dat de machines en kranen van de staat zou mogen pachten. Maar die constructie is als “verraad” door de arbeiders afgewezen.

Er is de afgelopen maanden ook nog even gestaakt, aan de werf van Gdansk. Maar hoewel Solidariteit alles heeft gedaan om het vuur van 1980 weer tot ontbranding te brengen, heeft die staking annex bezetting niets opgeleverd: de werf van Gdansk was voor de meeste Polen een gewoon bedrijf geworden, een onderneming die zich moet aanpassen aan de vrije markt. En dat lukte niet. Weliswaar liggen er orders ter waarde van 500 miljoen dollar. Maar slechts een klein deel daarvan is winstgevend.

Hoewel de verbittering groot was - “We hebben naar de politici geluisterd en zijn uiteindelijk wakker geworden met de hand in de po”, zei onlangs de voorzitter van Solidariteit op de werf - zijn het uiteindelijk de directie en de werknemers geweest die om het faillissement hebben gevraagd. Alleen op die manier kunnen ze nog over hun salarissen beschikken tot het faillissement is afgewikkeld.