Oude ijzergieterij ziet toekomst in 'nostalgische vervangingsmarkt'

1996 is het jaar van het industriële erfgoed. Onder dit begrip valt een veelomvattende reeks historische objecten. Hiertoe behoren in de eerste plaats oude fabrieken en werkplaatsen die vaak hun oorspronkelijke functie verloren hebben en met sloop worden bedreigd. Een ruim honderd jaar oude ijzergieterij in Bergen op Zoom is nog altijd in bedrijf, maar wordt monument. “Er is nooit iets aan dit bedrijf gedaan.” Vijfde aflevering in een serie.

“Kijk uit!” schreeuwt de voorman van de ijzergieters. Oranjerood gesmolten ijzer met een temperatuur van 1.400 graden stroomt uit de zandvorm waar het een minuut eerder is ingegoten. Pezige mannen met gegroefde koppen komen toegesneld en zien dat het ijzerstroompje stokt. Onverschillig schoppen ze zand dat in een dikke laag op de vloer van de giethal ligt, over de plas stollend metaal. Terwijl vonken meters de lucht invliegen, sjokken de mannen terug naar hun gietpan die onder een van de twee ovens hangt.

Deze werkwijze verschilt nauwelijks met die van de mensen die ruim honderdtien jaar geleden in dezelfde hal werkten. Het is nog steeds zwaar en gevaarlijk werk voor ongeschoolde mannen. Interieur en inboedel van de stoffige hal, waar zuurstofarme lucht de keel dichtsnoert, zijn evenmin veranderd. Het is de giethal van Rogier Nerincx en Richter Machinefabriek en Gieterij BV in het Brabantse Bergen op Zoom.

Aan de spoorlijn naar Zeeland staat de fabriek er precies zo bij als in 1882. Reden waarom het Projectbureau Industrieel Erfgoed (PIE) de gieterij de kwalificatie 'zeer zeldzaam' heeft gegeven. 'Zeer illustratief voor het traditionele produktieproces', aldus het PIE, dat heeft geadviseerd de fabriek op de monumentenlijst te plaatsen. De staat van onderhoud is 'matig'. Van buiten ziet Rogier Nerincx Richter met alle graffiti, hangende dakgoten en kapotte ramen er verlaten uit.

“Waarom is dit een museum?” vraagt directeur Nico Vlemmix retorisch. “Omdat er nooit iets aan dit bedrijf is gedaan.” De afgelopen jaren leed de gieterij verlies. Daarvoor, gedurende de naoorlogse wederopbouw, groeiden de bomen tot in de hemel en boekte Rogier Nerincx en Richter onder leiding van het laatste lid van de familie Rogier winsten van meer dan 20 procent van de omzet.

Eind vorige eeuw doken in verschillende delen van Nederland concentraties van ijzergieterijen op. Ze vervulden een toeleveringsfunctie voor de industrie die in hun regio was gevestigd. In de buurt van de weverijen in Twente konden de gieterijen onderdelen voor de machines maken. In Rotterdam, Amsterdam en Groningen vestigden zich ijzergieterijen voor de scheepvaart, bijvoorbeeld voor het gieten van scheepsschroeven. Bergen op Zoom ligt in een gebied waar suikerbieten worden verbouwd en waar een groot aantal suikerfabrieken was. Dat was de reden voor Christiaan Rogier, wethouder in Bergen op Zoom en lid van de Provinciale Saten, suikerfabriekdirecteur Nerincx en de Duitse ingenieur Richter in 1882 een ijzergieterij annex machinefabriek te beginnen. De fabriek zou aanvankelijk reparatiewerk verrichten voor de suikerindustrie, maar legde zich al snel toe op de ombouw en modernisering ervan. Daarnaast had de gieterij succes met haar produkten voor gasfabrieken. 'Industrieel Nederland', een inventarisatie uit 1921 van alle bedrijven in Nederland meldde dat “er thans bijna geene gemeente van eenige beteekenis in Nederland is, waar de firma ten behoeve der gasfabrieken niet heeft geleverd ovenarmaturen of toestellen voor koelen en reinigen van het gas.”

Mede-oprichter Nerincx stapte al na een half jaar uit de nieuwe onderneming, de reeds bejaarde Richter volgde in 1914 en de naam van het bedrijf werd veranderd. 'Machinefabriek voorheen Rogier Nerincx Richter IJzer en metaalgieterij' staat in vage letters op een van de fabrieksmuren waar klimop bezit van heeft genomen. 'Specialischt voor gas en suikerfabrieken'.

Charles Petrus Rogier bleef dus met de gieterij achter. Hij ontdekte het buitenland en exporteerde filterpersen naar suikerfabrieken op Java en Cuba en in de rest van Zuid-Amerika. De succesvolle gieterij ging van vader op zoon Rogier over. De laatste placht zich in zijn zwarte Rolls Royce door Bergen op Zoom te laten rijden. De auto stond als bedrijfswagen in de boeken. Een mysterieuze roofmoord in 1968 maakte een eind aan het leven van de laatste Rogier en aan de vette jaren van de gieterij. Een apotheker uit Bergen op Zoom bleek de erfgenaam van de vermoorde fabriekseigenaar, maar hij was niet geïnteresseerd in de gieterij. Zelden verscheen de man op de zaak, investeren was er niet bij en het bedrijf gleed in sneltreinvaart af tot een verlieslijdend en milieuvervuilend blok aan het been van de gemeente Bergen op Zoom.

Drie jaar geleden mocht Vlemmix proberen de zaak weer op de rails te zetten. De gieterij had zich inmiddels gespecialiseerd in het gieten van stukken voor de waterleiding. Omdat de technische ontwikkelingen in het ijzergieten aan het bedrijf waren voorbijgegaan, moest het bedrijf zijn toevlucht zoeken in de handel van produkten die het zelf niet kan maken. Niet omdat kennis en vaardigheid ontbreken, maar omdat de stokoude machines niet voor moderne produktie geschikt zijn.

Vlemmix heeft zijn leven lang niets anders gedaan dan ijzergieten. Hij werkte voor de Verenigde Naties als leider van een gieterij in Nepal. Aan het eind van zijn carrière in Bergen op Zoom kwam hij tot de ontdekking dat hij zich in een wespennest had gemanoeuvreerd. De apotheker die de fabriek met alles erop en eraan nog steeds in bezit heeft, wil maar niet van zijn verlieslatende bezit af. Omwille van de grond waar de ijzergieterij op staat, vermoedt Vlemmix: rondom het bedrijf wordt driftig gebouwd. Tevergeefs verzette de apotheker zich tegen de erkenning van Rogier Nerincx Richter als industrieel monument. Die erkenning komt er en de grond is sterk in waarde verminderd, omdat het bedrijf erop moet blijven staan.

Vlemmix kan bijna niet wachten op het moment waarop de eigenaar zijn bezit uit handen geeft. “Dan gaan we hier echt beginnen”, zegt hij handenwrijvend. Er moet een nieuwe giethal komen die in niets zal herinneren aan hoe het ooit was.Dit zal een paar meter verderop te zien blijven in de oude hal die het karakter van een museum krijgt. Vlemmix wil bovendien een bedrijfsactiviteit uitbouwen die zich nu voorzichtig aan het ontwikkelen is, de 'nostalgische markt'. In een hal staan de nieuwe houten modellen van een ouderwetse lantaarnpaal. “Order van de gemeente Maastricht”, licht Vlemmix toe. Nog interessanter voor een klassieke ijzergieterij is de nostalgische vervangingsmarkt. “Als iemand een paal van een authentieke gietijzeren brug kapot rijdt, gaat hier de kassa rinkelen.”