Een picknick op de hei

'Een romance' van Dirk Ayelt Kooiman is een van de bekendste voorbeelden van het 'Revisor-proza'. “In 'Een romance' is de verbeelding van de verteller een gevangeniscel, waaruit hij wil ontsnappen en waarvan hij, typisch een gevangene, ook geen afscheid kan nemen.” Korte serie over boeken die eens een onuitwisbare indruk maakten.

Dirk Ayelt Kooiman: Een Romance. Uitg. De Harmonie. De zesde, herziene druk uit 1986 is nog leverbaar.

Bijna naamloos is de verteller van Een romance, de debuutroman van Dirk Ayelt Kooiman uit 1973, maar op zo'n driekwart van het boek wordt hij eindelijk bij zijn naam genoemd: Kooiman. Je begrijpt meteen waarom de schrijver zich die kans niet heeft laten ontgaan: geen man die zozeer in zijn eigen bewustzijn gevangen zit als deze hoofdpersoon. Hij gaat met veel tegenzin naar een feestje van zijn oude studievriend Bomdal en diens vrouw Joyce, een bal en een bitch, en door de drank verdicht de sluier tussen zijn gedachten en zijn werkelijkheid zich tot een dikke mist. Alles wat hij die avond observeert komt in het teken te staan van een gebeurtenis die zes jaar eerder plaatsvond: een picknick op de hei, plotseling onweer, schuilen in een verlaten schaapskooi en dan een plotselinge uitbarsting van lust - de verteller deed het met Joyce, toen Bomdals verloofde, en Bomdal met zijn eigen zus Martha. Sinds die middag heeft Kooiman, de verteller, buiten spel gestaan. Maatschappelijk is hij volledig mislukt, in tegenstelling tot de brallerige Bomdal, die in ieder opzicht een geslaagde man van de wereld is. Geen wonder dat de verteller de emoties van die middag opnieuw zoekt, al is het maar in zijn eigen hoofd.

Verbeelding en werkelijkheid, dat zijn de trefwoorden waaronder het zogenaamde Revisor-proza voorgoed is gerangschikt, alsof daarmee alles verklaard is. Maar in Een romance is de verbeelding van de verteller een gevangeniscel, waaruit hij wil ontsnappen en waarvan hij, typisch een gevangene, ook geen afscheid kan nemen. Zijn verbeeldingskracht geeft zijn geest vleugels, maar tegelijkertijd is het een blok aan zijn been. Zijn gedachten verlenen de werkelijkheid glans, maar ze verhinderen hem ook het leven te ervaren. Wie observeert, neemt nergens deel aan, hoeveel hij ook ziet.

Die innerlijke paradox maakt van de typische Revisor-held een aarzelende figuur, iemand die zich voortdurend opmaakt zich eens flink aan het leven te bezondigen en tegelijk niet kan ophouden daarover te fantaseren. Want eenmaal geconfronteerd met de werkelijkheid - grijs en gewoon, boosaardig en banaal - trekt hij zich snel terug tot in diepste krochten van zijn eigen geest. De Revisor-held beweegt zich als een slak door zijn verhaal, traag en overgevoelig.

Onmacht is het sleutelwoord en dat kom je dan ook tegen in Een romance: de verteller beseft zelf dat het hem niet zal lukken greep te krijgen op zijn medepersonages. Wie is Joyce en wat voert ze precies in haar schild? Waarom duikt ze stiekem met een moddervette kerel de auto in om zich - praktisch voor de ogen van de geschokte verteller - door hem te laten pakken? Detail wordt op detail gestapeld, maar dat brengt geen klaarheid, integendeel, alles wordt verwarrend en tegenstrijdig. Langzaam maar zeker beweegt het verhaal zich naar een climax, die, hoe kon het ook anders, een anti-climax blijkt te zijn: er gebeurt helemaal niets. De vier protagonisten belanden na het feest samen in een slaapkamer. Ze raken elkaar dit keer met geen vinger aan en voor Kooiman de verteller blijkt dat een bevrijding - de geest van het verleden is bezworen, de vloek opgeheven.

Veel gebeurt er niet in Een romance, en wát er gebeurt speelt zich voornamelijk af in het hoofd van de verteller: veel gespin, weinig wol. Maar juist die aarzeling om tot daden over te gaan, die behoedzame houding tegenover het leven, moeten veel lezers in de jaren zeventig herkend hebben. Wie volwassen werd in die jaren, had geleerd zich af te keren van de materialistische werkelijkheid - de verbeelding was immers aan de macht? Maar anders dan het voorafgaande decennium werden de jaren zeventig geplaagd door een besef dat alles al gebeurd was, dat er niet meer groots of grootheidswaanzinnig geleefd kon worden ('Jongens, wat doen we met China/Cuba/Vietnam?').

Een romance is doordrongen van dat besef, maar Kooiman de schrijver liet tegelijk zien hoe meeslepend alledaagse details kunnen zijn. Niets gebeurt was de plagerige titel die hij aan het einde van de jaren zeventig aan zijn verzamelde verhalen gaf. Zo'n stem was nieuw in de Nederlandse literatuur - maar erg lang heeft hij niet geklonken. Al snel werd het zogenaamde Revisor-proza afgedaan als gekunsteld en cerebraal - te aarzelend kortom. Er moest weer direct en heftig geleefd worden op papier, uit gedrukte woorden moest straatrumoer opklinken - ook al heeft in de echte Nederlandse straten sinds 1980 weinig rumoer meer geklonken.

De schrijvers waar het om ging, zoals Doeschka Meijsing, Nicolaas Matsier, Frans Kellendonk en Oek de Jong zijn andere wegen ingeslagen. Ze bekeerden zich tot het grote gevoel van de romantiek of juist tot een documentaire-achtige registratie van de alledaagse werkelijkheid. Ook Dirk Ayelt Kooiman wierp zich begin jaren tachtig in de armen van de werkelijkheid door het woeste levensverhaal van Jan Montyn te boekstaven. Hij noemde het zelf een documentaire roman, maar volgens mij was er ook flink wat verzonnen - alleen niet door Kooiman. Sindsdien heeft de schrijver gezwegen.

Jammer vind ik dat, want de mogelijkheden die hij in Een romance schiep, zijn onbenut gebleven. Wat de vijanden van het Revisor-proza goed zagen, was dat deze boeken erg veel verbeelding bevatten en dat de werkelijkheid er bekaaid vanaf kwam. Niet alleen het personage Kooiman zweeft boven het leven, ook de anderen in deze roman lijken zich in een vacuüm te bevinden. Wanneer zijn personages wat steviger maatschappelijke grond onder de voeten zouden hebben, wanneer ze zich niet alleen in hun eigen relationele hersenspinsels zouden verliezen, maar van hun schepper ook een morele context zouden kunnen krijgen - zoals Frans Kellendonk halverwege de jaren tachtig deed in zijn groteske Mystiek lichaam -, dan zou wel eens het meesterlijke boek kunnen ontstaan dat Een romance niet is. In zo'n boek kan het strikken van schoenveters een heftig bewijs van daadkracht zijn, een alledaagse telefoongesprek een schokkende uiting van het kwaad. Misschien weet Dirk Ayelt Kooiman dat ook. Ik wacht.