Serviërs maken eind aan onderzoek massagraven

BELGRADO, 8 AUG. De Bosnische Serviërs hebben een eind gemaakt aan het onderzoek naar massagraven in hun Servische Republiek in Bosnië, omdat de Bosnische Kroaten en moslims hun geen onderzoek toestaan naar massagraven waar Serviërs begraven liggen.

De regering van de Servische Republiek in Bosnië liet gisteren weten dat de autoriteiten van de moslim-Kroatische federatie “ondanks een akkoord over wederkerigheid” geen onderzoek toestaan naar massagraven met lichamen van Serviërs op de berg Ozren in het noordoosten van Bosnië en in Glamoc, in het westen. Daarom heeft de regering in Pale de deskundigen van internationale organisaties die lichamen opgraven uit massagraven in de Servische Republiek - onder andere bij Srebrenica - opdracht gegeven hun werk te staken. In diverse graven rond Srebrenica liggen, naar algemeen wordt aangenomen, de lichamen van moslims die worden vermist sinds de moslimenclave in juli vorig jaar door de Serviërs werd veroverd; drie- tot achtduizend mensen worden sindsdien vermist.

In haar verklaring vroeg de regering van de Servische Republiek om een “urgente” bijeenkomst van vertegenwoordigers van de twee territoriale entiteiten waaruit Bosnië bestaat om het probleem van de opgravingen te bespreken. Bij dat gesprek zouden 'vredescoördinator' Carl Bildt en vertegenwoordigers van het Internationale Rode Kruis aanwezig moeten zijn. Daarbij zouden ook andere problemen, zoals de vrijlating van krijgsgevangenen en het zoeken naar vermisten, worden besproken. De Bosnische Serviërs beweren dat de federatie nog 28 Servische soldaten gevangen houdt.

Het conflict over de opgravingen begon een week geleden toen de opgraving van 65 lichamen van Bosnische Serviërs in het dorp Kamen bij Glamoc zonder opgaaf van redenen werd afgelast. “Dit leidde tot gerechtvaardigde ontevredenheid en verbittering bij de gezinnen van gedode of vermiste Servische soldaten en burgers”, aldus de verklaring van de regering van de Bosnische Serviërs.

De speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in ex-Joegoslavië, Elizabeth Rehn, heeft gisteren in Montenegro de schendingen van de mensenrechten van in Kroatië levende Kroatische Serviërs gehekeld. Ze maakte “met diepe bezorgdheid” melding van bomaanslagen op huizen van Serviërs, naar haar zeggen “een nieuwe methode om hen te terroriseren”. Rehn gaf een voorbeeld dat zich recentelijk in een dorp in de Kroatische Krajina voordeed. Een ouder Servisch echtpaar keerde na familiebezoek naar huis terug. Op het moment waarop het de woning binnenging, ontplofte een bom, die de man beide benen afrukte en ook de vrouw ernstig verwondde. Volgens de VN-rapporteur worden zulke bomaanslagen tegen Serviërs in Kroatië steeds vaker gemeld. De afgelopen twee maanden, zei ze, zijn bij zulke aanslagen drie doden gevallen. (Reuter, AFP)