Uitvinders (6)

Mathilde Boon-Kok (55) heeft de magnetron toepasbaar gemaakt in laboratorium-onderzoek. Samen met haar man Lambrecht schreef ze het Microwave Cookbook for Microscopists. Ze is arts en directrice van een pathologisch-anatomisch laboratorium in Leiden, met 28 medewerkers. Er worden uitstrijkjes, weefsels en huidmonsters onderzocht die huisartsen toesturen.

Een huisje in een smalle straat achter de statige Herengracht blijkt onderdeel te zijn van het uitdijende laboratorium, dat meerdere pandjes beslaat. Mathilde Boon ontvangt me in de koffiekamer op de eerste verdieping, groen betegeld met bijpassende bloemetjesgordijnen. Ze is zelfbewust, vertelt beeldend en praat licht geaffecteerd: “Ik verzorg de gordijnen en de bloemen. Dat zijn heel belangrijke zaken, want een laboratorium hoeft geen vreselijke indruk op de mens te maken.”

Via gangen, werkruimten en spiltrappen lopen we naar haar domein: een kleine zolderkamer, die ze met haar secretaresse deelt. Op een kalender staan reizen genoteerd naar Bermuda, Montréal en Aarhus: “Zondag ga ik met Lambrecht naar Genève, naar een WHO-vergadering over uitstrijkjes.”

Ze vertelt: “Bij mijn vindingen gaat het niet om een toevalsgebeuren, maar om een reeks. je begint met één vinding en eindigt met een snoertje. De bewerking van weefsels in de pathologie dateert van honderd jaar geleden. Vroeger zaten er allemaal kleine slaafjes een week over te prutsen, nu is het in een dag door een apparaat gedaan. Maar het procédé is niet fundamenteel veranderd. Je moet weefsel of een stukje huid fixeren, anders gaat het rotten, en het daarna doorzichtig maken om het te onderzoeken. Water wordt daarbij vervangen door paraffine. Dit is wat de hele microscopie inhoudt. Vroeger deden ze dat met 60 verschillende baden, nu met 23 en de procedure is verkort van een week naar twaalf uur. Maar er worden nog heel wat chemicaliën doorgejaagd. Ik dacht: Dat moet beter kunnen. Ik ben dol op koken met de microwave oven. Daarmee verander je ook weefsel, dus waarom zou ik die niet gebruiken in plaats van zo'n stom, duur apparaat.”

“Ik vertelde het Lambrecht. Hij is universitair hoofddocent theoretische natuurkunde, kamergeleerde en mijn praatpaal. Ik toets mijn hersenspinsels bij hem. Hij vond het een goed idee en legde me de basisprincipes van de microwave oven uit. Het is heel intuïtief gegaan, je maakt gebruik van allerlei kennis die je hebt, voelt het verband ertussen, maar kunt het nog niet beredeneren. Het is even een flitsje. Maar de fase erna is minstens even belangrijk: begrijpen wat je bedacht hebt. Om dat te doorgronden moet je de boeken openen:weten dat het bij microgolven gaat om een slimme energie-overdracht. Ik laat de moleculen dansen en als ze dansen hebben ze meer kans elkaar te ontmoeten en verbindingen aan te gaan. Volgens Lambrecht moesten we chemicaliën zoeken die goed in een microwave oven reageren, of zout toevoegen zodat opwarming sneller gaat. We hebben het procedé in 1987 gepatenteerd en ik ben gaan experimenteren.”

Volgens Boon heeft ze het aantal chemicaliën teruggebracht van 23 naar drie, en de procedure naar twee uur. Bovendien kan per weefsel gerichter worden gewerkt en elk weefsel wordt van begin tot eind door één persoon bewerkt.“Laboratoria in de hele wereld gebruiken deze methode, in Zuid-Afrika, Japan en India. Ik krijg een kick als ik een brief ontvang van een stagiaire die schrijft dat ze nu ook dagelijks in Madras met de microwave werken. Er is in Nederland geen pathologie-laboratorium meer dat zonder microwave werkt. Maar de methode waarop wij patenten hebben is in Nederland niet echt opgepakt. Ik werk in de meest conservatieve club die je bedenken kunt. Mijn generatiegenoten zijn in mijn ogen een stelletje Heer Bommels. Ik kom met godvergeten simpele dingen aanzetten, maar mijn vakgenoten kicken meer op zaken die juist ingewikkeld ogen.”

