Ergotherapeut rukt op in woning van patiënt

Ergotherapie aan huis maakt een enorme groei door. Het aanbod is de laatste jaren vervijfvoudigd. Dit jaar wordt extramurale ergotherapie voor het eerst als aparte verstrekking door het ziekenfonds vergoed.

AMSTERDAM, 9 AUG. Zomaar een werkdag van Froukje Koolstra, ergotherapeut bij het Amsterdams Kruiswerk. Op de fiets gaat ze in Amsterdam Oud-West haar cliënten langs, vandaag om te beginnen een oudere vrouw in een portiekwoning. De vrouw heeft een slechte lichamelijke conditie en liep onlangs een onwillige knie op, als gevolg waarvan ze 's nachts haar bed nauwelijks meer uit kan om naar de WC te gaan. Tot in de kleinste details worden de lichamelijke ongemakken in huis doorgenomen. “Als u 's morgens uw ontbijt in de keuken klaar heeft gemaakt, waar eet u dat dan op”, vraagt de ergotherapeut. Helemaal aan de andere kant van de woning, zo blijkt.

Koolstra adviseert tot het verwijderen van de drempels en de aanschaf van een loopwagentje, daarnaast een verhoogd seniorenbed en een verhoogde WC. De vrouw is zichtbaar tevreden met de praktische aanbevelingen, want ze staat dan wel op de wachtlijst voor een verzorgingstehuis maar opname kan, tot haar spijt, nog wel anderhalf jaar duren.

Later op de ochtend bezoekt Koolstra een jonge vrouw die op contractbasis thuis achter het beeldscherm werkt. Vijf maanden geleden werd ze geveld door een aandoening aan de pezen van haar armen, RSI. Haar armen zitten in het verband. Hoewel rust de beste remedie zou zijn, wil de vrouw zo snel mogelijk ergotherapeutische aanpassingen aan haar bureau om haar contract niet te verspelen. Koolstra ziet het aan, houdt intussen de armbewegingen van haar cliënte in de gaten en suggereert zo mogelijk rust te nemen en de handen te ontzien. Bijvoorbeeld: een theekopje wegzetten in plaats van het te dragen. En binnenkort komt er een onderzoek naar een aangepaste werkplek.

Koolstra besluit de ochtend met een bezoek aan een meubelzaak, waar een ouder echtpaar haar opwacht om voor de man des huizes een goede stoel uit te zoeken. De man lijdt onder meer aan een versleten rug en heeft de gewoonte aangenomen scheef in een bankstel te hangen, wat zijn kwalen verergert. Een uur lang worden er fauteuils uitgeprobeerd. Koolstra meet de hoogte van armleuningen en de ruimte tussen rug en rugleuning. Uiteindelijk kiest de man voor een stoel die steun in de rug geeft, hoge armleuningen met een stoffen bekleding biedt en die bovendien niet al te duur is, want het ziekenfonds betaalt in dit geval de stoel niet.

Ergotherapie thuis heeft de toekomst, zeggen deskundigen in de gezondheidszorg. Het aanbod is de afgelopen jaren vervijfvoudigd. Zes jaar geleden waren er dertig full-time arbeidsplaatsen, nu is dat aantal opgelopen tot honderdzestig, zo blijkt uit een onderzoek van het Nivel, het Nederlandse Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg in Utrecht. Ergotherapie wordt vanaf dit jaar vergoed krachtens de Ziekenfondswet. Dit jaar is er vijf miljoen gulden beschikbaar, vanaf volgend jaar twaalf miljoen per jaar.

Extramurale ergotherapie is onder meer bedoeld om mensen zo lang mogelijk in staat te stellen thuis te blijven wonen, hoezeer ze in hun dagelijkse leven ook gehinderd worden door lichamelijke beperkingen. Het merendeel van de patiënten is ouder dan zeventig jaar. De wet spreekt van “het opheffen, verminderen of compenseren van lichamelijke of psychische stoornissen” door advies, training, aanpassingen in woning of werkplek, en door hulpmiddelen - van krukken tot rugwassers en aangepast bestek. Vooral mensen die lijden aan ziekten zoals multiple sclerose, reuma, Parkinson, artrose en ALS hebben baat bij ergotherapie aan thuis, soms ook mensen die een beroerte hebben gehad. Andere patiënten bezoeken ergotherapeuten in instellingen. Steeds meer instellingen bieden extramurale ergotherapie aan.

De meeste ergotherapie aan huis wordt gegeven vanuit verpleeghuizen. Ook ziekenhuizen, revalidatiecentra en thuiszorginstellingen hebben ergotherapeuten in dienst. Ten slotte zijn er vrijgevestigde praktijken die vooral kinderen met ontwikkelingsstoornissen behandelen.

“Het is op een feestje altijd lastig om kort uit te leggen wat wij doen”, zegt Annemiek Stoopendaal, hoofd van tien ergotherapeuten in het Jan van Breemeninstituut voor reumapatiënten in Amsterdam. Ze vertelt dat ergotherapie een buitengewoon praktisch vak is: het zoeken naar een nieuw evenwicht tusen wat de patiënten vroeger kon, wat hij nu nog kan en wat hij zou willen kunnen. De eigen zelfstandigheid van de patiënt staat voorop. Vroeger werd onder zelfstandigheid vooral verstaan dat de patiënten koste wat kost zich zelf moesten kunnen aankleden en wassen. Nu trachten de ergotherapeuten de patiënt zelf te laten bepalen wat hij het liefst zelf wil kunnen. Soms kiezen mensen voor meer verzorging, om daardoor energie over te houden voor het lezen van een boek of het ontvangen van familie en vrienden.

Ergotherapie heeft lange tijd minder aanzien gehad dan fysiotherapie. “Dat je je arm tot negentig graden kunt opheffen wordt soms meer gewaardeerd dan dat je zelf je jas kunt aantrekken”, zegt Koolstra.

Niet zelden komt een ergotherapeut langs op een moeilijk moment, wanneer de patiënt thuis moet leren leven met de beperkingen die een gevolg zijn van de aandoening waar tijdens een voorafgaande medische behandeling, inclusief fysiotherapie, de nodige verbetering in is aangebracht. Maar bij de komst van de ergotherapeut aan huis blijkt dat ze toch moeten gaan nadenken over handelingen die ze in hun eigen omgeving opnieuw moeten aanleren. In dit spanningsveld doen de ergotherapeuten hun werk.

De groei van de extramurale ergotherapie zal de komende jaren doorzetten, zo is de verwachting. Het Nivel verwacht dat ergotherapie aan huis tot het jaar 2000 nog eens met 75 procent zal groeien.

    • Arjen Schreuder