Schmieren moet; Acteren in de open lucht

De tijd dat openluchtvoorstellingen werden geassocieerd met goedwillende amateurs is voorbij. In de vijftig Nederlandse openluchttheaters worden deze zomer voorstellingen gespeeld die kunnen wedijveren met de produkties in de schouwburgen.

Winteravondsprookje van Shakespeare in Diever is nog te zien t/m 7 sept. Inl. 05231-591167. Algemene inlichtingen Vereniging van Openluchttheaters: 03404-21774.

Verspreid over Nederland liggen, verscholen in bossen, parken en zelfs slottuinen, theaters zonder de beschutting van dak of muren, zonder zetels van fluweel en openschuivende rode gordijnen. Ze liggen onder de wijde hemel; het kan er regenen en waaien. Het zijn vaak schelpvormige open plekken tussen de bomen, met tegenover een speelvloer van zand, gras of hout enkele tientallen rijen banken voor de toeschouwers.

Ze heten Iepenloftspul zoals in het Friese Jorwert, of De Hunnebergen in Luyksgestel en of De Kersouwe bij Heeswijk, beide in Noord-Brabant; het Drentse plattelandsdorp Diever heeft een theater aan de rand van de Hezenes, daar terechtgekomen onder beuken en dennen omdat wandelaars die plaats geschikt voor een theater vonden, met haar natuurlijke decor van glooiingen, waartussen vanzelf een plateau om te spelen ontstond. Valkenburg heeft zijn theater met rotspartijen en grotten. Vlakbij Velp ligt De Pinkenberg, eens een zandafgraving. De oprijzende wanden van gebladerte vormen een ideale klankkast. In enkele theaters, zoals Bloemendaal en De Kersouwe, strekt zich tussen het podium en de toeschouwers een vijver uit. De klankvijver: de waterspiegel draagt de stem van de acteurs naar de toeschouwers. Toen in 1947 het theater van Bloemendaal in aanbouw was, werd een professor in de akoestiek uit Delft geraadpleegd. Hij klapte een paar keer in zijn handen, luisterde en zei: 'Van akoestiek weten we buiten nog minder dan binnen. Maar daar moet een vijver komen.'

Jaarlijks bezoeken vele duizenden toeschouwers, vorig jaar zo'n half miljoen, de voorstellingen die 's zomers buiten worden gegeven. Tijdens voorstellingen in de open lucht heerst er onder het publiek altijd een aanstekelijke, uitgelaten stemming. Picknickmanden worden meegezeuld, kinderen en buurkinderen zijn van de partij en mogen tot laat opblijven, flessen wijn worden ontkurkt. De speelstijl is ook uitbundiger dan gewoonlijk in de Nederlandse theaters. Van intiem, klein spel kan geen sprake zijn; het openluchttheater ontleent zijn bijzondere kracht aan het op effect berustende grootse gebaar, de nadrukkelijke mimiek, het spektakel, veel muziek en zelfs vuurwerk - middelen om de toeschouwer te overrompelen en in de ban te krijgen die in de schouwburg al snel met 'schmieren' worden afgedaan.

De Nederlandse openluchttheaters, er zijn ongeveer vijftig, gaan in oorsprong terug op de architectuur van de Griekse theaters, daterend van voor de jaartelling. Wie ooit Pergamon of Epidaurus bezocht in de Griekse heuvels, en, terug in Nederland, Bloemendaal of De Kersouwe bezoekt, zal versteld staan van de gelijkvormigheid. Dezelfde trapsgewijs oplopende toeschouwersplaatsen, dezelfde halve cirkel vanwaar de zichtlijnen naar het hart van het theater lopen - de plaats voor de acteurs.

Echte bomen

De tijd dat openluchtvoorstellingen werden geassocieerd met goedwillende amateurs en dat het artistieke gehalte ervan niet kon tippen aan dat van de officiële gezelschappen is al heel lang voorbij. Acteurs als Louis Saalborn en Eduard Verkade traden al uit overtuiging op tegen een decor van echte bomen; ze wilden de toeschouwers uit de theaterzaal met haar onvermijdelijke gekunsteldheid naar de natuur brengen. In Bloemendaal speelde het illustere Britse gezelschap The Young Vic en Laurence Olivier vereerde Diever met een bezoek. Een acteur als Porgy Franssen acteerde deze zomer in het Amsterdamse Bos in Brechts De Kaukasische Krijtkring zoals ik het hem nooit eerder zag doen. Alle registers van het ongeremde, exuberante acteren trok hij open en zijn energie gaf een ongekende kracht aan de voorstelling. Meer dan eens zag ik beroepsacteurs in de open lucht genieten van de fysieke vrijheid die ze ondervonden. Nog steeds zijn de amateurs in de open lucht in de meerderheid, maar ook hun niveau stijgt.

