De geest wil vliegen; Gesprek met Marinus Boezem over zijn Groene Kathedraal

Bijna tien jaar zijn ze gegroeid, de populieren die kunstenaar Marinus Boezem in 1987 liet planten. Nu ze hoog genoeg zijn, werd onlangs in Almere het 'Gothic Growing Project' geopend, een kathedraal van bomen waarvoor Boezem de plattegrond ontleende aan de kathedraal van Reims. “Eerst wilde ik het gras in de kerk kort laten houden door schapen, maar wegens de symboliek die met dat dier verbonden is heb ik daar van afgezien.”

De Groene kathedraal ligt aan de N27 bij Almere-Hout. Een maquette van de kathedraal is te zien op de tentoonstelling Zomer in Almere. Actuele werken van kunstenaars voor de buitenruimte. In De Paviljoens, Odeonstraat 3-5, Almere. T/m 18 aug. Di t/m zo 12-17u.

“Ken je die van Manzoni?”

“Van Piero Manzoni, de Italiaanse kunstenaar?”

“Ja.”

“De Manzoni die begin jaren zestig zijn poep heeft ingeblikt?”

“Ja, en die ...”

“Ik heb zo'n blikje een keer gezien.”

“Manzoni heeft in 1960 of '61 ook een sokkel gemaakt, een bronzen sokkel. Er stond niets op. Maar er was wel een tekst in gegraveerd: 'Le socle du monde', de sokkel van de wereld. Daarvoor moest je wel je hoofd omdraaien. Want de sokkel stond ondersteboven.”

Marinus Boezem (Leerdam, 1934) vertelt over de Italiaan als hij op weg is naar het bescheiden deel van de wereld dat door hem in een kunstwerk is veranderd: een weiland in de buurt van Almere. In de jaren zestig deelde Boezem de opgewekte hoogmoed van Manzoni door de lucht van zijn handtekening te voorzien - hij liet een vliegtuigje met rook zijn naam boven Amsterdam schrijven. De kunstenaar had na deze daad zijn armen over elkaar kunnen houden; de aarde was van Manzoni, de lucht erboven was van hem. Boezem deed dat niet. Hij vulde de lucht met duiven, in 1980, die van een plein opvlogen waar ze zich tegoed hadden gedaan aan door hem gestrooid voer. Het voer was neergelegd in de vorm van de plattegrond van een kathedraal. De duiven trokken de kerk de lucht in.

Boezem is een spel gaan spelen, een spel dat zijn wortels heeft in de onuitroeibare neiging om in het een het ander te zien. Om een wolk in een zeilschip te veranderen, een bloem in een monnikskap, Italië in een laars, een paardestaart. De taal wemelt ervan. Soms zijn woorden niet genoeg en moet er in de werkelijkheid worden ingegrepen, zoals wanneer een stokje dat op een eend lijkt een oogje krijgt opgetekend. Zalmmousse stijft in een vissevorm, een deurknop is een hand. Soms is het verband tussen de dingen zoek, maar dat geeft niet, als het een het ander maar kan zijn: lettervermicelli, een radio-auto en een maïskolf met een doekje om is Charlotte, de pop. Nog even en we zien dat een kaars in de vorm van een kaars net zo raar is als een kaars in de vorm van een tuinkabouter. Waar komt die kaarsvorm vandaan?

Marinus Boezem heeft van bomen een kathedraal gemaakt.

Hij rijdt ernaartoe, vanuit Middelburg, waar hij in 1974 directeur van een kunstcentrum werd. Hij had toen al meegedaan aan Op Losse Schroeven, de beroemde tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam die in 1969 de conceptuele kunst in Nederland verbreidde. Boezem had uit de open ramen van het museum lakens en slopen gehangen, een verwijzing naar de frisse wind die door de kunst moest gaan waaien.

Hij rijdt Almere uit. De huizen verdwijnen, maar ze zullen er komen, ooit, op deze weilanden, langs deze autowegen, tussen de bossen, waarvan er een al een stadse vorm heeft gekregen. Welk bos is de kerk? Vanaf de snelweg kan elk bos een kathedraal zijn. Een jaar geleden leidde de kathedraal nog een sluimerend bestaan. Nu zijn er eindelijk wegwijzers geplaatst. En Boezem kent de weg. Tientallen malen is hij voor overleg in Almere geweest en vaak ging hij even naar zijn kathedraal kijken. Het mooist vindt hij haar als ze vol in blad staat, zoals nu. Maar ook in de sneeuw doet ze het goed. Het best werkt ze waarschijnlijk als je haar elk seizoen een keer gaat bezoeken.

