Bestuur Franse bank voor rechter

PARIJS, 9 AUG. Als een donderslag bij heldere vakantiehemel heeft Jean Arthuis, Frankrijks minister van Financiën, aangekondigd dat de schuldigen aan het debacle van de staatsbank Crédit Lyonnais zich voor de rechter moeten verantwoorden. De beslissing kan zware gevolgen hebben voor oud-directeuren, de gouverneur van de Banque de France, het personeel èn hoge ambtenaren en politici.

Met zijn laconieke bekendmaking vandaag in Le Monde bevestigt Arthuis, de accountant, zijn reputatie als man met schone handen. Als senator schreef hij al een rapport over “de tweeslachtigheden van de staat als aandeelhouder”. Maar zeker is dat hij deze verrassende actie niet heeft kunnen ondernemen zonder instemming of opdracht van premier Juppé en president Chirac.

Het verhaal dat Arthuis vertelt is eenvoudig. De Rekenkamer heeft hem kort geleden een vertrouwelijk rapport gestuurd met sterke aanwijzingen dat bij “een filiaal van Crédit Lyonnais de jaarstukken over 1991, 1992 en 1993 geen getrouw beeld van de werkelijkheid” geven. Daarop zegt Arthuis: “Ik wil dat de verantwoordelijkheden worden vastgesteld en de bestuurders daarop worden aangesproken. Ik heb de indruk dat men destijds niet de waarheid heeft willen vertellen.”

De minister noemt geen namen, maar aangenomen wordt dat het filiaal in kwestie Altus Finance is, een dochter die een roekeloze expansie heeft nagestreefd in onroerend goed en dubieuze commerciële ondernemingen. Jean-Yves Haberer was van 1988 tot 1993 niet alleen de hoogste man van Crédit Lyonnais, maar ook van Altus. Arthuis heeft hem duidelijk op het oog, mèt een aantal mede-directeuren van de moederbank en filialen die hebben bijgedragen tot de ramp, die Frankrijk zeker 100 miljard francs (33 miljard gulden) gaat kosten.

Twee jaar geleden stelde een parlementaire enquête-commissie vast dat Haberer verantwoordelijkheid droeg voor de kolossale verliezen die waren ontstaan door “verkeerde strategische keuzes en falend management”. Zijn “eer en eerlijkheid” waren niet in het spel.

Pag.10: Parijs speelt hoog spel met nieuwe stap

Haberer werd door de rechtse regering-Balladur in 1993 eerst overgeplaatst naar een kleinere staatsbank om kort daarna helemaal te worden ontslagen. Balladur riep al dat de daders aan de schandpaal moesten worden genageld, zonder dat er iets gebeurde. Waarom die cowboys met witte boorden dan nu opeens aangepakt?

Het antwoord kan alleen liggen in de huidige politieke problemen van de regering. Ten eerste zwoegt het ministerie van financiën aan een derde reddingsplan voor Crédit Lyonnais. Na tientallen miljarden francs aan noodverbanden, soebatten om goedkeuring van de Europese Commissie, duizenden ontslagen, afsplitsing van 135 miljard aan ramp-kredieten en een recordverlies van 12 miljard over 1994, stevent de bank dit jaar op nieuwe miljardentekorten af. Het vorige reddingsplan drukt te zwaar op de bank die hopeloos verzwakt over de onrendabele Franse bankmarkt strompelt.

De regering moet de inzet van nog meer belastinggeld kunnen verkopen aan de toch al hevig belaste Franse burger en de door concurrerende banken bekritiseerde Europese Commissie. Het aanzetten van de schandaal-aspecten gevolgd door openbare boetedoening levert misschien nog de enige mogelijkheid op om het vertrouwen te wekken dat nu echt schoon schip is gemaakt.

Een tweede motief, dat zich laat aflezen aan Chiracs uitspraken van de laatste anderhalf jaar, schuilt in de hogere school van de monetaire politiek. Al vòòr zijn verkiezing deed Chirac aanval na aanval op de 'harde franc-politiek', die de net onafhankelijk geworden Banque de France, in navolging van de Bundesbank voert. Op de nationale feestdag, 14 juli jl, viel de president de centrale bank opnieuw aan vanwege “de rente die nog steeds te hoog is”. Alsof de Franse werkloosheid van 12,5 procent vooral daar aan te wijten is.

Bankpresident Jean-Claude Trichet was jarenlang commissaris bij Crédit Lyonnais; als thesaurier op het ministerie van financiën was hij de eerste ambtenaar die het toezicht op de staatsbank moest realiseren. Vanaf '93 had hij als gouverneur van de Banque de France de taak over het welzijn van alle banken te waken. Met andere woorden: door Trichet nauwelijks verhuld richting strafrechter te drijven hoopt Chirac hetzij van hem af te komen, hetzij toeschietelijkheid met het verder verlagen van de (al snel verlaagde) rente te bereiken.

Maar de schandpaal kan als boemerang gaan werken: niet alleen de socialistische minister van financiën Bérégovoy - de baas van Trichet en Haberer - riskeert postume beschadiging, ook allerlei Balladuriaanse en Chiracijnse politici en ambtenaren zijn hun keurige leven niet meer zeker. Het personeel ziet weer duizenden banen verdwijnen bij een bank die verder in opspraak wordt gebracht. In afwachting van dit spektakel kalft de Franse franc gestaag af.