VS akkoord met 'olie voor voedsel' Irak

NEW YORK, 8 AUG. De Verenigde Staten stemmen in met de uitvoering van het zogeheten olie voor voedsel-akkoord dat de Verenigde Naties en Irak op 20 mei ondertekenden. Dat heeft de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright, gisteren bekendgemaakt.

De overige veertien leden van de Veiligheidsraad van de volkerenorganisatie gaven enkele weken geleden al hun toestemming aan de uitvoering van het akkoord maar de Verenigde Staten blokkeerden de discussie in het technische comité dat precieze regels voor de uitvoering van de afspraken moest opstellen. Washington zei bang te zijn dat het regime van Saddam Hussein de inkomsten uit de olie-export in eigen zak zou steken in plaats van er voedsel en medicijnen voor de bevolking van te kopen. Het ligt overigens in de bedoeling dat VN-waarnemers in Irak toezicht gaan houden op de naleving van het akkoord. Volgens bronnen bij de Verenigde Naties gaat hun aantal ten minste honderd bedragen.

Op grond van het akkoord uit mei mag Irak, voorlopig voor een half jaar, olie ter waarde van 2 miljard dollar (3,4 miljard gulden) aan het buitenland verkopen om zo voedsel en andere noodzakelijke levensbehoeften te kunnen importeren.

De Iraakse ambassadeur bij de VN, Nizar Hamdoon, vertelde dat hij nu geen obstakels meer verwacht die de uitvoering van het akkoord in de weg staan. Hij zei te hopen dat de uitvoer van olie over ongeveer twee weken kan beginnen. Er is echter nog geen datum vastgesteld waarop het akkoord officieel van kracht wordt.

De voorzitter van de Veiligheidsraad, de Duitser Tono Eitel, verklaarde dat de Verenigde Staten nog enkele wijzigingen in de tekst van het akkoord willen aanbrengen. Volgens Albright moeten een paar technische zaken nog “helemaal worden uitgewerkt, maar deze houden deze geen nieuwe voorwaarden in”. Ze benadrukte dat het 'olie voor voedsel'-akkoord een “uitzondering” is en dat de sancties tegen Irak voor het overige van kracht zullen blijven. Op het hoofdkwartier van de VN in New York gaat een commissie toezicht houden op uitvoering van de afspraak.

De Veiligheidsraad stelde in 1990 sancties in tegen Irak, nadat het leger van dat land het buurland Koeweit was binnengevallen. De sancties blijven zeker van kracht totdat Irak stopt met de ontwikkeling van massavernietigingswapens en alle in zijn bezit zijnde massavernietigingswapens heeft vernietigd.

Een groep VN-inspecteurs onder leiding van Rolf Ekeus probeert toezicht te houden op de ontmanteling van die wapens maar ondervindt daarbij veel problemen. Zo hebben de Iraakse autoriteiten de VN-inspecteurs ettelijke keren de toegang geweigerd tot installaties van de Republikeinse Garde. (AP)