“Begin jaren zestig was ik betrokken bij de ontwikkeling van de Bijlmermeer”, zegt Boezem. “Toen de Bijlmer nog een woestijn van zand was, kregen twee andere kunstenaars en ik de opdracht daar voor de eerste bewoners een tijdelijk kunstwerk neer te zetten, naast het noodpolitiebureau en het geïmproviseerde winkelcentrumpje. Ik heb toen een groeiproject gemaakt, een doolhof van ligusterhagen. Ze groeiden zo langzaam dat iedereen de plattegrond uit het hoofd kon leren.

“Almere moest net als de Bijlmer binnen een paar jaar gebouwd worden. Gewoonlijk groeit een stad, Almere werd gemaakt, en ook nog eens op land dat aan de zee is onttrokken. Toen dacht ik: een stad zonder geschiedenis heeft een kathedraal nodig. In de Middeleeuwen duurde het gemiddeld honderd jaar om er een te bouwen. Populieren doen er ongeveer dertig jaar over om tot wasdom te komen.

“In 1978 heb ik het plan voor de kathedraal bij Almere ingediend bij de Raad voor de Kunst. Die gaf een positief advies, maar de laatste zin van het advies luidde dat ik zelf voor de grond moest zorgen. Dat is in Nederland altijd een probleem, zelfs in het lege Flevoland. Een paar jaar later werd het voorstel opgepikt door de Dienst IJsselmeerpolders. In 1987, bijna tien jaar nadat ik het idee had gelanceerd, konden de bomen geplant worden.”

Champagne

Nu, weer bijna tien jaar later, zijn de bomen eindelijk hoog genoeg. Hun groei heeft van de plattegrond een kerk gemaakt. Af is het Gothic Growing Project niet - de bomen groeien nog steeds door -, maar het werd onlangs wel officieel in gebruik genomen. Dat gebeurde nadat op het gras tussen de bomen met betonnen paden de kruisribben van de gewelven van de kathedraal waren aangegeven. Tijdens de opening werd champagne geschonken door Moët & Chandon, het wijnhuis uit Reims waar volgens Boezem de allerbeste gotische kathedraal is gebouwd. In 1988 maakte hij een mini-kathedraal van champagne-glazen. In de polder doen 127 populieren het werk. Op een opgehoogd stuk grond vormen zij een kopie op ware grootte - 150 meter lang, 75 meter breed - van het Reimse origineel.

Boom en kerk delen een lange geschiedenis. De kathedraal van Reims is, als zovele kathedralen, met blad- en boommotieven gedecoreerd. De eerste tempel was een open plek in het bos. De eerste zuilen waren boomstammen. In de Romantiek zagen dichters en denkers in de gotische architectuur de belichaming van de heilige natuur of de perfecte uitdrukking van de Duitse volksziel. Boezem wijst dit soort speculaties af. “Ik ben geen romanticus”, zegt hij kortaf. Hij houdt het op de gelijkenis: “Een kathedraal groeit net als een bos naar het licht toe.” Maar ook van Boezem mag een boom niet gewoon een boom zijn. Moet de associatie worden voorgekauwd? In gedachten zullen velen het bos wel in een kerk veranderen. “De bewoners van Almere hebben mijn Gothic Growing Project zelf De groene kathedraal gedoopt.”

We zijn in het kathedralenbos. “Het terrein rond de kathedraal wordt een groot recreatiegebied voor de bewoners van Almere”, zegt Boezem. “De wandel- en fietspaden lopen zo dat je vanzelf langs de kathedraal komt. Er zijn al verzoeken ingediend om in de Groene Kathedraal te mogen trouwen, maar ik heb liever dat mensen er picknicken. Er mag van mij ook een patattent bij komen. De gebruikers hoeven het niet per se als kunstwerk te herkennen. Laat ze maar in het gras gaan liggen.”

Er zijn vier kerken in Almere. De Groene Kathedraal is niet de vijfde. “Ik maak geen religieuze kunstwerken. Ik koos voor de gotische kathedraal omdat het zo'n mooie omsluiting van ruimte is. De kathedraal is wel een schakel met het verleden, die naar meer verwijst dan het christendom. Mijn Groene Kathedraal is een hommage aan de westerse beschaving. En een kathedraal is het produkt van een gemeenschap met dezelfde idealen. Zo'n groot, duur gebouw, waar meer dan honderd jaar aan gewerkt moest worden, kon alleen ontstaan als men samenwerkte. Ook daaraan herinnert De Groene Kathedraal.”

