De mieren, veilig in de ark; De spirituele produkties van Lee 'Scratch' Perry

Het toverwerk van reggaeproducer Lee 'Scratch' Perry uit de jaren zeventig heeft zijn magische kracht nog niet verloren. Tot nu toe moeilijk te vinden platen die hij produceerde, onder meer van The Congos, zijn opnieuw uitgebracht.

The Congos - Heart Of The Congos. Blood And Fire BAFCD 009. Various Artists - The Upsetter. Trojan CDTTL 13. The Upsetters - Return Of Django. Trojan CDTRL 19. Dave Barker Meets The Upsetters - Prisoner Of Love. Trojan CDTBL 127. Lee Perry - Voodooism. Pressure Sounds PSCD009.

Een alchemist, een tovenaar, een wetenschapper, een obeah-man, een voodoo-expert, een engel uit de hemel in het lichaam van een mens. Zo omschrijft reggaelegende Lee 'Scratch' Perry zichzelf. En afgezien van de lichte overdrijving heeft hij niet eens echt ongelijk. Perry, nu rond de zestig, was in de jaren zeventig als producer van zichzelf en andere artiesten, een tovenaar in de studio. Veel van zijn beste produktiewerk was tot nu toe slecht verkrijgbaar, maar de afgelopen maanden is een deel ervan op cd uitgebracht.

Perry's vroege werk, oorspronkelijk eind jaren zestig verschenen, is door Trojan Records opnieuw uitgebracht. The Upsetter (zoals Perry zich toen noemde), Return Of Django en Dave Barker's Prisoner Of Love zijn bijzonder sfeervolle platen, sterk beïnvloed door soulmuziek. Zeldzame singles van obscure artiesten als James Booms, Earl Sixteen en Watty & Tony, door Perry in het midden van de jaren zeventig geproduceerd, zijn verzameld op de cd Voodooism.

Het hoogtepunt van deze heruitgaven is ongetwijfeld Heart Of The Congos uit 1977, een door Perry geproduceerde plaat van het duo The Congos die onder reggae-liefhebbers een welhaast mythische status heeft. Eerdere cd-uitgaven, door verschillende schimmige platenmaatschappijen, waren slordig, en gebrekkig gedistribueerd. De Engelse platenmaatschappij Blood & Fire heeft nu een schitterende heruitgave uitgebracht.

De verpakking is oogstrelend: geen plastic cd-doosje, maar een stevig kartonnen hoesje, waarin een boekje gebonden is met tekstfragmenten en informatie. Op de hoes een fraaie illustratie: de originele LP-hoes is in het midden van een wiel gezet, waar verder kaarsen, vissen, maïskolven, pepers en bananen in geplaatst zijn. Ook wat de muziek betreft is er een verschil met bijvoorbeeld de cd die VP Records drie jaar geleden uitbracht: de nummers duren langer en ze klinken beter. Blood & Fire heeft de beschadigde originele banden laten opkalefateren door technici, al zijn de deuken toch nog wel te horen. Een extra traktatie is een bonus-cd met bijzondere remixes.

Aan alles is te zien dat Blood & Fire dit niet als zo maar een cd beschouwt. Zij zijn niet de enigen: Heart Of The Congos wordt vaak vergeleken met klassiekers uit de popmuziek, zoals The Beatles' Sergeant Peppers Lonely Hearts Club Band of The Beach Boys' Pet Sounds.

Net als die platen is Heart Of The Congos een combinatie van uitstekende zangers en muzikanten en een bijzondere produktie. The Congos, falsetzanger Cedric Myton en tenorzanger Roydel Johnson, namen de plaat op in Perry's zelfgebouwde Black Ark studio, genoemd naar Noachs ark. Een heilige plek, volgens Perry; 'Ik kreeg hulp van God', vertelde hij later, 'door de ruimte, door de aarde, door de wind, door het vuur.' De studio was voor Perry niet alleen een hulpmiddel om muziek mee op te nemen: hij beschouwde het mengpaneel als een instrument dat hij kon bespelen. In zijn 'geheim laboratorium', zoals hij de studio noemde, vervormde hij de klanken van de muzikanten en voegde er allerlei andere geluiden aan toe. Als een alchimist maakt hij iets levends van dode materie. 'Als ik aan muziek denk, denk ik aan leven, aan het scheppen van leven, ik wil het laten leven, ik wil dat het goed voelt en goed smaakt.' Deze aanpak, in de jaren zestig ongebruikelijk, is nu gemeengoed geworden; het bijzondere geluid van veel moderne dansmuziek ontstaat door het toepassen van studio-effecten, die de oorspronkelijke muziek onherkenbaar vervormen.

De muziek op Heart Of The Congos klinkt ondergedompeld in water: een beetje dof, zware bastonen, licht vervormd, veel echo. Er doorheen zijn allerlei merkwaardige, ontregelende geluidjes te horen: gerinkel, koeiengeloei, stoomstoten. In combinatie met de pure schoonheid van de stemmen van The Congos is het effect betoverend.

Naast Perry's produktie maakt vooral de spirituele sfeer Heart Of The Congos zo'n bijzondere plaat. The Congos zingen over de bekende bijbelverhalen, met een naïeve verwondering. De ark van Noach is voor The Congos het symbool van veiligheid: een toevluchtsoord, zelfs voor mieren: 'Even the ants, safe in a Noah sugar pan'. En Afrika is als land van herkomst van de Jamaicanen duidelijk het beloofde land. 'Repatriation is a must', zingen ze in 'Open Up The Gate'. Heart Of The Congos is één van de mooiste voorbeelden van de rootsreggae die door Bob Marley wereldwijde bekendheid kreeg.

'Het geluid dat ik in de Black Ark-studio kreeg, kreeg ik in geen enkele andere studio', zei Lee Perry onlangs. Sinds hij begin jaren tachtig de Black Ark in brand stak, heeft hij dan ook niet meer zulke betoverende klanken gecreëerd. Zijn bijzondere krachten is hij kwijt: een alchemist zonder labaratorium.