In 'toeristisch' Birma hangt beklemmende sfeer

RANGOON, 9 AUG. Birma is een prachtig land. Lekker warm, prima eten, bijzonder aardige mensen en er is veel te zien, heel veel: fraaie boeddhistische tempels, een indrukwekkende natuur, witte stranden. Een ideaal oord voor toeristen en dat vond ook de militaire regering in Rangoon, die twee jaar geleden 1996 uitriep tot het 'Visit Myanmar Year' - Myanmar is de eigen naam voor Birma. Helaas zorgen “verraders”, zoals het bewind ze deze week noemde, ervoor dat het toeristisch jaar dreigt af te stevenen op een fiasco.

“Interne verraders die steunen op vreemde landen, pogen met hulp van buitenlandse correspondenten en columnisten de toerisme-industrie van ons land te ontregelen”, schreef het regeringsblad New Light of Myanmar deze week. De beschuldiging van de krant was, zonder haar met name te noemen, gericht tegen oppositieleidster Aung San Suu Kyi, die bezoekers herhaaldelijk heeft gevraagd haar land voorlopig te mijden. In Birma is sinds 1962 het leger onafgebroken aan de macht geweest. Beloftes van democratische vrijheden hebben de militairen tot nu toe niet ingelost.

In een pas verschenen Nederlandstalig boek van het Burma Centrum Nederland (Achter de Façade) schrijft Suu Kyi: “Mijn land is vol schoonheid, maar er heerst ook een grote lelijkheid in de vorm van hebzucht en wreedheid die leiden tot corruptie en angst... bezoekers genieten comfort en vermaak over de ruggen van de (Birmese) bevolking... harde valuta verdiend aan het toerisme dienen louter om een onwettig en wreed regime te schragen.”

Of het door Aung San Suu Kyi komt of door iets anders, feit is dat de toeristen Birma inderdaad links laten liggen. Het persagentschap MNA maakte dinsdag triomfantelijk bekend dat het aantal bezoekers sinds vorig jaar met 43 procent is gestegen. Tussen 1 april en 1 augustus kwamen op de kop af 46.337 buitenlandse toeristen aan, maar het regime poogt hiermee te maskeren dat dit aantal veel minder is dan was verwacht. Op jaarbasis betekent het dat slechts 135.000 gasten mogen worden verwacht en niet de 500.000 waarop aanvankelijk was gerekend.

Niet bekend

Het militaire bewind, dat zich sinds 1988 Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC) noemt, zag bij zijn plannenmakerij grote promotionele voordelen in het stimuleren van het toerisme. “Toeristen zullen de werkelijkheid en de waarheid aanschouwen en dat zal de buitenlandse kritiek op Birma doen verstommen”, zei generaal Khin Nyunt, de 'Eerste secretaris' van de SLORC en algemeen gezien als de sterke man van het regime.

De redenatie van Khin Nyunt snijdt hout, maar op een andere manier dan de generaal voor ogen had. De 'waarheid' die de weinige toeristen in Birma ervaren is die van een beklemmende sfeer. Langs de wegen in de steden staan grote borden met agressieve, tegen de oppositie gerichte leuzen. The New Light of Myanmar, de enige Engelstalige krant - buitenlandse kranten zijn niet verkrijgbaar - bevat dagelijks scheldkanonnades aan het adres van Aung San Suu Kyi. De politieke bijeenkomsten bij haar huis, elke zaterdag en zondag, hebben behalve op de Birmezen ook op buitenlanders een magnetische aantrekkingskracht. De winnares van de Nobelprijs voor de Vrede is een toeristische attractie geworden en dat was vast niet de bedoeling van de SLORC.

Een andere tegenslag voor het 'Visit Myanmar Year' betrof de mascotte, een blozende babypop, die in eerste aanleg was afgebeeld als een ongelukkig kindje zonder armen en benen. Toen daar in een buitenlandse krant een smalend stukje over verscheen ('Birma heeft geen ledematen') zetten de autoriteiten haastig een tekenaar aan het werk die de pop alsnog op potsierlijke wijze completeerde. Alle reeds verspreide posters, stickers en andere parafernalia werden inderhaast teruggehaald, maar het kwaad was al geschied. In Rangoon is de originele afbeelding van de mascotte nu een 'collectors item' als symbool van de knulligheid van het regime. Birmezen zien het plakken van de oude sticker als een spottend protest tegen de militairen.

Jarenlang liet Birma toeristen alleen groepsgewijs toe op een kortlopend visum. Die bepalingen zijn nu verruimd, loslopende reizigers zijn welkom en ze mogen vier weken blijven. Maar tegelijkertijd werd de wisselplicht verhoogd van 200 naar 300 dollar. Bij aankomst op het vliegveld moet iedere buitenlander dat bedrag inwisselen tegen een gelijk aantal 'Foreign Exchange Certificates' (FEC) die eruit zien als Monopoly-geld. Hiermee verzekert het regime zich van buitenlandse valuta, maar het schrikt toeristen af. Hoewel de FEC's op de zwarte markt evenveel waard zijn als de dollars herinnert het aan de onheuglijke tijden van weleer in Oost-Europa.

De aanstaande mislukking van het toerismejaar ligt niet aan gebrekkige investeringen. Het ministerie van Hotels en Toerisme stimuleerde de bouw van tientallen nieuwe hotels en liet oude opknappen. Een rondje langs de betere slaapplaatsen in Rangoon waar toeristen gewoonlijk neerstrijken: het chique majestueus-koloniale Strand: leeg; het Inya Lake hotel: zo goed als leeg; het Yusana-hotel: niemand. Waar men ook komt, het aantal bezette bedden is te verwaarlozen. Alleen het Summit Park View Hotel mag zich in een redelijk aantal gasten verheugen, maar dat zijn vrijwel zonder uitzondering zakenlieden.

Ondanks de lege kamers draaien de hotels, met hun grote lokale staf, gewoon door alsof er niets aan de hand is. Volgens bronnen in Rangoon is menig hotel gefinancierd met drugsgelden die op deze manier worden witgewassen. De minister van Hotels en Toerisme is niemand minder dan generaal Kyaw Ba, een gewezen legercommandant uit het noorden van Birma. Daar was hij betrokken bij de handel in opium en jade. Birma is de grootste producent van opium en van de daaruit gewonnen heroïne.

“Een hotel hoeft hier niet meteen zijn investering op te brengen. Men gebruikt drugsgeld voor de bouw, leent geen geld maar betaalt cash. De redenatie van de eigenaar is als volgt: het gebouw staat er alvast, afbetaald en wel, de inkomsten komen later wel”, zegt een Westerse waarnemer.