Maar misschien is die eensgezindheid wel een illusie. In 1233 kwamen de inwoners van Reims in opstand tegen de hoge belastingen die hen wegens de bouw van de kathedraal werden opgelegd. Ze dwongen de bouwprelaat het werk stil te leggen en de metselaars en beeldhouwers te ontslaan. “Van de geschiedenis van de kathedraal hoef ik niet zoveel te weten”, zegt Boezem. “Het is voor mij een stuk gereedschap. In de herinnering leeft de kathedraal voort als een monument van eensgezindheid. Daar maak ik gebruik van. De kathedraal is mijn logo. Ik voel me een erfgenaam van Duchamp, van Fontana, van Yves Klein. De kathedraal is een ready-made, zoals ze voorkomt op plaatjes in boeken en in de geheugens van mensen. Ik kan de kathedraal overal waar ik wil laten neerstrijken. Ze ligt sinds 1994 ook op het eiland Neeltje Jans in de Oosterschelde, gelegd van de basaltstenen die overbleven na de bouw van de stormvloedkering. Op die plek verwijst de kathedraal vooral naar de technische vaardigheid die nodig is voor het maken van zo'n ingewikkeld bouwwerk. De religieuze betekenis van de Groene kathedraal heb ik zo min mogelijk willen benadrukken. Eerst wilde ik het gras in de kerk kort laten houden door schapen, maar wegens de symboliek die in het christendom met dat dier verbonden is heb ik daar van afgezien.”

Andere dieren hebben het project de eerste jaren nog wel vertraagd. Een paar jaar na de aanplant werden de populieren vernield door herten, die er hun geweien tegen kwamen schuren. Tegen herten waren de bomen niet beschermd - niemand had verwacht dat ze zo snel vanaf de Veluwe het nieuwe land zouden binnentrekken. Er moesten nieuwe populieren worden geplant, ditmaal beschermd door hekjes.

Steunpilaren

Boezem loopt over de ruwe aarde naar het talud waarop De Groene Kathedraal gelegen is. Er scheren auto's langs, over de N27, en er vliegt een vlinder naar binnen. Binnen is niet het goede woord. De populieren hebben geen hagen gevormd, ze staan ver uit elkaar, op de plaats van de belangrijkste steunpilaren. Boezem koos voor populieren wegens hun rechte stam en hun inderdaad niet beter dan met het woord gotisch te beschrijven vorm. Eerst overwoog hij de nog gotischer cypressen, maar volgens deskundigen zouden die het in het Flevolandse klimaat niet uithouden. “Bovendien doen cypressen zo aan begraafplaatsen denken. Die associatie wilde ik vermijden.” De zee mag wel meedoen. Om de voet van de bomen liggen cirkels van schelpen, een souvenir van het hier ooit golvende water.

Ondanks de volle aanwezigheid van de bomen is de kathedraal haast doorzichtig; voor buiten en binnen zijn muren nodig en die staan hier niet. Alleen de bezoeker kan de muren maken, en vernielen; steeds opnieuw stapt hij er doorheen. Boezem hoopt op nog een bezoeker, aan de andere kant van de kerk. “Saenredam schilderde altijd een mensje in zijn kerkinterieurs. Dat geeft de schaal aan.”

IJler, ijler dan verwacht is het boomse bouwwerk. De kathedraal is geen kopie van Reims, geen afbeelding; het is een verlangen naar Reims en misschien zelfs dat niet eens. Mager reikhalzen de populieren in het open land naar de hemel; ondanks de hoogte van, nu, tien meter is De Groene Kathedraal vooral een plattegrond.

