Roddels rond portretten van Romeinse keizers

Tentoonstellingen: 'Tu Felix Agrippina' - Bildnisse der familie des Kaisers Augustus. Keulen, Römisch-Germanisches Museum. T/m 27 okt. Di t/m vr 10-16u, za-zo 11-16u.

'Een keizer is ook maar een mens'. Heerlen, Thermenmuseum. T/m 24 nov. Di t/m vr 10-17u, za-zo 14-17u.

Wat de Kennedy's waren voor de twintigste eeuw en de Borgia's voor de Renaissance, was het Julisch-Claudische huis voor de Romeinse keizertijd: een even machtige als beruchte dynastie die de pennen van generaties historici in beweging bracht. Chroniqueurs als Tacitus en Seutonius hadden dan ook heel wat om over te schrijven; in de eerste decennia van onze jaartelling maakten de familieleden van keizer Augustus zich schuldig aan iedere misdaad die te bedenken viel - van sadisme tot bigamie, van vraatzucht tot lustmoord, van incest tot matricide.

Televisiekijkers van boven de dertig zullen zich de details van deze keizerlijke uitspattingen herinneren dankzij de Engelse serie I Claudius, die aan het eind van de jaren zeventig ook in Nederland werd uitgezonden. De dertien afleveringen, gebaseerd op de Claudius-romans van Robert Graves, maakten zoveel indruk dat velen bij het horen van de naam Caligula zullen denken aan de hysterische lachsalvo's van John Hurt, en bij de naam Claudius aan het hinkepoten en het stotteren ('P-p-poisoned?') van Derek Jacobi.

Hoe Claudius en de andere telgen uit het Julisch-Claudische huis in de oudheid werden afgebeeld, is nu te zien in Keulen. Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het Römisch-Germanisches Museum werd een tentoonstelling ingericht met portretten van de keizerlijke familie die het Romeinse Rijk regeerde van 31 voor Christus tot 68 na Christus. Middelpunt is dit keer niet Claudius, maar zijn nicht en echtgenote Agrippina de Jongere, die nauw verbonden is met de stad Keulen. Als dochter van de veldheer Germanicus was ze in het jaar 15 in de havenplaats aan de Rijn geboren, als keizerin gaf ze de voormalige nederzetting van de Ubiërs stadsrechten. Haar naam luidde voortaan 'Colonia Claudia Ara Agrippinensis'; en als die mondvol in later tijd anders was afgekort dan reisden we nu niet naar Keulen, maar naar Agrippinensis.

De faam van Agrippina de Jongere berust overigens op andere zaken. Mede dankzij de vrouwenhater Tacitus en de aartsroddelaar Seutonius is ze de geschiedenis ingegaan als een machtswellusteling die haar oom Claudius verleidde om keizerin te worden en hem vervolgens vermoordde met giftige paddestoelen om haar zoon Nero op de troon te helpen. Toen ze in de jaren vijftig na Christus haar greep op de losgeslagen Nero dreigde te verliezen, deelde ze het bed met hèm - totdat hij er genoeg van kreeg en zijn moeder tijdens een boottochtje liet doodsteken.

Op de bescheiden expositie in Keulen - een twintigtal borstbeelden aangevuld met munten, cameeen en andere sieraden - is Agrippina in vele hoedanigheden te bewonderen: als jong meisje samen met haar broer Caligula, als statige matrone naast haar derde echtgenoot Claudius, en als moeder naast de sprekend op haar lijkende Nero. Zelfs met haar iets te brede neus en wrede mond is ze overduidelijk een klassieke schoonheid. Het hoeft niet te verbazen dat ze in haar tijd grote invloed had op het schoonheidsideaal en het modebeeld.

Er zijn meer mooie keizerlijke koppen op de tentoonstelling Tu felix Agrippina. Zo kom je Agrippina's oudoom Augustus tegen als camee op een fraai bewerkte hanger, en als hartveroverend miniatuurkopje van groen glas. Maar de veelal prachtige portretten, geleend van de archeologische musea van Rome, Napels, Wenen en Kopenhagen, kunnen niet verhullen dat de samenstellers zich er enigszins gemakkelijk van af hebben gemaakt. De opstelling van het materiaal, kriskras tussen de reguliere museumstukken is verwarrend, en de begeleidende teksten zijn zeer summier. Een goed beeld van de Julisch-Claudische dynastie wordt niet gegeven, en zelfs de historische anekdotes zijn tot een minimum beperkt.

Dat laatste kun je niet zeggen over de vergelijkbare expositie Een keizer is ook maar een mens, die in het Thermenmuseum van Heerlen is georganiseerd. Hier overheerst juist de anekdotiek: de vijftien uitgestalde beelden van Romeinse heersers, merendeels gipsen afgietsels, zijn niet meer dan illustraties bij prominent gebrachte faits divers. Onder soms oubollige koppen ('Haantje de voorste', 'Koud hè') wordt in korte paragraafjes verteld dat Caesar met de keizersnee werd gehaald en dat Augustus een koukleum was. Dat kan nuttige en aangename informatie zijn, maar alleen als ze wordt aangevuld met het bredere geschiedverhaal.

De exposities in Keulen en Heerlen hebben zeer verschillende doelgroepen. Tu felix Agrippina is voor de liefhebber van Romeinse portretkunst die het nauwelijks kan schelen wie er voor de statige bustes model hebben gestaan; Een keizer is ook maar een mens is een licht-educatieve historische tentoonstelling voor iedereen met een voorliefde voor royalty-roddels. Het zou goed zijn als het Thermenmuseum en het Römisch-Germanisches Museum de volgende keer eens samenwerkten aan een keizersexpositie die zowel educatief als esthetisch verantwoord is. Historisch is daar veel voor te zeggen. Keulen en Heerlen zijn per slot van rekening ooit aan één Romeinse weg gebouwd.