Ik ken alleen mezelve niet; Francois Villon vertaald

Ernst van Altena : De Volledige Villon. Aristos, 450 blz f 95,- Francois Villon: 1431-1463.... Vertaling en illustraties Wim de Cock Davidsfonds/Clauwaart, 156 blz. f45,-

Als u vijf eeuwen geleden Francois Villon zag aankomen, kon u beter aan de andere kant van de straat gaan lopen. Die asociale dronkelap stal niet alleen uit kerken, maar zag er ook niet tegenop zo nu en dan iemand dood te slaan. Hij werd vanwege zijn zinloos geweld dan ook een paar keer tot de galg veroordeeld, maar kreeg steeds weer gratie. Daaraan danken wij de mooiste verzen ooit in het Frans geschreven. Krachtige, persoonlijke rauwe balladen en kwatrijnen in ijzeren vormen gegoten. Omdat ze meer dan vijfhonderd jaar oud zijn, kunnen Fransen ze niet meer lezen. Koop je hem in de Livre de poche, dan is elk rechterbladzij-vers vergezeld van een commentaar op de linkerbladzij. Koop je hem in de 'tweetalige editie' van Dufournet bij Flammarion, dan wordt elk linkerbladzij-vers vergezeld van een proza-vertaling op de rechter.

Het zijn dus alleen niet-Fransen die van Villons talent kunnen genieten door het lezen van eigentijdse teksten die in vorm en inhoud lijken op het origineel. In 1963 vertaalde Ernst van Altena de Verzamelde Gedichten van Villon, waarvan er vijftigduizend verkocht werden. In 1985 verscheen van hem Villon Vervolgd met de nog onvertaalde verzen. Nu heeft Van Altena, als cadeau bij zijn 65ste verjaardag, die twee bundels verenigd tot De Volledige Villon.

Uitgaven van Villon zijn altijd of geleerd of geillustreerd. Het zijn prestigieuze boekwerken die je in de kast zet of op de koffietafel legt, waar je iets in opzoekt, of waarvan je de plaatjes bekijkt. Ernst van Altena geeft zonder geleerde noten en zonder tekeningen alle teksten van Villon zelf plus de Nederlandse vertaling.

Op ditzelfde moment verschijnt in Belgie een vertaling van een derde van Villons werk met houtsneden van vertaler Wim de Cock zelf. De verleiding om de twee vertalingen naast elkaar te leggen is onbedwingbaar. Ik geef van een aantal bekende regels: De tekst van Villon, de prozavertaling van Dufournet, en de Nederlandse versies van Ernst van Altena en van Wim de Cock. Eerst het grafschrift voor zichzelf dat Villon maakte bij zijn veroordeling tot de galg.

Dit kwatrijn (kader 1) moet het hebben van het rijm van het woordpaar col-cul. Beide vertalers hebben vier rijmende woorden - Villon vond drie verschillende genoeg. Van Altena maakt van col-cul kop en kont, bij De Cock verdwijnt het paar in een koord als kraag en beide billen. 1-0 voor Van Altena.

Nu vier regels uit de Ballade van de dames uit vroeger tijd met de bekende slotregel, die trouwens bij Chaucer al te lezen viel over de sneeuwen van gisterjaar: zie kader 2.

Jeanne d'Arc werd in 1431, het geboortejaar van Villon, in Rouaan verbrand. Van Altena laat haar smoren, omdat hij moet rijmen op een vorige regel. Beide vertalers kiezen voor 'Engelsen' het woord 'Brits', omdat het korter is en laten dat 'Brits' volgen door een 'heir' en een 'legioen' om te rijmen op 'weleer' en 'toen'. Het lijkt bij Van Altena of de dichter aan de transvestiete Maagd van Orleans vraagt waar al die dames gebleven zijn bij De Cock is duidelijk dat de zoonbarende Maagd van Bethlehem wordt aangesproken. De stand is nu 1-1.

Een andere beroemde regel de oorsprong van Gone with the wind, besluit de Ballade in Oud-Frans waarmee Villon het Frans van twee eeuwen voor zijn tijd bedoelde. Geleerden wijzen erop dat Villon dat Frans niet kende en fouten maakte. Maar Francois had Frans gestudeerd en het lijkt me best mogelijk dat hij expres een pastiche in Oudt-Franzoos schreef. Het is duidelijk dat de vertalers daarmee niets kunnen beginnen. Zie kader 3.

Moeilijk kiezen deze keer. Van Altena heeft er wel erg veel - koningen, helden schelden, laatste eer - bij verzonnen. De Cock geeft de clou van ons stof dat in de wind verwaait, te vroeg weg. Maar zijn 'kreperen' en vooral zijn achteraanplaatsen van 'de wind' doen hem winnen: 2-1 voor Belgie.

In de Ballade van de kleinigheden, waar de dichter lange opsommingen van dingen die hij kent steeds eindigt met: 'Ik ken ze allemaal, maar ken mijzelf niet', kan een vertaler zich losmaken van de oorspronkelijke woorden, die immers vaak vanwege het rijm gekozen lijken. Ik geef daarom dit keer niet het origineel maar alleen de twee Nederlandse vertalingen: in kader 4.

De slotregel is de enige, van de duizend regels die beiden vertaalden, die hetzelfde is.

Verder kun je in dit vers bij beiden de geslaagde regels tellen en dan wint voor mij Van Altena die zich minder aan de Franse kleinigheden houdt. De stand is nu 2-2 en het is tijd om toe te geven dat het zo scheidsrechteren tussen twee Villon-vertalers nergens op slaat.

Van Altena heeft natuurlijk de verdienste dat hij de hele nalatenschap van Villon heeft vertaald. Tegen zijn vertaling uit 1963 was en is mijn bezwaar dat er de sfeer van visnetten, chansons en bekaarste wijnflessen aan kleeft. Woorden als 'frak' en 'heir', 'sinjeur' en 'kompaan', 'Gij' en 'dewelke, tabbert en maagdeken' geven aan de krachtige, onsentimentele poezie van Villon een smaak van ouderwetsigheid die hij misschien voor de huidige Franse lezer ook heeft, maar die nu juist een vertaler kan vermijden. Het valt op dat Van Altena in zijn vertaling uit 1985 veel minder aan het troubadour-syndroom lijdt. Daar vinden we prachtwoorden als 'sletbed' en 'piepels', en zinnen als: 'Wie niet oplet is de lul' of 'Lik mijn reet'. In 22 jaar is de vertaalkunst van Ernst van Altena volwassen geworden. Als hij niets anders te doen heeft, zou hij nog eens zijn werk van 1963 moeten herzien.

Elke tijd krijgt zijn eigen Villon en het unieke van de Volledige Villon is dat men daarin de vertaling in de stijl van de jaren vijftig plus de latere toon van de jaren tachtig kan vinden. De Belgische begeleiding van De Cock is er alleen maar welkom bij. Ik ken geen taal waarin men Francois Villon zo rijk kan lezen als de Nederlandse. In ieder geval kunnen de Fransen dat niet. Daar lezen ze Villon zoals wij de Beatrijs en Anna Bijns. Bij ons staat Villon te springen bij de galg.