Een van de grootste charmes van het openluchtspel is juist dit acteren. De speler moet met zijn stem en gebaren verder reiken dan in de beslotenheid van de zaal. Bovendien bestaat het publiek van de openluchttheaters voor het merendeel uit toeschouwers die zelden of nooit een reguliere schouwburg bezoeken. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat sommige voorstellingen gratis toegankelijk zijn, of de entreeprijs beduidend lager is. En het openluchttheater wekt geen enkele schroom, zoals de kroonluchters in de schouwburg dat wel doen. In de open lucht is het altijd feest, daarin ligt de even geheimzinnige als vanzelfsprekende aantrekkingskracht van deze toneelvorm besloten. Er ontstaat tussen toeschouwers een ongekende saamhorigheid: 'Wil je ook een paar chipjes?' en: 'Maak je een foto van ons?'

Als we de speellijsten van de Nederlandse openluchttheaters en van de zomervoorstellingen bekijken, zoals bijvoorbeeld die van het Over het IJ Festival in Amsterdam of Oerol op Terschelling, valt meteen op dat de programmering niet verschilt van die van de officiële gezelschappen. Zowel het toneel binnen als buiten, het gesubsidieerde en nauwelijks of niet-gesubsidieerde, komt met Brecht, Claus, Sophocles, Tsjechov, Ibsen, Anouilh en natuurlijk veel Shakespeare. In Diever, dat dit jaar een halve eeuw bestaat, spelen de amateurs van het Drentse dorp jaar na jaar een komedie of tragedie van Shakespeare. Als we alleen voor Diever uitgaan van gemiddeld zeshonderd tot duizend bezoekers per avond, dan is het gerechtvaardigd te veronderstellen dat in die periode van vele zomerseizoenen meer mensen in de open lucht een voorstelling van Shakespeare bijwoonden dan in de beslotenheid van een schouwburg.

De meeste openluchttheaters ontstonden zo'n vijftig, zestig jaar geleden in de vooroorlogse tijd van crisis en de na-oorlogse periode van wederopbouw en kunstzinnige honger. Idealistische motieven gingen hand in hand met artistieke. De Velpse Pinkenberg werd door langdurig werklozen aangelegd. Bij de openingsvoorstelling op 14 september 1934 hield de burgemeester een lange toespraak over de geestelijke verheffing van het volk dank zij het toneel: 'Want is het om te beginnen niet een eigenaardige opvatting, dat wij onze vaak zwoele kunst moeten genieten in bedompte zalen? Zal een mooi stukje natuur, waar de zon straalt, waar boomen ruischen of de stilte van den avond ligt, niet meer zuiverend werken op onzen smaak en kunstopvattingen die het volk tot hun 'hoogte' willen optrekken?'

Paraplu's

Onmiskenbaar spreekt uit deze woorden iets betuttelends; dat gold niet voor het plan van de Dieverse arts Broekema om vanaf 1946 gedurende de zomermaanden een stuk van Shakespeare in de open lucht uit te voeren. Met zijn bezetenheid voor toneel, voor Shakespeare èn de Burgersdijk-vertaling lukte het hem een onwrikbare traditie te vestigen, waarvan de kwaliteit kan wedijveren met tal van andere uitvoeringen. Hooguit kan men tegenwerpen dat Shakespeare in Diever 'niet vernieuwend' is. Het is van weinig belang - juist de aandacht voor de conventie, voor fraai gekostumeerde voorstellingen met acteurs die zich volop inleven in uitvergroot spel, is een van de pijlers waarop het openluchttheater rust.

De overdekte schouwburg van het officiële toneelseizoen heeft zich moeiteloos verplaatst naar de open plek in het bos. Ooit is er, om de regen tegen te gaan, geëxperimenteerd met reusachtige paraplu's of uitschuifbare daken, maar regel werd dat gelukkig nooit. De grillen van het weer geven een speciale bekoring aan het toneel buiten. Als de artistieke ontwikkeling van het openluchttheater evenals de laatste jaren sprongsgewijs vooruit blijft gaan, dan moeten de schouwburgen rekening houden met geduchte concurrentie: het zal 's zomers in de stedelijke bonbonnières steeds stiller worden, terwijl velen feilloos de weg weten te vinden naar de open plaatsen in het bos met daarboven het bladerdak.