Goed overwint kwaad tussen zandheuvels en bosschages

Voorstelling: Winteravondsprookje van Shakespeare door Toneelvereniging Diever. Vertaling: Emmy Wijnholds-Schuster; kostuums: Margot van der Kamp; regie: Wil ter Horst-Rep; spelers: Erik Hummel, Jan Meer, Wilma Noorda-Ritzema e.a. Gezien 7/8 Openluchttheater Diever. Te zien t/m 7/9 aldaar. Inl. 0251-591167. In geen ander toneelstuk dan in Winteravondsprookje (The Winter's Tale) springt Shakespeare zo bruusk en roekeloos om met De Tijd, geschreven met hoofdletters. Halverwege het verhaal, vlak nadat een koningin is doodgegaan, haar kind te vondeling gelegd, een edelman schipbreuk heeft geleden en door een beer verscheurd, verschijnt ineens het personage De Tijd ten tonele. Hij laat in een enkele handbeweging de klok zestien jaar vooruitsnellen. Deze ingreep was hard nodig, anders zou de hele romance van het Winteravondsprookje in duigen vallen.

Gisteravond vierde de Drentse Toneelvereniging Diever haar vijftigjarig jubileum met het Winteravondsprookje; misschien had het meer voor de hand gelegen de openingsvoorstelling van 31 augustus 1946 te spelen, het blijspel Een Midzomernachtdroom, geregisseerd door oprichter dokter Broekema. Dat was ongetwijfeld ook een sentimentele keuze geweest: zoals het toen was, bestaat niet meer. Daarom is het Winteravondsprookje passender, zeker door die feestelijke, brutale truc met de tijd erin.

Shakespeare baseerde het toneelstuk op een boek dat The Triumph of Time heet, en waarin het onwaarschijnlijke verhaal voorkomt dat de kern uitmaakt van het Winteravondsprookje. Koning Leontes verstoot zijn vrouw Hermione uit vermeend overspel; zij bezwijkt aan verdriet, het kind - een meisje - wordt te vondeling gelegd. Aan het slot, vele verwikkelingen verder, huwt de zestienjarige Perdita met een koningszoon. De koningin blijkt niet dood, maar ze heeft zich al die tijd verborgen gehouden, overtuigd van haar onschuld. In de beroemde slotscène wordt zij als een standbeeld onthuld, dat langzaam tot leven komt. Een gelukkig einde, en daartoe diende ook in Shakespeare's tijd dit sprookje: om de winteravonden te bekorten in afwachting van de lente.

Winteravondsprookje is beslist lastig te regisseren. Het strakke eerste deel, waarin de jaloezie van de koning huizenhoge proporties krijgt, verandert in het tweede deel in een betrekkelijk grillige, fragmentarische structuur. Ineens zijn er zijlijnen, die zeker amusant zijn, zoals het herdersverhaal en de scènes met de marskramer en oplichter Autolycus. Pas tegen de ontknoping herwint het stuk zijn drama.

De kracht van de regie van Wil ter Horst-Rep ligt in het accent op de belangrijkste dragende rollen. Zij zorgen voor de samenhang in deze ongebreideldheid. Tegen het natuurlijke decor van bosschages en zandheuvels valt allereerst een heel sterke Paulina op, Wilma Noorda-Ritzema, die uiteindelijk Hermione's verdwijntruc prijsgeeft. Zij beschikt over kalme overtuigingskracht en een stem, waarnaar je luistert. Op een gegeven ogenblik is zij zo in rouw om Hermione, dat haar gelaatsuitdrukking de expressie krijgt van het schilderij De Schreeuw van Munch. Spel zonder opsmuk, dus innerlijk ervaren, biedt ook Jan Meer als raadsheer; hij brengt de voortgang van het verhaal scène na scène verder. De jaloerse Leontes, Erik Hummel, gaf zich volledig om zijn irrationele toorn op de juiste wijze onredelijk te laten zijn.

Waar ik, zeker in het tweede deel, compactheid en concentratie miste, maakten de spelers veel goed. Zij vertegenwoordigden dan ook het drama van Winteravondsprookje. Regisseur Wil ter Horst-Rep heeft met haar regie veel willen zeggen; allereerst de overwinning van het goede over het kwade, daarnaast heeft ze de groteske willen benadrukken. Dat groteske element is noch bij Shakespeare noch in de uitvoering een harmonisch onderdeel; hier had de regie strenger moeten ingrijpen. Dit verhindert niet dat deze voorstelling ongemeen krachtige scènes kent, waarin het verstikkende van de jaloezie en haar radeloosheid mooi tot uitdrukking komt. Waren de lijnen strakker aangehaald, ongeveer zoals de kostumering heel consequent en betekenisvol is gehouden, dan was dat de felheid van dit Winteravondsprookje ten goede gekomen. Want daarover gaat het, in de open plek van het Dieverse bos: het felle verzet tegen het onverbiddelijk voortschrijden van de tijd.