Invallende dirigent Daniel Harding toont groot talent; Energiek langs de klippen

Concert: Wereld Jeugd Orkest o.l.v. Daniel Harding, m.m.v. Geoffrey Madge (piano). Programma: Berlioz, Gershwin, Dvorak. Gehoord 8/8 Concertgebouw Amsterdam.

De grote verrassing op het concert van het Wereld Jeugd Orkest was de dirigent Daniel Harding, die de eerder aangekondigde Michel Tabachnik verving. Harding, die in Manchester trompet en orkestdirectie studeerde, is pas twintig jaar oud. Maar hij is nu al assistent-dirigent in Birmingham bij Simon Rattle en in Wenen bij Claudio Abbado. Wekken dergelijke wapenfeiten al het vermoeden dat er sprake is van een groot talent, met zijn plastische interpretatie van Dvoraks Achtste Symfonie bewéés Harding zijn unieke kwaliteiten als dirigent en als musicus.

De onstuimigheid waarmee Harding de muziek omarmt is geheel in overeenstemming met de stemming van 'groots en meeslepend wil ik leven', waarin hij zich gezien zijn leeftijd moet bevinden. Maar zijn genuanceerde vakmanschap, zijn briljante inzicht in de opbouw van de partituur en zijn vermogen om kleine details te modelleren tot suggestieve klankbeelden, die betekenisvol oplichten uit een organisch uitdijende en inkrimpende stroom van melodieën, getuigen van die fascinerende en 'eeuwenoude' wijsheid die sommige wonderkinderen typeert.

Aan het luidruchtige zeemansgebral van Berlioz' Ouverture 'Le corsaire' valt per definitie weinig eer te behalen. Energiek loosde Harding het enthousiast musicerende Wereld Jeugd Orkest langs de klippen, zodat de muziek deed denken aan een spannend jongensboek waarin de held alle gevaren weet te bezweren. In de deels geslaagde, maar grotendeels moeizame uitvoering van de Rhapsody in blue van Gershwin, vormde het nogal routineuze pianospel van Geoffrey Madge een merkwaardig contrast met het aanstekelijke temperament van Harding. Het toucher van Madge was veel te stug om recht te doen aan Gershwins prikkelende sensualiteit, zodat Hardings vurige pogingen tot een zwoele orkestbegeleiding steeds weer spaak liepen op de solopartij.

Maar in de spectaculaire vertolking van Dvoraks Achtste Symfonie kwam de uitzonderlijke begaafdheid van Harding werkelijk tot zijn recht. Met zijn even spontane als doeltreffende gestiek bracht hij dit werk als een suggestieve aaneenschakeling van verklankte gemoedsbewegingen, contrasterend van markante pathetiek en serene sonoriteit tot de luchtigste lyriek.

    • Wenneke Savenije