Het Microwave Cookbook boek is in eigen beheer uitgegeven. Er zijn 10.000 exemplaren verkocht en het wordt in het Japans vertaald. Er staan hoofdstukken in over de fixatie van cellen en weefsel, over paraffine, bevriezingstechnieken en neuro-pathologische technieken. Mathilde: “Samen met Japanners, waarmee we hebben samengewerkt, hebben we een patent voor het verbeteren van de stralingsvelden en de energieverdeling in de oven. Een ander patent betreft de bewerking van bio-implantaten, dus hartkleppen en dergelijke die voor transplantaties worden gebruikt. Het voorbereidend onderzoek kost zes miljoen gulden en is nu in een stadium waarin je allemaal honden van hartkleppen moet voorzien om te kijken of ze wel of niet uitvallen. Dat laat ik dolgraag aan anderen over, want dat kost kapitalen en daar krijg ik alleen maar pukkeltjes van.”

Op een werkblad staat haar microscoop: “Ik draai dagelijks mee in de diagnostiek. Dat is belangrijk, want daar haal ik ook ideeën uit. Meestal werk ik tot een uur of acht.” Over een portret van een baby naast de microscoop: “Ja, alle medewerkers moeten me er een van hun kinderen geven, want ik ben voor hen allemaal tante Thil. Het Sinterklaasfeest is het toppunt van het sociale gebeuren hier.”

Een volgende stap in het toepasbaar maken van de microwave oven was het werken met vacuüm en hoge temperaturen: “Hoger dan volgens de boeken mogelijk is. We ontdekten dat weefsels goed reageren op lage druk. Dus gingen we microwave en vacuüm combineren. Voor weefsel is het beter als je water eruit kookt bij 40 graden, bijna de lichaamstemperatuur.”

Ziet ze zichzelf als een uitvinder? “Ja, eigenlijk wel, want ik kan dingen bedenken die er nog niet waren en ik heb daardoor grenzen verlegd op mijn gebied. Ik vind de maatschappelijke kant ook erg belangrijk, zoals het feit dat kinderen die geopereerd worden voor bottumoren door een methode van ons korter in het ziekenhuis hoeven te blijven.”

Aan de overkant van de straat zit in weer een ander pand een medewerker te werken achter een grote monitor met een raamwerk van microscopische afbeeldingen. Even later staan we één verdieping hoger in een appartement, fleurig ingericht in een Engelse stijl. Op een tafel liggen een strohoed met bloemen en een spel met het credo: 'Wie erft het fortuin van tante Mathilde?' Ze zegt: “Ik woon boven de winkel, zoals we vroeger zeiden. En ik verhuur kamers.”

Twee weken later zoek ik Mathilde en Lambrecht Boon op in hun woonboerderij in de weilanden bij Lieveren. Tijdens een stortbui drinken we thee bij een knapperend vuurtje. Lambrecht: “We vullen elkaar goed aan, het is een voortdurende, wederzijdse bevruchting.” Mathilde groeide op in een gezin met twee broers en twee zussen: “Ik lijk erg op mijn vader. Hij werkte als ingenieur en maakte flenzen, afsluitingen, waardoor olieleidingen niet lekken, net als onnodig chemicaliën-gebruik een milieuprobleem. Later is hij helemaal in de windmolens gegaan. Mijn moeder was op 32-jarige leeftijd hoofd van het Shell research-laboratorium. Ze was daar de baas van mijn vader. Ze gaf haar carrière op toen ze met hem trouwde, maar deed wel al het leeswerk voor hem. Zij zijn een goed voorbeeld voor me geweest van twee totaal verschillende mensen die samenwerken.”

Samen met Lambrecht doet Mathilde ook onderzoek op Bali: “Hindoes vormen er een tegencultuur ten opzichte van de moslims. De moslims reinigen hun penis goed, de hindoes niet, die is daar heilig. Daardoor kun je goed vergelijkend onderzoek doen. We hebben menselijk weefsel in onze rugzakjes meegenomen naar Nederland en daar is een publikatie uit voortgekomen over een virus dat zowel bij mannen als vrouwen voorkomt en kanker overdraagt. In augustus gaan we naar Japan en Australië. We gaan weer via Bali, om met de penissen door te gaan; we nemen dan weer wat weefsel mee.”