Met zwarte snuit en zorgelijke blik; Drie tentoonstellingen over honden in Brussel

'Een grote passie voor de hond' dicht de Belgische prins Laurent zichzelf toe. Hij schreef een boek over het huisdier, waarin hij onder andere de rol van de hond in kunst, mythologie en religie nader toelicht. In Brussel zijn nu ook diverse tentoonstellingen over honden ingericht. “Van koningin Louise-Marie, die een uitgebreide briefwisseling met haar dierenarts onderhield, wordt een aquarel van twee windhonden getoond.”

Tentoonstellingen in Brussel: Het Koninklijk Paleis, Paleizenplein, t/m 7 sept. Di t/m zo 10.30-16.30u.; Museum voor Oude kunst, Regentschapstraat 3, t/m 28 sept. Di t/m vr van 9.30-16.45u, za en zo 10-16.45u. Koninklijke Bibliotheek, Keizerslaan 4, t/m 28 sept. Ma t/m za 9.30-18u. Laurent van België: De Hond als Gids in de kunst en in de stad'. Prijs 1700 Bfrs.

Het interieur van het negentiende-eeuwse Brusselse Paleis heeft veel bekijks. Op de klanken van de 'Wals-Berceuse' van Chopin die uit een luidspreker komen, schuifel ik met een paar honderd andere bezoekers langs de met koorden afgesloten koninklijke vertrekken. De massale optocht waarin met fantasie-ordetekens omhangen royalistische huisvrouwen meelopen, trekt langs Het Klein Wit Salon, Het Blauwe Salon, Het Leopold de Eerste-Salon, Het Lodewijk de Zestiende-Salon, Het Salon van de Denker en Het Salon van de Maarschalken. In ieder vertrek groeperen de bezoekers zich achter het koord om een tijdje naar de koninklijke voorwerpen in de verlaten ruimte te staren. Met behulp van een in het paleis verkrijgbaar wandelgidsje determineer ik een Klems-piano, distelvormig glaswerk, een Perzisch Hossein Kirman-tapijt, een voor Lodewijk de Zestiende gemaakt vouwstoeltje, voor Napoleon Bonaparte en Joséphine de Beauharnais ontworpen armstoelen in empire-stijl, door de Spaanse kunstenaar Goya ontworpen tapijten, met Sint Jacobsschelpen en gevederde dieren verluchtigd serviesgoed en een portret van koningin Fabiola. Op de wanden hangen verder hoofdzakelijk hondenportretten.

De numeriek overweldigende aanwezigheid van geschilderde honden in de officiële koninlijke residentie wekt verbazing bij het groepje toeristen dat voor mij loopt. “Ik meende in een koninklijk paleis op familieportretten te kunnen rekenen maar ik zie alleen maar honden”, hoor ik een Engelsman zeggen. Dat het hier om een curieuze expositie van hondenportretten uit het bezit van het Belgisch vorstenhuis gaat, is een goed bewaard geheim. Alleen in een vrijwel onvindbaar foldertje is te lezen dat er in Brussel op verschillende plekken hondententoonstellingen zijn georganiseerd naar aanleiding van de recente verschijning van een door de Belgische prins Laurent geschreven koffietafelboek, De Hond als Gids in de kunst en in de stad.

Prins Laurent, die voorzitter is van de Stichting voor het Welzijn van de Huisdieren en Wilde Dieren, rept in zijn boek ondermeer over de Belgische hofschilder der huisdieren Eugène Verboeckhoven (1799-1881). Volgens de prins werden er pas in de negentiende eeuw voor het eerst echte portretten van honden geschilderd. Verboeckhovens hondenschilderijen uit de romantische school vormen het puikje van de dierportretten uit de koninklijke verzameling.

Krentenoogjes

In Het Groot Wit Salon stuit ik op drie charmante, vaardig gepenseelde voorstellingen van deze salonschilder. Verboeckhovens Portret van het schipperke van koningin Louise met uitzicht op de baai van Napels uit 1832, heeft de allure van een staatsieportret. Het schipperke, een vervaarlijk gespierd, bruinwit heerschap met onbetrouwbare krentenoogjes, zetelt op een omvangrijk kussen met ingeweven exotische motieven, dat is neergelegd op een brede marmeren vensterbank. Achter de hond bevindt zich een opengeschoven, weelderig gedrapeerd karmijnrood gordijn met gouden kwasten, terwijl het venster uitzicht biedt op een idyllisch kustlandschap.

