Elf keer het dilemma van de persoonlijke kunst te lijf

Tentoonstelling: Past Transparencies. T/m 21 aug. Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. Di t/m za 11-17u.

Er ligt een sluier over de toekomst maar niet over het verleden. Althans, als we de titel van de tentoonstelling die op dit moment in galerie Nouvelles Images in Den Haag te zien is, moeten geloven. Freud en Jung kunnen hun slaapplaats opzoeken, want wat in de drie panden aan het Westeinde te zien valt, is lang geleden gebeurd maar zonneklaar. 'Past transparencies' heet de expositie, maar in het Nederlands klinkt ze nog duidelijker: verleden doorzichtigheden. Het verhaal van vroeger dat aan het Westeinde wordt verteld, is een verhaal waarvan de afloop net zo bekend is als het begin.

Was het maar zo simpel.

Nouvelles Images is een van de weinige galeries die al jaren de traditie van de anti-zomertentoonstelling in ere houden. Daarom hier geen obligate uitstallingen van werk van de vaste kunstenaars van de galerie, maar 'serieuze' tentoonstellingen met kunstenaars van binnen en buiten de galerie, die gegroepeerd worden rond een thema. Dit jaar zijn elf jonge Nederlandse kunstenaars in het galeriecomplex te gast, die zichzelf en hun eigen verleden direct of indirect tot onderwerp van hun werk maken. Dat is een ruim begrip, want welke kunstenaar kan ontkennen dat wat hij maakt iets met hemzelf van doen heeft?

Er zijn bekenden van Nouvelles Images bij, zoals Michael Raedecker, Bram Herends en Paul Klemann, maar ook 'introducés' van andere galeries, zoals Corinne Bonsma van Tanya Rumpff en Marcel van Eeden van Maurits van de Laar. In totaal hangen er 87 schilderijen en tekeningen en een paar grafiekwerken. Daarmee is het een museumpresentatie in het klein geworden, met de nadruk op het figuratief schilderen en tekenen.

Navelstaarderij is het risico dat kleeft aan een thema dat zo met persoonlijke anekdotiek vervlochten is. Waarom zou je je als toeschouwer interesseren voor de dromen die Paul Klemann had en die hij in woeste, klungelige halen op papier zet? Waarom ook voor de fotografische ansichttekeningen van Marcel van Eeden, die een archief van beelden aanlegt van voor zijn geboorte in 1965? Bij Klemann - van wie alleen oud werk uit 1990 hangt - is het na de aanvankelijke verbazing moeilijk geboeid te blijven bij de aaneenschakeling van gruwelijke beelden die de nachten van de kunstenaar bevolken. De verhalende tableaus zijn grof getekend, en wie Klemanns droomtekeningen van de afgelopen jaren kent, ziet dat er van een ontwikkeling van oud naar nieuw nauwelijks sprake is. Met een licht schouderophalen loop je aan het spervuur voorbij.

Hoewel Van Eedens project - zijn streven is één tekening per dag - overeenkomstige trekken met dat van Klemann vertoont, is het resultaat totaal anders van vorm en inhoud. Hield Van Eeden zich in zijn vroegere ansichten bezig met het vastleggen van zijn geboortestad Den Haag, zijn recente tekeningen strekken zich uit van bosbranden tot operatietafels, van portretten van herdershonden tot pittoreske dorpsgezichtjes. En dat allemaal hyperrealistisch getekend, maar wel met surrealistische sluiers. Van Eeden probeert een verdwenen wereld te bezweren, een vacuüm waarin hij zelf nog niet leefde. Het is bekend en onbekend door elkaar heen. Dat maakt zijn tekeningen toverachtig, dromeriger en enger dan welke droomtekening van Klemann dan ook.

Corinne Bonsma is een van de deelnemers die niet 'van vroeger vertelt' maar over intimiteit. Zij slaagt erin om het dilemma op te lossen dat in de verbeelding daarvan besloten ligt - hoe iets zeer persoonlijks zo weer te geven dat het een algemenere strekking krijgt zonder dat het z'n persoonlijke kenmerken verliest. Het grote, ongetitelde schilderij dat van een afstand lijkt op een abstract doek met witte, zwarte en rode vormen, blijkt van dichtbij een kolossale puntschoen te zijn waar een meisje haar geribbelde kousevoet inschuift. Nooit geweten dat het moment voordat de teen naar de neus van de schoen schuift, dus het moment waarop de wreef van de voet nog zichtbaar is maar de tenen zich al opmaken voor het festijn van warmte en beschutting dat de schoen gaat bieden, zo ontroerend kan zijn.

Bonsma toont ook een heel andersoortige serie van zes houtskooltekeningen, die door hun rangschikking het verloop van een dag suggereren. In dat verstrijken van de dag gebeurt niet veel. Er ligt een meisje met zwarte zonnebril op een stretcher, ze zet koffie, kruipt weer terug op haar stretcher, staat troosteloos in peignoir voor een badkuip. Het is geen vrolijke reeks, deze onbeholpen tekeningen waarin met perspectivische wetten een loopje wordt genomen. Het meisje en haar 'parafernalia' gaan op geen enkele manier een relatie met elkaar aan. Het is eenzaamheid troef, maar gelukkig eindigt de dag met een raadsel.