Nuchtere Moeke Jikke

Sneek treurt om de dood van Moeke Jikke. De oudste hotelhoudster van Nederland stierf 4 augustus jl. op 90-jarige leeftijd. Mevrouw J. Van der Horst-Ozinga bestierde 66 jaar de Sneker Stadsherberg Hotel Osinga. Zowel zij als haar hotel waren een begrip in Friesland en ver daarbuiten.

Jikke, Sneek en de Waterpoort werden vaak in één adem genoemd. Haar verjaardag, op 20 maart, was haast een gemeentelijke feestdag. Jong en oud kwam haar feliciteren. Het hotel, dat haar vader aan het begin van deze eeuw aankocht, ligt aan de Kolk, tegenover de Waterpoort. Meer dan zestig jaar ontving Moeke Jikke hier haar gasten. De laatste maanden toen de krachten afnamen, hield ze het café vanuit haar bed in de aangrenzende kamer nog in de gaten. Haar dochter en zoon hielpen de laatste jaren al veel mee.

Haar gele kanariepietje zit in zijn kooitje naar de lege stamtafel te blikken. In de sobere, maar tegelijkertijd sfeervolle gelagkamer, hangt een grote kleurenfoto aan de muur van moeder Jikke. In het midden staat het biljart, waaronder de hotelpoes zijn vaste stek had. Voor het eerst in zijn bestaan is Hotel Osinga een week gesloten. Boven de bar hangt haar lijfspreuk: 'Niemand is hier meer dan iemand'.

Het café, dat was haar leven. Jikke Ozinga was hotelier in hart en nieren. Ze genoot van de levendigheid en de afwisseling van het hotelleven. Recht door zee was ze. Wars van dikdoenerij en flauwekul. Van de 'gewone' man en vrouw hield ze vooral. “Of je nou van gewone komaf was of van het Koningshuis, ze behandelde iedereen gelijk”, vertelt haar familie. Eigenzinning was ze ook. Ze wist precies wat ze wilde. “Een nuchtere, hardwerkende vrouw die achter de coulissen klaarstond voor iedereen die haar advies of raad vroeg.” De stadsherberg werd bezocht door een gemeleerd gezelschap. Maar iedereen wist dat hij zich netjes moest gedragen. Wie al te veel aan Bacchus had geofferd kreeg geen druppel drank meer van haar. “Een kop koffie kun je krijgen.” Wie tegensputterde en antwoordde dat hij dat thuis ook wel kon krijgen, werd dan ook naar huis gestuurd. De huisregels werden gerespecteerd in Hotel Osinga.

In 1930 nam Jikke het hotel van haar vader, de eerste Ford-dealer van Noord-Nederland, over. Ze had toen een harde leerschool achter de rug in een lunchroom in Leeuwarden. Daar werd ze 'die hardwerkende Sneker' genoemd. Als het er druk was moesten de bediendes van hun zuurverdiende loon zelf extra hulp inhuren. Ze trouwde in 1939 met Jacob van der Horst. Na de dood van haar man in 1973 stond Jikke er opnieuw alleen voor. Het was moeilijk voor haar. Ze miste haar klankbord. Een uitlaatklep vond ze in rijmpjes en gedichten waarin ze haar gevoelens onder woorden bracht. Een notitieblok lag steevast op haar kussen. De nachten waren kort. Elke ochtend stond ze om kwart voor 5 op, haar bed zag ze niet voor enen. Het ontbijt voor de hotelgasten maakte ze zelf klaar en ook het diner kookte ze eigenhandig. In de begintijd vulde ze de lampetkannen in de elf kamers die het hotel telde. Eind jaren zeventig voldeed het pand niet meer aan de veiligheidseisen. “Ik verkoop me niet levend”, zei ze. Dus werd het hotel aangepast aan de brandvoorschriften. De oude paneeldeuren maakten plaats voor brandvertragende. De dwang van bovenaf stond haar tegen, maar ze zag het nut van de veiligheid die ze ervoor terug kreeg. Als ze voor het raam naar buiten keek en potentiële gasten naar binnen zag komen wist ze al vantevoren of die zouden blijven logeren. Een man die eerst kwam informeren of hij de kamers mocht zien, werd zonder pardon de deur gewezen. “Ik vraag toch ook niet of ik je vrouw eerst mag zien”, antwoordde Jikke dan. Die vrouw stond vaak buiten het oordeel van haar man af te wachten. Niet alleen haar eigen gedachten en overpeinzingen vertrouwde ze aan het papier toe. Ook de afbraak van beeldbepalende en karakteristieke gebouwen in de Sneker binnenstad, schreef ze van zich af. De sloop van het oude St. Antoniusziekenhuis ging haar aan het hart. Ooit stoof ze eens naar een raadsvergadering waar een in haar ogen snood plan werd gesmeed over sloop en nieuwbouw. Zo van achter de wastobbe met een jas haastig over haar schort getrokken. In de haast had ze twee verschillende schoenen aan. Het kon haar geen fluit schelen. Uiterlijk vertoon deed haar niets, maar de afbraak van 'oud Sneek' des te meer. Dat deed haar pijn. De markante hotelhoudster wordt vandaag begraven in de Waterpoortstad. Haar buurman, begrafenisondernemer J.A. de Boer, zal haar in een oude koets te ruste brengen. Dat was haar grote wens: “Ze zei vaak: ik heb alle ontwikkelingen in deze eeuw meegemaakt. Toen ik opgroeide ging alles nog te voet, zo wil ik ook weggebracht worden”, vertelt haar dochter. Moeke Jikke beschreef haar leven in een gedicht, dat ook boven de rouwadvertentie staat.

Een leven vol strijd

met genoegen erdoor

Met een sneltreinvaart

blijft het leven je voor

stop zegt de trein

en het leven zegt

stap maar uit

goede reis gehad?

dank u