Het portret van de melancholiek ogende Doran, dashond van koningin Louise, uit 1841, lijkt veeleer de eenzaamheid van het hofhondje als inhoud te hebben. Prins Laurent merkt in zijn boek op dat Verboeckhoven hier 'een hond portretteerde die alleen in de vrije natuur staat: met een forse rug, op korte poten, rosharig, met zwarte snuit en zorgelijke blik.'

Het informele leven der huisdieren aan het Belgische hof verbeeldde Verboeckhoven, in 1845, in het portret De Lievelingsdieren van Leopold I. Leopold I, die toen 55 jaar was, blijkt sterke banden met een aap, een papegaai en verschillende honden te hebben gehad. Het schilderij dat de dieren in de salon toont, waar een hondenband, een bal, een verfomfaaide ganzenveer en een opengescheurde envelop met een lakzegel over de kersenhouten vloer zijn verspreid, wordt nauwkeurig door prins Laurent omschreven. 'De newfoundlander leunt tegen de stoel waarop een cocker het windhondje uitdaagt dat bij hem op de stoel wil springen. De King Charles haalt de neus op voor de rode papegaai die op de rug van de leren stoel heeft postgevat, terwijl de aap, die rechtstaat op de vensterbank, zich aan het gordijn vastklampt om de vogel met meer kracht te kunnen uitschelden.'

De koninklijke familie telde ook leden die hun honden zelf schilderden, zoals Louise-Marie, koningin der Belgen, en haar kleindochter Hendrika. Van de koningin, die zich permanent zorgen maakte over haar paarden en honden en een uitgebreide briefwisseling met haar dierenarts onderhield, wordt een aquarel van twee windhonden getoond. Uit de bijdrage van Hendrika komt eveneens een diep geworteld sentiment ten aanzien van de hond naar voren. Het door haar gemaakte portret van een, wonderlijk genoeg, sprekend op een kangoeroe lijkend, chocoladebruin viervoetertje dat zich ophoudt naast een roze avondhandschoen en een bos vergeet-mij-nietjes, herinnert aan een ouderwets poëzieplaatje. 'Blijkbaar is de liefde die men in deze familie honden toedraagt, een constante. Het is in elk geval een traditie', schrijft de prins die een bewonderaar is van het werk van de Nederlandse katten- en hondenschilderes Henriëtte Ronner (1821-1909).

Mitrailleurwagentje

In zijn boek houdt de prins zich overigens niet uitsluitend met het hondenportret bezig. De inhoud van De Hond als Gids in de kunst en in de stad bestaat uit folkloristische anekdotes en losse verhaaltjes van gemiddeld een regel of twintig over het wel en wee van de hond die met hulp van een tekstuele assistent werden geschreven. Aangestipt worden uiteenlopende onderwerpen als de relatie tussen mens en hond, het militaire optreden van de viervoeter tijdens de Eerste Wereldoorlog, als trekhond van het Blancgarin-mitrailleurwagentje bij het Regiment der Karabiniers, de rol van de hond in de mythologie, de religie en in stripverhalen. De prins stelde ook nog een uiterst beknopte honden-encyclopedie samen waarin informatie wordt gegeven over honden als fox-terriër Laika die, in 1957, met een Spoetnik een ruimtevaartvlucht maakte waarvan zij niet terugkeerde, en over ene Poef. Volgens de prins placht dit abrikooskleurige poedeltje in de sacristie te wachten op zijn baas, een pastoor, wanneer deze in de Brusselse Sint-Michielskerk de mis opdroeg.

De prins lijkt bij de samenstelling van zijn hondenkroniek niet over één nacht ijs te zijn gegaan. In Brussel was hij in gezelschap van een fotograaf maanden bezig met het zoeken naar beelden van honden op reclameborden, tegeltableaus, gevelstenen, gevelversieringen, reliëfs en monumenten. Deze foto's maken deel uit van de met veel plaatwerk verluchtigde hondenkroniek.

