België: kortere overgang naar euro-munt

BRUSSEL, 9 AUG. De Belgische minister van financiën, Philippe Maystadt, heeft gesuggereerd de overgangsperiode naar de Europese eenheidsmunt (euro) te verkorten. Volgens Maystadt kan de overgangsperiode van drie jaar mogelijk met zes maanden tot een jaar worden verkort.

Nu wordt uitgegaan van een overgangsperiode van drie jaar na 1 januari 1999, waarin overheden en banken kunnen omschakelen op de euro en nog eens een half jaar voor het in omloop brengen van biljetten en munten. Voor de overgang van een half jaar op euromunten en -biljetten signaleert de Belgische minister “een groeiende consensus binnen de Unie om deze periode te verkorten.”

Maystadt zei dit gisteren tijdens de presentatie van een programma van de Belgische regering, voor de overgang naar de euro. Volgens dit program kan de particulier in de overgangsperiode tot 2002 kiezen of hij de Belgische frank of de euro gebruikt voor stortingen en overschrijvingen. Lonen kunnen, na overleg tussen sociale partners, vanaf 1999 in euro's worden uitbetaald. De beurshandel moet vanaf 1999 in euro's plaatshebben.

Maystadt drong er gisteren voorts op aan dat de wisselkoersen tussen de deelnemers aan de euro onomkeerbaar worden vastgelegd, op het moment dat de kandidaten bekend zijn, begin 1998, om speculaties tegen te gaan. Nu is het vastleggen van de wisselkoersen voorzien voor 1 januari 1999.

België is nog niet zeker van kwalificatie voor de Europese muntunie. Met name de hoge overheidsschuld, vorig jaar 133 procent van het bruto binnenlands produkt, speelt België parten. Volgens de toelatingscriteria voor de muntunie mag de staatsschuld maximaal 60 procent van het bbp bedragen of in een bevredigend tempo die kant op gaan. De Belgische regering kreeg vorige maand volmachten om zonder bemoeienis van het parlement de begroting van 1997 op te stellen, in een poging in ieder geval de norm van een financieringstekort van hooguit 3 procent van het bbp te bereiken.

Minister Maystadt hernieuwde gisteren het debat over de mogelijkheid om lidstaten die niet aan de muntunie deelnemen (de 'outs') te straffen indien zij devalueren. Zijn Franse collega Arthuis drong hier eerder dit jaar op aan, uit vrees dat 'outs' hun munt zullen devalueren om concurrentievoordeel te behalen. Arthuis stelde onder meer voor dat landen die devalueren, bijdragen uit de structuurfondsen uitbetaald krijgen in hun eigen, in waarde gedaalde, munt. Maar de Europese Commissie, gevraagd de voorstellen van Arthuis te bestuderen, presenteerde vorige week een rapport waarin deze van de hand worden gewezen. Maystadt noemde de Commissieconclusies gisteren “enigszins overhaast”.

De Belgische minister van financiën onderstreepte voorts dat voor de invoering van de Europese eenheidsmunt een minimum aan fiscale harmonisatie nodig is. Een aantal landen, Luxemburg voorop, verzet zich tegen fiscale harmonisering. Maystadt pleit niet voor gelijkschakeling van alle belastinginkomsten maar wel voor belasting op kapitaalinkomsten.