Suriname heeft nog een historie

ROTTERDAM, 8 AUG. Is de Surinaamse geschiedenis vorige week verbrand? Daar leek het op, na het afbranden van het parlementsgebouw, het gebouw van de Staatsraad en het ministerie van Buitenlandse Zaken donderdagnacht in Paramaribo. De archieven van de panden gingen verloren. Na de SLM-vliegramp van 1989 en de Bijlmerramp van 1992 was Suriname alweer een nationaal trauma rijker.

Een week later blijkt de schade aan de Surinaamse historische archieven weliswaar groot, maar toch minder ernstig dan de eerste reacties deden vermoeden. “Men roept heel hard, maar men informeert gewoon niet”, verzucht landsarchivaris H. Telgt over de telefoon. “De parlementariërs weten helemaal niet wat er nog in die archieven lag. Ze keken natuurlijk ook niet in die kelders.”

Kort na de brand heerste grote verslagenheid en paniek onder Surinaamse ministers en parlementsleden. Minister van Buitenlandse Zaken Subhas Mungra merkte op dat Suriname nu “compleet afhankelijk” was van het buitenland om zijn historische archieven weer op te bouwen. Volgens het hoofd van het parlementaire archief, H. Frankenland, was zelfs het originele 17de-eeuwse verdrag verbrand waarin Nederland en Engeland Manhattan en Suriname ruilden. “Suriname bestaat niet meer”, aldus Frankenland. “We moeten helemaal opnieuw beginnen.”

Dat blijkt mee te vallen. De meeste koloniale stukken die in de kelders aan de Gravenstraat lagen opgeslagen, waren, na een eerdere brand in 1990 in het pand van de Staatsraad, al inderhaast overgebracht naar een depot van het Landsarchief elders in Paramaribo, vertelt landsarchivaris Telgt. “Die zijn dus gered door die eerdere brand, kun je zeggen.” Onder die stukken ook veel over de immigratie in Suriname, die vooral voor nazaten van javaanse en hindostaanse contractarbeiders van grote waarde zijn. “Ze denken dat die verbrand zijn, maar ze zijn bij mij. Maar niemand heeft mij iets gevraagd. Men dacht kennelijk dat de kelders nog vol lagen”, merkt Telgt droogjes op.

Ook van de Handelingen van het parlement staat een serie ongeschonden in het depot van Telgts landsarchief aan de Doekhiweg. Alleen is deze serie niet compleet: hij gaat van 1866 tot 1963. Telgt: “Van de latere Handelingen heb ik wel een set aangevraagd, maar die heb ik nooit gekregen.” Suriname heeft een Archiefwet (1956), maar in de praktijk blijkt het doorsluizen van stukken aan het Landsarchief vaak niet te vlotten. “Ze moeten het ook wíllen overdragen, begrijp je”, aldus Telgt.

Verloren zijn wel de parlementaire Handelingen van 1963 tot heden. Ook het Algemeen Rijksarchief in Den Haag beschikt niet over een exemplaar. Daar deed men dezelfde ervaring op als Telgt. “We hebben ze gekregen van 1866 tot 1968. Daarna ontvingen we ze niet meer”, aldus D. Kortlang van het Rijksarchief.

Pagina 2: Bewaarplaatsen beneden alle peil

En het 'originele' document van de overdracht van Suriname door Engeland aan Nederland in 1667? Zo'n acte bestaat niet, volgens kenners. In het koele depot van het Haagse Rijksarchief - waar het licht aanspringt door in de handen te klappen, om energie te besparen - wijst Kortlang op drie papieren en perkamenten documenten met rode zegels. De Vrede van Breda, uit 1667, tussen Engeland en de Nederlandse Republiek. Over Suriname geen woord, wel bepaalt artikel drie dat de partijen alle op elkaar veroverde “Lands, Islands, Cities, Forts, Places and Colonies” mogen houden, “with plenary right of sovereignty, propriety and possession”. Daaronder viel ook Suriname.

Frankenland, hoofd van het parlementaire archief, heeft de vergissing inmiddels rechtgezet. Het ging eigenlijk om een ander origineel document van onschatbare waarde: de overeenkomst van de verkoop in 1770 van aandelen in Suriname - toen nog onder bewind van een 'Sociëteit' - aan de stad Amsterdam, voor 700.000 gulden. “Ja, dat hebben wij hier in het Rijksarchief ook”, zegt Kortlang. “Maar het kan best zijn dat Suriname een afschrift had dat nu verloren is gegaan.”

Grote delen van het Surinaamse overheidsarchief zijn al in de vorige eeuw naar Nederland overgebracht, om te voorkomen dat ze ten prooi zouden vallen aan ongedierte, inktvraat, brand of regen. Een zending uit 1916 omvatte bijvoorbeeld “honderd kisten groot en klein”, met stukken van honderd jaar en ouder. Tot de onafhankelijkheid in 1975 werden nog tientallen ladingen aangevoerd met “openbare en notariële oude archieven”. Nog vlak voor de onafhankelijkheid stuurde de laatste Nederlandse gouverneur een grote hoeveelheid stukken naar Den Haag.

