De hoefsmidtruc

Guapo heet hij, en dat betekent 'lief mooitje' in het Spaans. Maar mooi is Guapo niet en lief evenmin. Als Guapo je van verre ziet aankomen, doet hij z'n oren al naar achteren. Sta je voor z'n staldeur, dan valt hij naar je uit, met blikkerende tanden en wit weggedraaide ogen. En dan moet het ergste nog komen: deur opendoen, hem een halster omleggen, poetsen, z'n hoeven uitkrabben en zadelen.

Bij het hoeven uitkrabben probeert hij te trappen, als je bij het poetsen een seconde niet oplet, bijt hij in je rug en bij het opstijgen in je been. Maar zit je eenmaal op z'n rug, dan is Guapo als een pandabeer zo braaf.

Guapo is een paard met een zogenaamd 'probleemkarakter', en bij Guapo zit dat heel erg diep. Zijn moeder, zo vertelde de eigenaresse me, was een 'mensendoder' geweest, een paard dat ooit een mens heeft doodgetrapt. Sinds die tijd durfde niemand de merrie meer te benaderen. De boer van wie ze was liet het paard in de wei staan en bekommerde zich niet om haar. Maar toen sprong er een hengst over het hek de wei in, en Guapo's moeder kreeg een veulentje: Guapo dus.

Van jongs af heeft Guapo van zijn moeder geleerd om iedereen die maar in de buurt kwam met grote woede tegemoet te treden. Guapo zal dit gedrag waarschijnlijk nooit meer afleren, hoe lief je ook tegen hem bent en hoeveel vertrouwen je hem ook schenkt.

Bij een paard als Guapo, en bij ieder ander paard dat bijt en trapt, is het daarom aan te raden om gewapend met een paar tips de stal in te gaan. De eerste is: poets en zadel het paard nooit op stal, maar haal hem eruit. De stal is Guapo's woonhuis, hier voelt hij zich heer en meester, en hier zal hij zich dus ook het hardst 'verdedigen' tegen indringers. Is hij eenmaal uit z'n stal, dan gedraagt hij zich meteen een stuk minder heldhaftig.

Ga nooit de stal binnen zonder zweep, dat is voor noodgevallen, maar laat hoofdstel en zadel buiten. Dit maakt jou minder wendbaar en je paard nog bozer. Guapo laat zich het makkelijkst pakken met een simpel halster en een stuk peen. Heeft hij zijn oren naar voren en z'n borst naar je toegekeerd dan heb je het pleit eigenlijk al gewonnen. Want op het moment dat hij naar z'n peen graait, kan hij jou niet bijten en kun jij hem pakken bij z'n maantop en het halster om z'n hoofd doen. Ik beloon altijd als dit lukt, met nog een stuk peen of appel.

Buiten zijn stal begint het poetsen. Eerst zijn hals, schouders en schoft, dan zijn rug en buik. Ik houd altijd zijn hoofd in de gaten, dat hij voortdurend van links naar rechts slingert. Probeert hij te bijten, dan roep ik heel boos dat dat niet de bedoeling is. Slaan heeft meestal een averechts effect op dit soort paarden. Ze krijgen alleen maar een grotere hekel aan mensen.

Bij het borstelen van z'n benen geldt ook weer grote oplettendheid. En bij het krabben van zijn voorhoeven moet je dat niet zoals bij een 'normaal' paard doen, met je rug naar zijn hoofd toe, maar zo dat je kunt zien wat hij van voren uitspookt. Bij het krabben van zijn achterhoeven gebruik ik, om te voorkomen dat hij trapt, de hoefsmidtruc met het 'knietje'. Ik til Guapo's been op en blokkeer dat door er een knie voor te zetten. Zo kan hij zijn been niet terugtrekken om uit te halen voor een schop, en zo kun jij - redelijk op je gemak - zijn hoef schoonmaken.

Zadelen is bij al dit leed vergeleken een koud kunstje. Bij het opstappen neem ik de buitenteugel strak in m'n handen, zodat Guapo met z'n hoofd een andere kant opkijkt dan de kant waar ik met mijn ene been in een beugel hang. Vlug spring ik op zijn rug, klop hem op z'n hals en dan kan het rijplezier beginnen. We gaan de bak in, maken een sprongetje, of gaan galopperen door het bos. En hoe lelijk Guapo ook is of doet, zelfs hij heeft dan de grootste lol.