Gabriël Nuchelmans 1922-1996; Markant analyticus

Op 6 augustus overleed dr. G.R.F.M. (Gabriël) Nuchelmans, emeritus hoogleraar in de filosofie aan de Leidse Universiteit. Een markant wijsgeer, die veel invloed uitgeoefend heeft. Hij was de belangrijkste filosoof in Nederland uit de school van de analytische wijsbegeerte. Deze filosofie analyseert op logische wijze de taal.

Enkele voorbeelden uit zijn werk. In zijn oratie te Leiden (1964), 'Empirisme', ging hij in op de manieren om zuiver vanuit de ervaring (empirie) zaken te benoemen. Hoe zeg je dan dat je de kleur geel waarneemt? Verschillende denkers stelden daarvoor waterdichte beweringen op zoals: “Dit doet zich hier en nu aan mij als geel voor.” Nuchelmans vond dit - en met hem waarschijnlijk de meeste lezers - een onnodig gekunstelde zin. Want dit vooronderstelt immers al de dagelijkse, goed begrijpelijke zegswijze: “Dit is geel.” Dus gewoon: “Dit is...” en niet “hier en nu... aan mij...”

Een simpele oplossing zal men zeggen, maar in de veelheid van filosofische stromingen is dit een verkwikkende nauwkeurigheid. Deze laatste is het thema van zijn afscheidsrede te Leiden 'Lof der acribie' (1987). Pas door nauwkeurigheid kan men vermijden, zo citeerde Nuchelmans de filosoof Bolzano (ovl. 1848), dat men opmerkzaamheid wil stimuleren door in raadselen te spreken of zijn onwetendheid met aangeleerde modetermen wil verhullen.

De analytische filosofie, van Angelsaksische herkomst, was rond 1960 een nieuw geluid binnen een klimaat dat sterk door existentialisme en later door fenomenologie gekenmerkt was. Nuchelmans was er een helder vertolker van. In een brief uit begin 1959 juichte hij de oprichting van het tijdschrift Wijsgerig Perspectief toe, waarin diverse filosofische stromingen aan bod moesten komen “daar ik de filosofie - op mijn bescheiden wijze - een zeer warm hart toedraag.”

Men werpt de analytische stroming tegen dat zij alleen maar woordbetekenissen analyseert, zelfs soms om de hete brij van meer ethische en metafysische vragen heenloopt. Anders was Nuchelmans. Hij bracht steeds nieuwe thema's naar voren. Zo in 1960 de opvatting van B.J. Whorf van het culturele perspectief: taal doet meer dan alleen onze waarnemingen inventariseren. Taal geeft op een creatieve manier vorm aan de manier waarop wij denken. Daarom zal een taal als die van de Hopi-indianen ervaringswereld (empirie!) anders benoemen dan een Europese taal. Dit kan tot een (ook modern) taalrelativisme leiden, maar juist daartegen verzette Nuchelmans zich dan weer.

Nuchelmans was flexibeler dan men van een analytisch filosoof verwachtte. Toen K. Popper rond de jaren zeventig een geheel nieuwe theorie lanceerde, hield Nuchelmans er enthousiast een causerie over. Het betrof de opvatting dat bedachte theorieën een algemene gelding kunnen hebben en blijven bestaan zelfs al zou de mensheid vergaan zijn (bijvoorbeeld de stelling van Pythagoras). Maar later formuleerde hij op dat punt toch goede tegenwerpingen.

Wellicht was hij een analytische filosoof met meer historisch besef dan vele medestanders. Dat maakte hem relativerender in zijn beoordeling en tegelijk ook creatiever. Zijn wetenschappelijk onderzoek was vooral van historische aard. Zoals zijn studiën over de leer van de proposities (logisch geformuleerde beweringen). Zo ontdekte hij een discussie uit de vorige eeuw tussen de filosoof Brentano en de toenmalige Leidse hoogleraar J.P.N. Land. Daarbij was onder andere de vraag naar de werkelijkheid van taalbeweringen in het geding. Het thema boeide hem mede door hedendaagse discussies binnen de Amerikaanse analytische filosofie over het bestaan van 'alle mogelijke werelden' (onder anderen D. Lewis). Ook daarbij plaatste hij de nuchtere kanttekening dat deze wel erg speculatief waren, want als men het woord 'wereld' in de mond neemt, dan houdt dit al een verwijzing in naar de gewone, niet alleen maar 'mogelijke', werkelijkheid in (waarin men onder meer kan zeggen “dit is geel”).

Nuchelmans kreeg het verzoek een nieuw druk te verzorgen van zijn veel gelezen 'Overzicht van de analytische wijsbegeerte'. Zijn antwoord onderstreept al het voorgaande: “onmogelijk, want men moet beseffen dat deze stroming in haar bestaande vorm tot een afronding is gekomen”. Nieuwe wegen moeten nu gezocht worden, zo voegde hij er mondeling aan toe.

Zo was Nuchelmans, zowel door zijn logische nauwkeurigheid, als door zijn nuchtere en open blik: exemplarisch als filosoof, maar vooral als innemend en modern mens.

    • C.A. van Peursen
    • aan de Vu in Amsterdam