In de depots van het Algemeen Rijksarchief wordt nu ruim zeshonderd meter van deze Surinaamse documenten bewaard. Het gaat, onder andere, om het archief van de Westindische Compagnie, de inventaris van de latere 'Sociëteit van Suriname', de geheime archieven van gouverneurs, archieven van de Burgerlijke Stand, rechtbanken, de Raad van Politie en andere overheidslichamen. De officiële documenten over de onafhankelijkheid van 1975 en andere verdragen worden beheerd door het Kabinet van de Koningin. Ook in het Londense Public Records Office zijn nog enkele Suriname-documenten te vinden, zoals de capitulatie-regeling tussen de Britse gouverneur William Byam en de Zeeuwse vlootvoogd Abraham Crijnssen, die Suriname in 1667 met een verrassingsaanval op de Engelsen veroverde.

In Suriname zelf is de toestand van de archieven al decennia rampzalig. “Het archiefmateriaal verkeert in wanorde en is geheel ontoegankelijk”, noteerde een Nederlandse missie in 1991. “De bewaarplaatsen zijn verspreid over de stad en voldoen aan geen enkele eis. Talloze verhuizingen hebben plaatsgevonden op een onverantwoorde wijze, verricht door ondeskundig personeel, vaak gedetineerden, met onvoldoende of onmachtig toezicht, waardoor elke nog aanwezige orde verstoord is.”

Nog even en er zou niet eens meer een Landsarchivaris nodig zijn in het land, concludeerde P.J. Margry, lid van de missie, in een artikel over zijn ervaringen. Zoiets is niet ongebruikelijk in ontwikkelingslanden, zegt H. Leeuwenberg van het Rijksarchief Utrecht. “Men heeft daar natuurlijk vaak andere prioriteiten dan het in stand houden van archieven, die vaak ook nog door een kolonisator zijn aangelegd.” Leeuwenberg bereidt momenteel een project voor om enkele Surinaamse archieven - vooral die van de Burgerlijke Stand - op microfilm vast te leggen. Het is een uitvloeisel van de missie-Margry en het bezoek dat minister van cultuur d'Ancona in 1994 aan Suriname bracht. “We zullen ons voor een deel moeten behelpen met kopieën”, aldus Leeuwenberg, “omdat enkele originelen al te zeer zijn aangetast, uit elkaar gevallen of opgegeten.”

Telgt, de eerste volledig gediplomeerde archivaris aan het hoofd van het Surinaamse Landsarchief, stond bij zijn aantreden in 1990 voor een ogenschijnlijk uitzichtloze opgave. “In feite is door verwaarlozing van alle opgedragen taken door zijn voorgangers een hopeloze situatie ontstaan”, meldde het Nederlandse verslag uit 1991 somber. “Het Landsarchief heeft de afgelopen decennia zijn taak als bewaarder schandalig verwaarloosd.”

Sindsdien is er wel iets verbeterd. Vooral Telgt zelf bleek “onvermoeibaar”, noteerde een latere Nederlandse delegatie in 1994. Hij spande zich met verve in voor het behoud van de archieven, zelfs het meeste gereedschap waarover het Landsarchief beschikte kwam uit zijn privé-bezit, stelden zijn Nederlandse bezoekers vast. Maar voor nieuwbouw of uitbreiding van het Landsarchief vecht Telgt nog altijd vergeefs. Wel “krioelt het inmiddels van de tekeningen voor een nieuw gebouw”, zegt hij. Zijn centrale depot aan de Doekhiweg herbergt nu zo'n zes kilometer papier. “Het is dus vol. Bij een volgende brand heb ik een probleem”, aldus de landsarchivaris.

Tekenend zijn de lotgevallen van de koloniale archieven die Telgt redde na de brand van 1990. Zeshonderd meter belangrijke overheidsarchieven uit de negentiende en begin twintigste eeuw werden opgeslagen in loodsen op een terrein van de Surinaamse politie. Open loodsen waar iedereen, inclusief loslopend vee, kon binnenwandelen. “Af en toe gebruiken koeien de loods als nachtelijke verblijfplaats”, schreef de verbijsterde Nederlandse missie in 1991. Drie jaar later was het afgelopen: de politie had het terrein nodig, voor de bouw van een gevangenis.

Met Nederlandse hulp - advies, begeleiding en 2.000 meter stellingruimte - kregen de archieven ten slotte een nieuw onderkomen in een weeshuis aan de Doekhiweg. Daarmee was de primaire doelstelling van het project 'Redding Historisch Archief Suriname', door Telgt geëntameerd met de Nederlandse ambassade, het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Rijksarchiefdienst, verwezenlijkt. Maar ook aan de Doekhiweg geldt: er is geen airconditioning, en goede beveiliging ontbreekt. “Maar ja, de stukken staan er in elk geval droog”, relativeert Telgt.

Het is een begin - maar veilig zijn de Surinaamse archieven nog allerminst. Weet Telgt eigenlijk waar Suriname de officiële documenten van de Onafhankelijkheid bewaart? “Interessante vraag.” Even blijft het stil. Dan: “Ik hoop dat ze ergens in een kluis liggen.”