Oppositie: wet is pro-Syrië; Hof Libanon keurt nieuwe kieswet af

BEIROET, 9 AUG. Het Libanese Constitutionele Hof heeft gisteren de nieuwe kieswet, die vorige maand werd aangenomen, ongeldig verklaard. Volgens het hof is de indeling in kiesdistricten, bedoeld om pro-Syrische kandidaten te bevoordelen, onwettig.

Door het oordeel van het hof moeten de parlementsverkiezingen, die voor 18 augustus waren gepland, waarschijnlijk worden uitgesteld.

Het hof kwam tot zijn uitspraak na een petitie van tien oppositionele parlementsleden, zes maronitische christenen en vier linkse moslims. Volgens de parlementsleden maakt de kieswet een onwettig onderscheid tussen Libanese burgers omdat de kiesdistricten waar maronitische christenen een meerderheid vormen te groot zijn.

Libanon heeft geen systeem van evenredige vertegenwoordiging maar een districtenstelsel. In zo'n systeem is het mogelijk om de oppositie te 'neutraliseren' door haar in enkele kiesdistricten te concentreren.

De regering had gekozen voor deze indeling in districten omdat veel maronieten sterk gekant zijn tegen de aanwezigheid van de ongeveer 35.000 Syrische militairen in Libanon.

Tegen de uitspraak van het hof is geen beroep mogelijk. Het was de eerste keer dat het college, dat vorig jaar werd ingesteld, het verzoek kreeg een oordeel uit te spreken over een organieke wet. Het hof had overigens vier sessies van in totaal ongeveer 25 uur nodig om tot zijn oordeel te komen.

In een reactie op de uitspraak zei de Libanese minister van Binnenlandse Zaken, Michel al-Murr, dat de verkiezingen niet langer dan twee weken worden uitgesteld en dat het Libanese kabinet vandaag in een buitengewone zitting bijeenkomt om de kieswet aan te passen.

Volgens bronnen in Beiroet zijn de Libanese leiders van plan om aan de kieswet een bepaling toe te voegen waardoor de indeling in districten “bij wijze van uitzondering en voor deze ene keer” toegepast zou moeten worden.

In Zuid-Libanon is gisteren voor de eerste keer een bijeenkomst geweest van de internationale commissie die toezicht moet houden op de naleving van de op 26 april overeengekomen wapenstilstand tussen Israel en de moslim-extremististische Hezbollah-beweging. De bijeenkomst werd enkele keren uitgesteld omdat de Syrische president, Assad, bang was dat de commissie (waarin Syrië, Libanon, de Verenigde Staten en Israel vertegenwoordigd zijn) zich tot een informeel forum voor vredesonderhandelingen zou ontwikkelen. Pas toen een duidelijk gedefinieerde agenda voor de commissie was opgesteld stemde Syrië met de bijeenkomst in.

De bijeenkomst van de commissie was besloten. Het hoofd van de Israelische delegatie zei aan het einde van het overleg dat de commissie zich alleen met administratieve zaken had beziggehouden.

Enkele uren voordat de bijeenkomst gisteren in Naqoura begon, voerde Israel overigens nog luchtaanvallen uit in de Beka'a-vallei, als vergelding voor een actie van Hezbollah eerder deze week. Volgens het akkoord van 26 april mogen Israel en Hezbollah nog wel elkaars militairen doelen in de zogeheten veiligheidszone in Zuid-Libanon aanvallen, maar zijn acties tegen de burgerbevolking uit den boze. Bij de bliksemcampagne van Israel tegen Hezbollah voorafgaand aan de wapenstilstand kwamen ten minste tweehonderd Libanezen, vooral burgers, om het leven. (AP, AFP, Reuter)