Fraude met sociale uitkeringen stagneert

DEN HAAG, 9 AUG. Het aantal gevallen van fraude met sociale uitkeringen is vorig jaar, na jaren van forse stijging, gelijk gebleven op 40.000. In de meeste gevallen ging het om misbruik van bijstandsuitkeringen. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen heeft gepubliceerd.

Het aantal fraudes in de sociale zekerheid is tussen 1991 en 1995 meer dan verdubbeld. Vijf jaar geleden werd nog slechts in 15.000 gevallen fraude geconstateerd, drie jaar later was dat aantal gestegen tot 40.000. In de afgelopen vijf jaar gaat het in totaal om bijna 150.000 gevallen en een bedrag van 1,2 miljard gulden dat ten onrechte is uitgekeerd. Per jaar wordt in Nederland een bedrag van ongeveer 90 miljard gulden aan sociale uitkeringen verstrekt.

Het misbruik doet zich vooral voor bij uitkeringen volgens de bijstandswet, zoals ABW- en RWW-uitkeringen. Vorig jaar was er op duizend uitkeringen in 72 gevallen iets mis. In 1991 was bij 28 op de duizend ABW- en RWW-uitkeringen sprake van fraude.

Bij werknemersverzekeringen, zoals WW en WAO, ligt het aantal gevallen van fraude veel lager: één op de duizend werd ten onrechte verstrekt. De sociale diensten, die de bijstandsuitkeringen verzorgen, worden dan ook veel vaker met fraude geconfronteerd dan de bedrijfsverenigingen.

Het aantal zaken waarbij de uitvoeringsorganen aangifte deden is minder gestegen dan het totaal aantal fraudes. In 1991 deden sociale diensten, bedrijfsverenigingen en Sociale Verzekeringsbank aangifte van ongeveer tweederde van alle geconstateerde fraudes. In 1995 ging het om minder dan een derde van de gevallen.

Rond driekwart van de schade komt door fraudes van meer dan 12.000 gulden. In 1991 maakten die zware gevallen nog 21 procent uit van het totale aantal gevallen. Vorig jaar was dat gedaald tot 13 procent.

Bij een fraude van minder dan 6.000 gulden kan het uitvoeringsorgaan volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie volstaan met een terugvordering en een korting op de uitkering. Bij een schadebedrag van 12.000 gulden of meer wordt de zaak strafrechtelijk aangepakt. In de tussenliggende categorie wordt van geval tot geval bekeken of de dader wordt vervolgd.

Het CBS heeft verder bekendgemaakt dat het vermogen van de huishoudens in 1993 bijna 800 miljard gulden bedroeg. Dat is het saldo van 1100 miljard gulden aan bezittingen en ruim 300 miljard gulden aan schulden. Het gemiddeld vermogen bedroeg 125.000 gulden per huishouden. Vermogens tussen de nul en 5.000 gulden komen het meest voor. De helft van de huishoudens had een vermogen van minder dan 29.000 gulden. En één op de zeven huishoudens had meer schulden dan bezittingen.

De hoogte van het vermogen wordt ook sterk beïnvloed door een betrekkelijk kleine groep met zeer grote vermogens. De één procent rijkste huishoudens bezat gemiddeld drie miljoen gulden. Deze groep beschikte over bijna een kwart van het totale vermogen. Nederland telde in 1993 zo'n honderdduizend miljonairs.

Het CBS heeft verder berekend dat een alleenstaande in 1994 gemiddeld 25.500 gulden heeft verdiend en meerpersoonshuishoudens 53.600 gulden. In dat jaar is de koopkracht met gemiddeld 0,3 procent gedaald. Vooral de laagste inkomens gingen er volgens het CBS op achteruit. Wie van een sociale uitkering moet rondkomen had in 1994 bijna 2 procent minder te besteden dan in 1993. Voor gepensioneerden was deze daling 1,4 procent. Daar staat tegenover dat in werknemershuishoudens de koopkracht met 1,4 procent toenam.

De veranderingen in koopkracht zijn niet gelijk verdeeld. Bij een kwart van de mensen is de koopkracht in 1994 met meer dan 5 procent gedaald. Bij eveneens een kwart nam de koopkracht met 5 procent toe. Het achterblijven van de laagste inkomens heeft vooral te maken met de bevriezing van het minimuminkomen. Als gevolg van de prijsstijgingen dalen dan de reële bestedingsmogelijkheden. De lastenverlichting die in 1994 is doorgevoerd maakte het koopkrachtverlies maar ten dele goed. De inkomensverschillen zijn dus ook in 1994 groter geworden. “Dat is een trend die in Nederland al vanaf 1983 is waar te nemen”, aldus het CBS.