'Naast de wetenschap, de bescherming van de dieren en het duurzaam beheer van ons leefmilieu heb ik als grote passie de hond. Waarom? Om de warmte die uit zijn ogen straalt, zijn oprechte affectie, zijn onwankelbare trouw. De hond is mijn vriend (-). Ook al beseft hij het zelf niet, toch is hij de meest toegewijde gezel die de mens sinds het begin der tijden aan zijn zijde heeft gehad', schrijft de prins.

Zelfs de twee Belgische professoren die ieder een voorwoord voor het hondenboek hebben geschreven, lijken er door te zijn aangestoken. De onwankelbare trouw van de hond wordt door de ene geleerde aan de solidariteit tussen de rijke en arme landen gerelateerd terwijl de ander de veelbezongen band tussen mens en hond een goed voorbeeld vindt van een geslaagde ecologische integratie van de mens met het milieu.

Penning

Het idee om hondententoonstellingen te organiseren in het Brusselse Museum voor Oude kunst en in de Koninklijke Bibliotheek is eveneens afkomstig van de prins. In de laatstgenoemde instelling zijn het hoofdzakelijk gravures en en penningen die de beeltenis van de hond onder de aandacht dienen te brengen. In het Museum voor Oude Kunst blijkt de toverformule van de Hond als Gids niet te werken. Overschakelend op de methode Zoek de Hond monster ik verschillende museumzalen. Er is geen schilderij van een hond te bekennen.

Mijn aandacht wordt getrokken door twee panelen van de tussen 1415 en 1420 in Haarlem geboren Dirk Bouts die omstreeks 1475 in Leuven stierf. De schilderijen verbeelden Het onrechtvaardig oordeel van keizer Otto III. In dit gruwelijke verhaal wordt een vazal van de keizer door de laster van de keizerin ten onrechte onthoofd. Op het rechterpaneel knielt de vrouw van het slachtoffer voor de keizer met het hoofd van haar man in de hand. In haar andere hand rust een gloeiende staaf. Ze doorstaat de vuurproef, op haar huid is geen spoor van een brandwond te bekennen. Hiermee heeft zij de onschuld van haar man aangetoond waarna de keizerin levend wordt verbrand.

Alle ijzingwekkende elementen van het verhaal worden weergegeven als in een beeldroman. Toch vallen de schilderijen op door een grote mate van sereniteit. De afgewogen compositie, de intense kleur die wonderlijk genoeg koelte en afstand schept, de langgerekte gestalten met hun verfijnde gebaren drukken een gereserveerdheid ten aanzien van de gebeurtenissen op aarde uit die veeleer op vergeestelijking dan op onverschilligheid berust.

De hond die opgerold aan de voeten van de keizer ligt te slapen, is mij niet ontgaan, maar pas als ik een rode plastic penning met een wit omlijnde hazewindhond onder het paneel ontwaar, begint er een belletje te rinkelen. In andere zalen blijken zich eveneens schilderijen te bevinden waaronder hondenpenningen zijn opgehangen. De hondenexpositie in het Museum voor Oude kunst is in een handomdraai gemaakt. Ieder schilderij uit de vaste collectie waarop een hond voorkomt, is simpelweg van een penning voorzien.

Het hondenproject dat in het koninklijk paleis nog wel iets grappigs heeft, krijgt in het museum iets grotesks. Bij het bekijken van een topstuk als Breugels Val van Icarus wordt de dramatische voorstelling zelfs verstoord door de aanwezigheid van de penning, waardoor je onwillekeurig toch naar een hond begint te zoeken. De honden brengen de bezoeker niet nader tot de schilderkunst maar veroordelen hem tot plaatjeskijken. Als ik een voor jongeren bestemd drukwerkje ontdek waarin een esthetische zoektocht wordt aangekondigd in het tot 'Hondenland' verklaarde museum waarin zich 'lekkere literaire en plastische hondebrokjes' bevinden, houd ik het wat de honden betreft verder voor gezien. Voor prinsen met een passie voor honden zijn paleizen de aangewezen plek als het op de expositie van geschilderde troeteldieren aankomt.