“Ik kijk graag neer op de dingen”, zegt Boezem. Als kind in de Betuwe keek ik altijd vanaf de dijken naar beneden. Misschien heeft dat er iets mee te maken.” Ooit vatte Boezem het plan op om op de startbaan van een luchthaven de plattegrond van de kathedraal te laten aanbrengen. “De plattegrond van de kathedraal als vertrekpunt voor nieuwe plannen. De geest kan altijd weer een hoge vlucht nemen. Daar gaat het mij om”. Boezem stopt het transcendentale aspect van de kathedraal terug in haar plattegrond. Het is alsof de plattegrond een soort overtreffende trap is van het bouwwerk zelf. Het schema is een ode aan de verbeelding. Het hoeft niet meer te worden uitgevoerd, en wordt dan toch uitgevoerd om juist dat te laten zien. Boezem bouwt een plattegrond op ware grootte. Vermetel speelt hij het spel der gelijkenissen, waarin een boom een zuil is, een bos een kathedraal, een kathedraal een plattegrond, een plattegrond een ruimte. “De geest wil ordenen, wil zich een beeld vormen”, zegt Boezem, “en tegelijkertijd wil ze weg vliegen van het bekende, opstijgen, op basis van het oude iets nieuws maken.”

De kathedraal is bij Boezem een lofdicht op de mens, die bedenker van god, stormvloedkeringen en lettervermicelli.

Boezem stapt door zijn niet gemaakte muur heen. Naast de kathedraal ligt een veld vol paarse distels, gele bloemen en rode beukjes nergens naar te verwijzen. Hij volgt een pad. “Ik maak ook dingen die niets met de kathedraal te maken hebben”, zegt hij. Hij heeft het weer geschilderd, hij heeft het licht in Cisterciënzer kloosters gevangen, hij heeft de sterrebeelden van het noordelijk halfrond in Buikslotermeer in een granieten cirkel gegraveerd. Maar de plattegrond van de kathedraal keert in zijn werk steeds terug. “De plattegrond is een van de duidelijkste uitingen van de verbeelding, die aan de ene kant de werkelijkheid in een eenvoudig schema wil vangen en zich aan de andere kant los wil maken van de materie om zich te verliezen in pure tijd en ruimte.”

Ruïne

Achter Boezem ruisen de populieren. Almaar groeien ze door, met het bedaarde maar onverstoorbare tempo van een meter per jaar. “Ik heb veel werken over de wind gemaakt”, zegt Boezem. De wind zet de ruimte in beweging, maakt de tijd hoorbaar. Hij gaat aldoor maar door.” Een van de populieren is omgevallen. Ook dat doet de wind. Er zal een nieuwe worden geplant - de wind mag fluisteren, niet ingrijpen. “De populieren zullen over een jaar of tien hun maximale hoogte bereikt hebben”, zegt Boezem. “Soms wilde ik ze wel omhoog kijken, zo ongeduldig was ik. Maar dat langzame hoort bij het project. Het maakt je bewust van het verstrijken van de tijd. In 2006 zijn de populieren ongeveer dertig meter, bijna net zo hoog als de kathedraal in Reims. Dan blijven ze nog een paar jaar zo en dan sterven ze langzaam af. Over twintig jaar is de kathedraal een ruïne.”

Boezem stapt monter verder, hij heeft hier nog meer te zoeken. Er zullen geen nieuwe populieren worden geplant. Alleen de granieten plaat aan de ingang, waarop - weer - de plattegrond van de kathedraal en de naam van de kunstenaar zijn gegraveerd, herinnert dan nog aan het kunstwerk. “Een kunstwerk moet niet dwingend zijn. Het ontstaat en het vergaat. Misschien ontstaat er wel een verhaal over deze plek, zeggen mensen tegen elkaar: 'vroeger stond hier een kathedraal'. Pas dan heeft Almere een geschiedenis, als er ook dingen verdwenen zijn.

“Bomen die echt oud worden, groeien langzaam”, zegt Boezem. Hij houdt stil op een open plek in het kniehoge beukenbos. “Over twintig jaar zijn deze bomen veertig meter hoog. Dat zal ik niet meer meemaken.” Boezem loopt naar het midden van de open plek. Op regelmatige afstand is de onregelmatige bovenkant van een betonnen paaltje zichtbaar. Weer de plattegrond. Als de bomen uitgegroeid zijn, zal hier ook weer een kathedraal staan, een negatieve kathedraal, slechts gevormd door het weghouden van de beuken. Deze kathedraal bestaat door wat er niet is, is helemaal van lucht geworden. IJler kan het niet, kaars zonder was, gesigneerde lucht.

Boezem loopt weer door. “Je kunt de kathedraal overal mee naar toenemen en haar naar believen tevoorschijn halen. Net als de sokkel van Manzoni is de kathedraal op haar best als erover verteld wordt. Dat is wat er uiteindelijk van over moet blijven. Twee vrienden zitten in een café en de een begint over de kathedraal. Ken je die niet?”