Staatsbelang achter dichte deur

Het was een ongebruikelijk tafereel. Advocaat, officier van justitie én rechter die gedrieën het deksel op de doofpot houden. Wat een van de meest onthullende naoorlogse strafzaken zou kunnen zijn, werd gisteren door het ferme optreden van alle procespartijen een obscuur evenement.

Voor de Rotterdamse rechtbank staat de komende maanden een agent terecht van de criminele inlichtingendienst (CID), Richard L., die volgens bronnen bij politie en justitie op grote schaal en in belangrijke onderzoeken informatie verkocht aan verdachten. Het Bureau Interne Zaken van de Rotterdamse politie raakte volstrekt overbelast door het schandaal. Ieder spoor dat L. had achtergelaten moest worden nagetrokken.

L. was onder meer de spil in het zogeheten Bever-onderzoek. In ditnooit afgeronde Rotterdamse onderzoek zijn door L. in samenwerking met Haarlemse collega's en onder leiding van het openbaar ministerie uiteindelijk 22.000 kilo soft drugs op de markt gebracht. Volgens justitie staat vast dat de corrupte rechercheur onder meer de hoofdverdachte en diens echtgenote in de Bever-zaak anoniem benaderde met het aanbod justitiestukken te leveren in ruil voor geld.

Dit onderzoek naar een van de grootste Nederlandse drugsbaronnen werd uitvoerig onder de loep genomen door de commissie-Van Traa bij haar enquête opsporingsmethoden. Maar hoewel het onderzoek tegen L. al liep tijdens de openbare verhoren van de commissie, hield Rotterdam de Kamercommissie zorgvuldig onkundig van het grootste corruptieschandaal uit de geschiedenis van het korps.

Het is dan ook alleszins begrijpelijk dat het Rotterdamse openbaar ministerie gisteren tijdens de eerste openbare behandeling van de rechtszaak tegen Richard L. te kennen gaf er de voorkeur aan te geven de deuren van de strafzaal gesloten te houden. Het belang van de Staat en de openbare orde werden door officier van justitie L. de Jonge als redenen aangevoerd.

Ook de advocaten van L. vroegen gisteren om verwijdering van publiek en pers uit de zaal. Tot verbazing overigens van de rechtbank-president, die duidelijk maakte nog niet eerder te hebben meegemaakt dat advocaten zich voor hun verdediging beroepen op het belang van de Staat en de openbare orde.

Toch is het gedrag van het betrokken advocatenkantoor Sjöcrona, De Roos, Van Stigt & Pen minder verbazingwekkend dan het op het eerste gezicht lijkt. Op twee filialen van dit kantoor werden begin dit jaar via huiszoekingsbevelen door het OM uiterst gevoelige politiedossiers in beslag genomen die door Richard L. achterover waren gedrukt. De advocaten waren in bezit gekomen van deze CID-journaals doordat mr. B. van Eijck van dit kantoor ze had opgehaald bij de moeder van de verdachte.

De raadslieden weigerden de stukken vrijwillig af te staan omdat ze zich op het standpunt stellen de dossiers nodig te hebben voor de verdediging van hun cliënt. Richard L. heeft evenwel volgens justitie eerder tegenover de rechter laten weten dat hij wil dat zijn advocaat de gestolen stukken teruggeeft. Wat door Sjöcrona cum suis als Staatsbelang werd geschetst, is in ieder geval ook bescherming van ondernemersbelang. Het bespaart de maatschap een openbare behandeling van een pijnlijke aangelegenheid.

Het beroep op het Staatsbelang - zeer uitzonderlijk in de Nederlandse strafpraktijk - werd door president mevr. mr. A. van Breukelen-van Aarnhem afgewezen. Vervolgens gebruikte ze een nog eigenaardiger argument om de deuren toch te sluiten. “De goede rechtspleging” vereist volgens de rechtbank dat het “onderzoek naar de feitelijke gang van zaken” niet door buitenstaanders wordt gevolgd.

Gevoelige feiten over het CID-opereren van L. zijn overigens al voor een groot deel bekend. Ze staan beschreven in een 'zeer geheim' document over operatie-Bever dat het Rotterdamse openbaar ministerie vorig jaar produceerde en door Van Traa is gepubliceerd. De rechtspleging en waarheidsvinding lijkt wat dat betreft nauwelijks nog te kunnen worden belemmerd.

Het leek er gisteren op dat er een verbond is gesloten tussen de drie betrokken procespartijen om dit schandaal in opperste discretie af te wikkelen. Het OM laat al doorschemeren de behandeling van de gehele strafzaak achter gesloten deuren te willen houden. Er is ook geen reden om aan te nemen dat het standpunt van advocaat Van Eijck, die op speciaal verzoek van het openbaar ministerie begin dit jaar de eerdere raadsman van L. verving, plotseling zal veranderen.

Enkele maanden nadat de Tweede Kamer alle voorstellen goedkeurde van Van Traa, die de nadruk leggen op grotere openheid en betere verantwoording van het justitiële handelen, wordt in Rotterdam met een beslotenheid gehandeld die associaties oproept met de jaren vijftig. In de discussie over Van Traa is veelvuldig aangegeven dat het handelen van de zittende magistratuur onderbelicht is gebleven. In Rotterdam werden die criticasters gisteren op hun wenken bediend. Wat goede rechtspleging is, kan alleen in het openbaar worden vastgesteld.